top of page

Zicht op licht

  • Foto van schrijver: ACN
    ACN
  • 26 jan
  • 6 minuten om te lezen

Tekst: Mieke Dings | Beeld: More or Less Design


De feestverlichting is verwijderd, maar de dagen zijn nog steeds kort: het ideale moment om de gewone verlichting van Nijmegen eens goed te bekijken. Want waarom heeft de ene wijk wandverlichting en de andere alleen lantaarnpalen? Bestaat er zoiets als een Nijmeegs lichtplan en zo ja, wie maakt dit? Hoog // Diep redacteur Mieke Dings stapt in de wereld van de stadsverlichting.



Wist je dat Nijmegen als eerste stad in Nederland elektrische straatverlichting had? Het was Willem Smit (de grondlegger van het nog altijd bestaande Smit Transformatoren) die in 1886 de eerste vier elektrisch aangedreven tuimellantaarns aan de Waalkade installeerde, spoedig gevolgd door zes andere. Ze beschikten over een bijna dagelijks te vervangen koolspits en waren aangesloten op een kleine elektriciteitscentrale – bestaande uit een stoommachine met dynamo – in de Gasfabriek aan de Nieuwe Marktstraat. Het licht dat ze gaven was veel feller dan mensen van de oude petroleumlampen gewend waren. Ze fungeerden dan ook als ideale bakens voor de scheepvaart.



Schijnveiligheid

Sinds de introductie van die eerste vier lantaarns is er nogal wat verlichting bijgekomen - en niet alleen in Nijmegen. De afgelopen eeuw is Nederland 125 keer lichter geworden. En hoewel de verlichting in ons land op het moment minder hard toeneemt dan in de rest van de wereld – die elk jaar tien procent lichter wordt – is er nog altijd sprake van een toename, zoals op deze kaart te zien is. De recente moord op Lisa heeft de roep om meer verlichting weer doen oplaaien. Ook de provincie Gelderland gaf onlangs aan de ‘black spots’ langs provinciale wegen in kaart te brengen en beter te willen gaan verlichten.

Dat meer licht echter niet meer veiligheid betekent, proberen verschillende experts ons ondertussen al jarenlang duidelijk te maken. “Meer licht geeft juist meer duisternis", zei Marjolijn van Heemstra, schrijver en duisternis-expert hier eerder over. Ze gaf daarbij het voorbeeld van een felle lantaarnpaal, die juist maakt dat je de wereld om je heen minder goed ziet. “Dan ben je onveilig, want je kan worden aangevallen zonder dat je het merkt." Bovendien betekent meer verlichting ook meer lichthinder, dus meer verstoring van het dag- en nachtritme van de natuur, inclusief van onszelf. Maar: “Wij kunnen zelf iets doen: onze telefoon wegleggen bijvoorbeeld. Dieren kunnen niet vragen: mag het licht uit? Zij kunnen de gordijnen niet dicht doen”, zei een onderzoeker hier eerder over.


“Meer licht geeft juist meer duisternis”

Om die reden pleiten verschillende experts niet alleen voor dimbare en gekleurde lampen – amberkleurig licht zou vleermuizen minder hinderen – maar vooral voor minder lampen en dus meer duisternis (zie ook deze special van Blauwe Kamer en Scape). Steeds meer gemeentes gaan hierin mee. Sommigen kennen zelfs een ‘nee, tenzij’-beleid als het gaat om verlichting. Wijchen zette een paar jaar geleden bij wijze van proef nog hele wijken in het donker en experimenteert ook nu weer met minder licht. Ook Nijmegen probeert niet nodeloos te verlichten. Vele parken blijven ’s nachts zelfs donker. “Dat doen we niet alleen voor de natuur”, legt gemeentelijk lichtadviseur Henk Marissen uit. “Het is ook om geen schijnveiligheid te creëren. Zonder sociale controle is er namelijk geen veiligheid. En dus verlichten we ’s nachts liever routes waarlangs ook mensen wonen.”



Integrale lichtplannen

Dat veiligheid en verlichting een integraal onderdeel van stedenbouw dienen te zijn, dringt nog niet overal door - zo blijkt uit het in 2024 verschenen Handboek Omgevingsgericht Lichtontwerp. Eén van de hoofdauteurs, Philip Ross, zei hier eerder over: “In de ontwerpfase voor openbare ruimte zie je dat er vaak wordt gedacht in dagbeelden. Pakweg de helft van de tijd is het echter donker en dan bepaalt lichtontwerp hoe bruikbaar zo’n ruimte is. Het handboek helpt om de mindset op dit punt te veranderen.” Ook in Nijmegen werd verlichting nog wel eens op het laatste moment in het ontwerp meegenomen”, geeft Marissen aan. Maar sinds de gemeente bij aanvang van een nieuw project of renovatie een start-up bijeenkomst met alle verschillende partijen organiseert, is dat niet meer het geval. Marissen: “Stedenbouwkundigen denken er nu wel degelijk aan en weten me te vinden bij vragen of wensen”.


“Minder masten betekent ook minder fietsen ertegenaan”

De gemeente maakt niet overal de lichtplannen zelf. In het veelgeprezen nieuwe Hart van de Waalsprong waren het De Urbanisten die in opdracht van ontwikkelaar AM en Van Wonen de verlichting als onderdeel van de openbare ruimte ontwierpen. Ze kozen ervoor om op het centrale plein enkele hoge masten met meerdere spots te plaatsen om een woud van palen te voorkomen en meer openbare ruimte over te houden. “Minder masten betekent ook minder fietsen ertegenaan”, voegt Dirk van Peijpe van De Urbanisten nuchter toe. In de doorgaande straten plaatsten ze lichtmasten en in de smallere straten is de verlichting aan de gevels bevestigd. Van Peijpe: “Omdat architecten hier al van wisten, konden ze mooi in het ontwerp worden opgenomen in plaats van achteraf met een kastje aan de gevel te moeten worden weggewerkt. Dat maakt een groot verschil in uitstraling.”



De armatuur die hier is toegepast, de Lowlander, is ook op andere plekken in Noord toegepast. Deze lamp is door Modernista en hun Spaanse fabrikant Setga ontworpen op basis van gesprekken met de gemeente Nijmegen. Die stelde namelijk strenge eisen op het gebied van duurzaamheid, niet alleen qua energiezuinigheid maar ook wat de circulariteit van het materiaal betreft. Want, zoals de toenmalig lichtadviseur zei: “Voor je het weet, schaf je het milieuprobleem van de toekomst aan.” De Lowlander is zeer duurzaam en bevat behalve functionele verlichting ook een strook voor markeringsverlichting, om bijvoorbeeld routes aan te geven. Inmiddels hangt de verlichting ook in de binnenstad van Groningen.



Lichtstad

Nijmegen heeft ondertussen nog een flinke slag te slaan, want in 2030 moet alle verlichting door energiezuinige led-verlichting vervangen zijn. Dit gebeurt deels als onderdeel van een grotere opknapbeurt voor de openbare ruimte. Veel wijken zijn in de jaren zestig en zeventig ontworpen en de openbare voorzieningen zijn hier sowieso aan vervanging toe. Dit biedt niet alleen kansen voor een meer omgevingsgericht lichtontwerp, maar ook om de verlichting slim aan te sturen. Marissen: “Nijmegen dimt op dit moment al ’s nachts. Met slimme led-lichtmasten kunnen we hierin meer variëren en het verlichtingsniveau bijvoorbeeld laten aanpassen aan de drukte op straat.” De rondweg S100 is al jaren geleden van zo’n adaptief systeem voorzien.



In de binnenstad zijn bijna alle hanglampen inmiddels vervangen. Ook in en om de Stevenskerk is de verlichting vernieuwd. Het idee om dit soort bijzondere plekken in de stad te verlichten, kwam vooral van de rond de eeuwwisseling door verschillende ondernemers opgerichte Stichting de Verlichting. De Stichting wilde Nijmegen weer tot de spectaculaire lichtstad maken die in de jaren vijftig van de vorige eeuw toeristen naar de stad toe lokte. Eén van haar eerste projecten was de projectie van Keizer Karel op het naar hem vernoemde plein. Ook riep ze op tot een verlichtingsplan voor de Waalbrug en zorgde de stichting ervoor dat het Kronenburgerpark van sfeerverlichting werd voorzien. Hoewel niet alles de tand des tijds doorstond – de projectie verdween bijvoorbeeld snel – deed de Stichting de stad wel de potentie van licht herontdekken. Voorlopig Nijmeegs hoogtepunt is misschien wel het dagelijkse lichtmonument op stadsbrug de Oversteek.


De plannen zetten de ‘kroonjuwelen’ van de parken in het licht

Op dit moment liggen nieuwe lichtplannen, die het Rotterdamse lichtontwerpbureau Atelier Lek in opdracht van de gemeente voor het Valkhofpark en Kronenburgerpark ontwierp, te wachten op uitvoering. De plannen zetten de ‘kroonjuwelen’ van de parken in het licht. “In beide parken, maar vooral in het Valkhofpark, zal de aandacht veel meer dan nu uitgaan naar de kapel, de ruïne, de stadsmuur en de bunker. Die historische elementen leiden je straks door het park”, zegt Lek-oprichtster Iris Dijkstra. Naar verwachting zal de nieuwe verlichting nog dit jaar te zien zijn. Daarna volgt die van het Kronenburgerpark, waar ook al lichtproeven gedaan zijn. Mét de uitbater van de Kruittoren erbij, want, zo benadrukt Dijkstra, “bewoners moeten de verlichting gaan omarmen, zij moeten straks gaan bellen als er iets aan de hand is”. In dit park zullen lantaarns de hoofdroute blijven belichten. En uiteraard blijft daarbij de enige tuimellantaarn die Nijmegen nog telt, staan. Als een stille herinnering aan hoe het 140 jaar geleden begon.


 

 
 
 

Opmerkingen


CONTACT
OVER

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN)

Winselingseweg 16, U-74

6541 AK Nijmegen

06 11 62 02 17

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) verbindt mensen, kennis en ideeën om samen te bouwen aan een stad voor iedereen. Ruimtelijke uitdagingen, zoals de klimaat- en woonopgave en energie- en mobiliteitstransitie, raken ons allemaal. We zien het daarom als onze missie om het gesprek te voeren over onze leefomgeving door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. 
Lees meer...

logo-nijmegen-rgb_edited.avif
ba5b61_bd913bb8fab64e0baa2cffc5b802573e~mv2_d_3508_2480_s_4_2.avif
ba5b61_ebe2cb07f32d4701b6e59c9178490081~mv2.avif
thumb_49.avif

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2021 | Alle rechten voorbehouden

bottom of page