Hoog // Diep: Flitsbezorging. In de buurt maar niet van de buurt.

Tekst: Jozien Wijkhuijs | Foto's: Antonia Leise en Anne Hopman


Flitsbezorging is een snel opkomend fenomeen in Nederland, mede geholpen door de coronacrisis. Verschillende steden leggen de bedrijven nu aan banden vanwege klachten over overlast, het effect ervan op het straatbeeld en verkeersgevaar. Nijmegen heeft dat op dit moment niet gedaan. Flitsbezorgdiensten voldoen aan een behoefte die duidelijk aanwezig is bij consumenten en ze zijn een oplossing voor wie het huis niet uit wilt of kan voor een snelle boodschap. ‘Je ziet een verschuiving van diensten, mensen gaan met een ander motief naar winkels toe dan vroeger.’


Op de Willemsweg staat een vrachtwagen met levensmiddelen voor een winkelpand met afgeplakte ramen. De chauffeur laadt spullen uit en loopt langs een lange rij zwarte fietsen, een personenbus probeert zich langs de wagen te wurmen, terwijl vanaf de andere kant een auto hetzelfde idee had. De auto rijdt achteruit terug.


Aan de andere kant van de straat ligt Meltem, een Turkse supermarkt waar grote rekken met groente en fruit buiten staan. Binnen glimlacht de eigenaar als er naar de veranderingen in de straat wordt gevraagd. ‘Er heeft al van alles tegenover ons gezeten,’ zegt ze. ‘Natuurlijk merk je het nu met de bevoorrading wel, dat het wat drukker is. Maar wij zijn een heel andere winkel, dus echte concurrentie voel ik niet.’ Meltem heeft geen bezorgservice, vertelt ze.


Aan de overkant zitten flitsbezorgers regelmatig in groepjes te wachten op een bestelling. Het pand is een zogenoemde ‘dark store’ van Gorillas, een ‘flitsbezorger’ die adverteert met supersnelle bezorging van boodschappen. In Nijmegen is behalve Gorillas ook het bedrijf Flink actief. De bezorgers van de eerste zijn gekleed in het zwart, de tweede in het felroze. En ze opereren vanuit dit soort dark stores, winkels waar klanten niet naar binnen kunnen, maar waar bezorgers de producten voor een bestelling komen ophalen, om die in zo weinig mogelijk minuten bij de klant te bezorgen.


Zoevende elektrische fietsen

Volgens een bericht van de NOS van 7 februari 2022 is het gebruik van flitsbezorgers in Nederland binnen een halfjaar verdubbeld. Waar in augustus 2021 nog 1,4 procent van de mensen aangaf weleens van deze dienst gebruik te maken, was dat in januari al 2,8 procent. Dat is nog steeds geen enorm aantal, maar mensen die in steden wonen, zullen bevestigen dat de diensten het straatbeeld al sterk hebben veranderd. Op snelle elektrische fietsen zie je bezorgers door de straten zoeven. Behalve de twee bedrijven die Nijmegen kent, zijn landelijk ook Zapp en Getir actief.


Dit is fijn voor mensen die zijn vergeten eieren te kopen tijdens hun laatste rondje boodschappen of studenten wiens bier op raakt tijdens een feestje.


Lindsey Davidson, woordvoerder van Flink, vertelt dat het misschien onmogelijk lijkt om overal binnen tien minuten te zijn, maar dat het concept eigenlijk vrij simpel is. ‘Onze magazijnen, die wij hubs noemen, zijn verspreid over de stad op strategische locaties. Met een maximale straal van zo'n twee kilometer om de hub heen wordt het bezorggebied uitgestippeld,’ zegt ze. ‘Pickers in deze hubs pakken de tassen efficiënt in en de riders leveren met elektrische fietsen. Zo kunnen we onze levertijden van gemiddeld tien minuten behalen zonder te haasten.’

Flitsbezorgdienst in Willemskwartier | Foto door Anne Hopman


Dit is fijn voor mensen die zijn vergeten eieren te kopen tijdens hun laatste rondje boodschappen of studenten wiens bier op raakt tijdens een feestje. Aan de andere kant is er ook veel kritiek. Steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Groningen, Arnhem en Amstelveen namen al maatregelen tegen de opmars van dit soort winkels. Zo werden er een aantal gesloten vanwege overlast en verboden de steden de opening van nieuwe winkels.


‘Winkelpanden waarvan de ramen zijn afgeplakt, zijn een soort binnenstedelijke variant van de door GroenLinks bekritiseerde verdozing van het landschap.’


In Nijmegen zijn dit soort maatregelen op dit moment niet aangekondigd. Toch is er ook hier kritiek op het nieuwe fenomeen. In februari schreef Joep Bos-Coenraad van – verkiezingswinnaar en daarmee grootste partij – Groenlinks Nijmegen hierover: ‘Stoepen worden geblokkeerd door tweewielers. Door extreem korte bezorgtijden nemen bezorgers verkeersregels met een korreltje zout. Voor omwonenden en medeweggebruikers is de overlast door bezorgdiensten de laatste jaren merkbaar toegenomen. Winkelpanden waarvan de ramen zijn afgeplakt, zijn een soort binnenstedelijke variant van de door GroenLinks bekritiseerde verdozing van het landschap.’


Bij navraag binnen de fractie verwijst de lijsttrekker, Quirijn Lokker, naar dit artikel als standpunt van de partij. Verdozing is een term voor het ontstaan van grote distributiecentra in de buitengebieden, bijvoorbeeld van bol.com en Albert Heijn. De dark stores zijn hier volgens Groenlinks dus een ‘binnenstedelijke variant’ van. NRC tekende in februari de volgende quote op, uit de mond van een gemeentewoordvoerder in Arnhem: ‘De meerwaarde voor een leefbare en uitnodigende binnenstad is beperkt. Of die is er überhaupt niet.’

Gezelligheid

Flitsbezorgers zouden volgens omwonenden zorgen voor gevaarlijke verkeerssituaties, overlast en verkeerd geparkeerde fietsen, aldus NRC. Er zijn daarnaast vragen over de werkomstandigheden van bezorgers. Zoals Bos-Coenraad schrijft: ‘Krijgen ze een goed salaris en een eerlijk contract in loondienst? Of zijn er constructies met schijnzelfstandigheid, is er leeftijdsdiscriminatie, of is het onmogelijk om een langdurige aanstelling te krijgen? Die vragen zijn voor de bijbaan van de middelbare scholier misschien niet altijd het belangrijkste, maar bestaande spelers op de markt moeten hier wel mee concurreren. Worden de groenteboer en de fietskoerier met een vaste aanstelling meegezogen in een race naar de bodem?’


Een ander argument tegen dark stores komt van een raadslid uit Dordrecht: ‘Het is niet fijn dat je niet naar binnen kunt kijken en het doet afbreuk aan de gezelligheid in de winkelstraat. […] Ze bedreigen de gezelligheid en de aantrekkelijkheid van onze binnenstad en onze wijkwinkelcentra.’ En dan is er nog de meer filosofische vraag: wat voor soort leven streven we na met dit soort diensten? In NRC schreef Arjan van Veelen: ‘Laatst kwam ik de uitdrukking ‘efficiencyfuik’ tegen: als je dingen ‘slimmer’ en ‘efficiënter’ doet, vul je de vrijgekomen tijd met steeds nieuwe taken. Zodat je het alleen maar drukker krijgt. Dat is ook precies waar flitskoeriers voor zorgen: met elke bestelling die je plaatst, maak je je leven juist jachtiger.’


‘Ze weten dat snelle bezorging niet samen mag gaan met het negeren van verkeerslichten. Ook is de veiligheid van onze riders zelf belangrijk. Iedereen die wil, krijgt een helm.’


Davidson van Flink zegt dat het bedrijf de ambitie heeft om te groeien. ‘We willen onze service aan steeds meer klanten aanbieden. Dat doen we door uit te breiden naar andere Nederlandse steden en door ons op meer plekken te vestigen in steden waarin we al actief zijn. Voor meerdere locaties in Nijmegen zijn er op dit moment nog geen concrete plannen.’ Ze kent de verkeersrisico’s, maar zegt dat het bedrijf daarop anticipeert. ‘Veiligheid is een heel belangrijk aspect van de werkzaamheden van onze riders. Ze worden getraind op verkeersveiligheid als ze starten bij Flink. Ze weten bijvoorbeeld dat snelle bezorging niet samen mag gaan met het negeren van verkeerslichten. Ook is de veiligheid van onze riders zelf belangrijk. Iedereen die wil, krijgt een helm.’


Digitale transitie

Tegelijkertijd voorzien de diensten in een behoefte, die alleen maar is gegroeid door de coronacrisis, ziet Maurice Harteveld van de TU Delft. ‘Ik zit bij de faculteit Bouwkunde, bij de leerstoel Urban Design, en ik houd me vooral bezig met de openbare ruimte,’ vertelt hij. Onlangs werkte hij mee aan het project ‘Post-pandemic public spaces’, een serie interviews over hoe de pandemie onze openbare ruimte verandert.


Hoewel de pandemie wel degelijk invloed heeft op de groei van (flits)bezorgdiensten, moeten we voor de wortels ervan verder terug, vertelt Harteveld. ‘Voor ons gevoel duiken diensten als flitsbezorging nu ineens op, maar feitelijk ontstond de trend van goederen en diensten online bestellen al heel voorzichtig in het midden van de jaren ‘80.’ Ook gingen mensen vanaf toen al telewerken. ‘En in de jaren daarna nam dat een vlucht, met als grootste aandrijver de COVID-crisis, dat heeft de boel in een stroomversnelling gebracht. Inmiddels bestelt bijna iedereen weleens iets online.’ Nu de pandemie over zijn hoogtepunt heen is, zullen mensen deels weer teruggaan naar kantoor en ook weer boodschappen gaan doen in fysieke winkels, zegt hij. ‘Maar we hebben het wel ontdekt. De digitale transitie die zich al die jaren heeft ontwikkeld, zorgt ervoor dat flitsbezorgers nu een plek hebben in de maatschappij.’


Clustering van diensten

In de coronacrisis heeft de bezorging van boodschappen dus een enorme vlucht genomen, zegt Harteveld. Albert Heijn experimenteert er wel al sinds 1987 mee, toen onder de naam James Telesuper. ‘Het heeft sindsdien al allerlei namen gehad,’ vertelt hij. Ook andere bedrijven bezorgen natuurlijk al heel lang thuis, met kledingwinkels als het grote voorbeeld. ‘Daar zie je de effecten al veel beter van, bijvoorbeeld leegstand in de binnensteden.’

Dark store in stadscentrum van Nijmegen | Foto door Anne Hopman


De vraag is volgens hem of dat erg is. ‘Je ziet een verschuiving van diensten, mensen gaan met een ander motief naar plekken toe dan vroeger. Een fysieke winkel heeft toegevoegde waarde als het meer aanbiedt dan alleen maar de goederen die mensen kopen. Winkels zoeken een toekomst in wat we hybridiseren noemen.’ Voorbeelden daarvan zijn winkels rond het station, zegt hij. ‘Ook daar zie je winkels gericht op snelheid; grap and go noemen we dat ook wel, vaak gericht op eten. Rondom het station zie je hoe voorzieningen mixen tot een nieuwe combinatie. Een mini-bibliotheek, met wifi en vergaderruimtes, en dichtbij een kinderdagverblijf… Er ontstaat een clustering van diensten. Je gaat naar de Albert Heijn, maar drinkt ook even een koffie. Of je hebt er een werkafspraak, maar kan ook even snel je boodschappen doen. Dat kan online natuurlijk allemaal niet.’ Mensen hebben volgens hem nog altijd behoefte aan contact met anderen op locaties als dit. ‘We zijn geen bits en bytes.’


Het fenomeen van flitsbezorging is dan ook niet alleen te zien in het licht van die digitale transitie. Er is ook iets anders gaande, zegt Harteveld, een sociale transitie. ‘Doordat mensen meer thuis zijn en minder op hun werk, afhankelijk van welk werk ze doen natuurlijk, voelen ze meer eigenaarschap over de ruimte rondom hun huis,’ vertelt hij. ‘Ze lunchen tussendoor buiten in de zon op de stoep of kinderen stoepkrijten voor het huis, mensen hebben meer contact met hun buren.’ In die trend van eigenaarschap krijgen mensen dus ineens distributiecentra en dark stores in hun wijk, zegt hij. ‘Dat levert frictie op. Gemeentes bekijken nu hoe dat moet worden gereguleerd. Het simpelste is het bestemmingsplan, maar het is nog best lastig om dit fenomeen goed in een juridische tekst te krijgen, omdat het zo nieuw is.’


‘Wat flitsbezorgers doen is dus deels heel modern, maar aan de andere kant ook alweer achterhaald, want ze behandelen alle steden en wijken hetzelfde: Snel en in de buurt, maar zeker niet van de buurt.’


De focus op de eigen wijk levert ook op dat ‘gewone’ supermarkten kijken wat in een bepaalde wijk goed verkoopt. Dit is iets dat flitsbezorging niet doet. ‘Deze bedrijven bieden een standaard aanbod voor dagelijkse boodschappen. Dat doen ze in alle wijken en in elke stad op dezelfde manier. De vraag is of je in elke wijk hetzelfde moet willen aanbieden of dat dit zich op een gegeven moment door ontwikkelt richting lokale ondernemers die lokale producten en goederen aanbiedt aan hun specifieke klanten met dezelfde thuisbezorgd-service binnen de buurt.’ Die trend ziet Harteveld al wel ontstaan. ‘Je hoeft niet meer naar het grote kantoor, niet langs de grote supermarkt. Dus wat flitsbezorgers doen is dus deels heel modern, maar aan de andere kant ook alweer achterhaald, want ze behandelen alle steden en wijken hetzelfde: Snel en in de buurt, maar zeker niet van de buurt.’ Volgens hem moeten we zien hoe steden hiermee omgaan in de toekomst. ‘Dat dit zich nog verder gaat ontwikkelen is zeker.’


Vooralsnog zijn de zwarte en roze jassen overal te zien in de stad en maken consumenten dus vrolijk gebruik van de snelle boodschappenservice. Of dit het boodschappen doen van de toekomst is of dat de bedrijven nog verder ontwikkelen en lokaler worden, zal de toekomst uitwijzen. De eigenaar van de tegenovergelegen winkel Meltem maakt zich in ieder geval nog geen zorgen, zegt ze. ‘Sinds de coronacrisis zien we wel dat mensen soms kiezen voor bezorging en dus niet hier komen, maar niet heel vaak. Wij richten ons op mensen die verrast willen worden, soms nog niet weten wat ze willen koken en daar tips bij willen.’ Dan onderbreekt ze het interview om een binnenkomende klant te groeten.