Zicht op licht
- ACN

- 1 dag geleden
- 6 minuten om te lezen
Tekst: Mieke Dings | Beeld: More or Less Design
De feestverlichting is verwijderd, maar de dagen zijn nog steeds kort: het ideale moment om de gewone verlichting van Nijmegen eens goed te bekijken. Want waarom heeft de ene wijk wandverlichting en de andere alleen lantaarnpalen? Bestaat er zoiets als een Nijmeegs lichtplan en zo ja, wie maakt dit? Hoog // Diep redacteur Mieke Dings stapt in de wereld van de stadsverlichting.

Wist je dat Nijmegen als eerste stad in Nederland elektrische straatverlichting had? Het was Willem Smit (de grondlegger van het nog altijd bestaande Smit Transformatoren) die in 1886 de eerste vier elektrisch aangedreven tuimellantaarns aan de Waalkade installeerde, spoedig gevolgd door zes andere. Ze beschikten over een bijna dagelijks te vervangen koolspits en waren aangesloten op een kleine elektriciteitscentrale ā bestaande uit een stoommachine met dynamo ā in de Gasfabriek aan de Nieuwe Marktstraat. Het licht dat ze gaven was veel feller dan mensen van de oude petroleumlampen gewend waren. Ze fungeerden dan ook als ideale bakens voor de scheepvaart.

Schijnveiligheid

Sinds de introductie van die eerste vier lantaarns is er nogal wat verlichting bijgekomen - en niet alleen in Nijmegen. De afgelopen eeuw is Nederland 125 keer lichter geworden. En hoewel de verlichting in ons land op het moment minder hard toeneemt dan in de rest van de wereld ā die elk jaar tien procent lichter wordt ā is er nog altijd sprake van een toename, zoals op deze kaartĀ te zien is. De recente moord op Lisa heeft de roep om meer verlichting weer doen oplaaien. Ook de provincie Gelderland gaf onlangsĀ aan de āblack spotsā langs provinciale wegen in kaart te brengen en beter te willen gaan verlichten.
Dat meer licht echter niet meer veiligheid betekent, proberen verschillende experts ons ondertussen al jarenlang duidelijk te maken. āMeer licht geeft juist meer duisternis", zei Marjolijn van Heemstra, schrijver en duisternis-expert hier eerder over. Ze gaf daarbij het voorbeeld van een felle lantaarnpaal, die juist maakt dat je de wereld om je heen minder goed ziet. āDan ben je onveilig, want je kan worden aangevallen zonder dat je het merkt." Bovendien betekent meer verlichting ook meer lichthinder, dus meer verstoring van het dag- en nachtritme van de natuur, inclusief van onszelf. Maar: āWij kunnen zelf iets doen: onze telefoon wegleggen bijvoorbeeld. Dieren kunnen niet vragen: mag het licht uit? Zij kunnen de gordijnen niet dicht doenā, zei een onderzoeker hier eerder over.
āMeer licht geeft juist meer duisternisā
Om die reden pleiten verschillende experts niet alleen voor dimbare en gekleurde lampen ā amberkleurig licht zou vleermuizen minder hinderen ā maar vooral voor minder lampen en dus meer duisternis (zie ook deze specialĀ van Blauwe Kamer en Scape). Steeds meer gemeentes gaan hierin mee. Sommigen kennen zelfs een ānee, tenzijā-beleid als het gaat om verlichting. Wijchen zette een paar jaar geleden bij wijze van proef nog hele wijken in het donker en experimenteert ook nu weerĀ met minder licht. Ook Nijmegen probeert niet nodeloos te verlichten. Vele parken blijven ās nachts zelfs donker. āDat doen we niet alleen voor de natuurā, legt gemeentelijk lichtadviseur Henk Marissen uit. āHet is ook om geen schijnveiligheid te creĆ«ren. Zonder sociale controle is er namelijk geen veiligheid. En dus verlichten we ās nachts liever routes waarlangs ook mensen wonen.ā

Integrale lichtplannen
Dat veiligheid en verlichting een integraal onderdeel van stedenbouw dienen te zijn, dringt nog niet overal door - zo blijkt uit het in 2024 verschenen Handboek Omgevingsgericht Lichtontwerp. EĆ©n van de hoofdauteurs, Philip Ross, zei hier eerder over: āIn de ontwerpfase voor openbare ruimte zie je dat er vaak wordt gedacht in dagbeelden. Pakweg de helft van de tijd is het echter donker en dan bepaalt lichtontwerp hoe bruikbaar zoān ruimte is. Het handboek helpt om deĀ mindsetĀ op dit punt te veranderen.ā Ook in Nijmegen werd verlichting nog wel eens op het laatste moment in het ontwerp meegenomenā, geeft Marissen aan. Maar sinds de gemeente bij aanvang van een nieuw project of renovatie een start-up bijeenkomst met alle verschillende partijen organiseert, is dat niet meer het geval. Marissen: āStedenbouwkundigen denken er nu wel degelijk aan en weten me te vinden bij vragen of wensenā.
āMinder masten betekent ook minder fietsen ertegenaanā
De gemeente maakt niet overal de lichtplannen zelf. In het veelgeprezen nieuwe Hart van de Waalsprong waren het De Urbanisten die in opdracht van ontwikkelaar AM en Van Wonen de verlichting als onderdeel van de openbare ruimte ontwierpen. Ze kozen ervoor om op het centrale plein enkele hoge masten met meerdere spots te plaatsen omĀ een woud van palen te voorkomenĀ enĀ meer openbare ruimte over te houden. āMinder masten betekent ook minder fietsen ertegenaanā, voegt Dirk van Peijpe van De Urbanisten nuchter toe. In de doorgaande straten plaatsten ze lichtmasten en in de smallere straten is de verlichting aan de gevels bevestigd. Van Peijpe: āOmdat architecten hier al van wisten, konden ze mooi in het ontwerp worden opgenomen in plaats van achteraf met een kastje aan de gevelĀ te moeten worden weggewerkt. Dat maakt een groot verschil in uitstraling.ā

De armatuur die hier is toegepast, de Lowlander, is ook op andere plekken in Noord toegepast. Deze lamp is door Modernista en hun Spaanse fabrikant Setga ontworpen op basis van gesprekken met de gemeente Nijmegen. Die stelde namelijk strenge eisen op het gebied van duurzaamheid, niet alleen qua energiezuinigheid maar ook wat de circulariteit van het materiaal betreft. Want, zoals de toenmalig lichtadviseur zei: āVoor je het weet, schaf je het milieuprobleem van de toekomst aan.ā De Lowlander is zeer duurzaam en bevat behalve functionele verlichting ook een strook voor markeringsverlichting, om bijvoorbeeld routes aan te geven. Inmiddels hangt de verlichting ook in de binnenstad van Groningen.
Lichtstad
Nijmegen heeft ondertussen nog een flinke slag te slaan, want in 2030 moet alle verlichting door energiezuinige led-verlichting vervangen zijn. Dit gebeurt deels als onderdeel van een grotere opknapbeurt voor de openbare ruimte. Veel wijken zijn in de jaren zestig en zeventig ontworpen en de openbare voorzieningen zijn hier sowieso aan vervanging toe. Dit biedt niet alleen kansen voor een meer omgevingsgericht lichtontwerp, maar ook om de verlichting slim aan te sturen. Marissen: āNijmegen dimt op dit moment al ās nachts. Met slimme led-lichtmasten kunnen we hierin meer variĆ«ren en het verlichtingsniveau bijvoorbeeld laten aanpassen aan de drukte op straat.ā De rondweg S100 is al jaren geledenĀ van zoān adaptief systeem voorzien.

In de binnenstad zijn bijna alle hanglampen inmiddels vervangen. Ook in en om de Stevenskerk is de verlichting vernieuwd. Het idee om dit soort bijzondere plekken in de stad te verlichten, kwam vooral van de rond de eeuwwisseling door verschillende ondernemers opgerichte Stichting de Verlichting. De Stichting wilde Nijmegen weer tot de spectaculaire lichtstad maken die in de jaren vijftig van de vorige eeuw toeristen naar de stad toe lokte. EĆ©n van haar eerste projecten was de projectie van Keizer Karel op het naar hem vernoemde plein. Ook riep ze op tot een verlichtingsplan voor de Waalbrug en zorgde de stichting ervoor dat het Kronenburgerpark van sfeerverlichting werd voorzien. Hoewel niet alles de tand des tijds doorstond ā de projectie verdween bijvoorbeeld snel ā deed de Stichting de stad wel de potentie van licht herontdekken. Voorlopig Nijmeegs hoogtepunt is misschien wel het dagelijkse lichtmonument op stadsbrug de Oversteek.
De plannen zetten de ākroonjuwelenā van de parken in het licht
Op dit moment liggen nieuwe lichtplannen, die het Rotterdamse lichtontwerpbureau Atelier Lek in opdracht van de gemeente voor het Valkhofpark en Kronenburgerpark ontwierp, te wachten op uitvoering. De plannen zetten de ākroonjuwelenā van de parken in het licht. āIn beide parken, maar vooral in het Valkhofpark, zal de aandacht veel meer dan nu uitgaan naar de kapel, de ruĆÆne, de stadsmuur en de bunker. Die historische elementen leiden je straks door het parkā, zegt Lek-oprichtster Iris Dijkstra. Naar verwachting zal de nieuwe verlichting nog dit jaar te zien zijn. Daarna volgt die van het Kronenburgerpark, waar ook al lichtproeven gedaan zijn. MĆ©t de uitbater van de Kruittoren erbij, want, zo benadrukt Dijkstra, ābewoners moeten de verlichting gaan omarmen, zij moeten straks gaan bellen als er iets aan de hand isā. In dit park zullen lantaarns de hoofdroute blijven belichten. En uiteraard blijft daarbij de enige tuimellantaarn die Nijmegen nog telt, staan. Als een stille herinnering aan hoe het 140 jaar geleden begon.

Ā












Opmerkingen