top of page
  • Foto van schrijverACN

Wennen aan de looks van een houten huis

Hoog // Diep | artikel



De bouw moet klimaatneutraler worden, daar is bijna iedereen het wel over eens. Redenen zijn er te over: de stikstofcrisis, de CO2-heffing of omdat we voelen dat het klimaat opwarmt. Maar het vraagt wel iets van onze ideeën over wat er ‘mooi’ of ‘netjes’ uitziet en hoe gebouwen verouderen. De één vindt biobased bouwen, met bijvoorbeeld hout of vlas, zowel esthetisch als functioneel een mooie ontwikkeling. De ander moet daar nog aan wennen. ‘Als je bevlogen bent, krijg je veel mensen mee in dit verhaal.’ 



CPO Elzendal heeft grootse plannen. ‘De initiatiefnemers waren buren van elkaar en wilden met elkaar in kleinere, duurzame woningen oud worden’, vertelt Kristine Biegman, aangesloten bij de groep en lid van de werkgroep communicatie. CPO staat voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Hierbij ontwikkelt een groep particulieren hun droomhuizen, waarbij aandacht voor samenleven en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. CPO’s, zoals de gemeente ze op de website noemt, registreren zich en zodra er een kavel vrijkomt dat geschikt is, kunnen ze hun plannen voor die plek indienen. De gemeente beoordeelt en kiest dan.


De mensen achter Elzendal wilden hun grote huizen doorgeven aan een volgende generatie en hun duurzame woondroom verwezenlijken, zegt Biegman. ‘Er zitten mensen uit verschillende generaties bij, maar ook zeker wat oudere mensen die het financieel goed voor elkaar hebben. Zij willen dat hun laatste huis innovatief en goed voor de planeet wordt.’


'Uiteindelijk heeft de groep een tender voor de Elzenstraat in Nijmegen-Oost gewonnen. Naast vier gezinswoningen en achttien appartementen komen er een gemeenschappelijke ruimte, logeerkamer, ondergrondse parkeergarage (inspelend op een eis vanuit de gemeente) en een grote gedeelde tuin. ‘Wat iedereen belangrijk vindt, wisselt, maar we komen er over het algemeen goed uit met z’n allen.’


Natuurlijke omgeving

Wat Elzendal wil doen, is biobased en biofilisch bouwen. Het eerste betekent volgens de website van de Rijksoverheid dat er gebouwd wordt met ‘bouwmaterialen van dierlijk materiaal of van schimmels, planten, bacteriën die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden’. Biofilisch betekent dat de relatie tussen de bewoners of gebruikers en de natuurlijke omgeving centraal staat. 'Veel toekomstige bewoners willen deze principes ook in hun inrichting terug laten komen.' 


Ontwerp CPO Elzendal | Beeld: ORGA Architect


Daan Bruggink is architect en oprichter van ORGA architect, het bureau dat werkt aan de verwezenlijking van CPO Elzendal. Natuurlijk bouwen is het fundamentele principe van dit bureau, zo valt te lezen op de website. ‘Vroeger wilde ik bioloog worden, de natuur was al vroeg belangrijk voor me. Ik kom uit Nijmegen en ging altijd al graag het bos in, naar de Duivelsberg bijvoorbeeld’, vertelt hij. ‘Ik was alleen heel slecht in scheikunde, dus biologie studeren werd het niet. Toen ben ik architectuur gaan studeren in Delft en gaan bekijken hoe natuur bouwt.’ Binnen zijn opleiding was nog weinig aandacht voor biofilisch ontwerpen, dus Bruggink verdiepte zichzelf verder in de relatie tussen natuur en architectuur.

‘Toen ik ermee begon vonden veel mensen het onzin, nu is het superhot. Dat komt natuurlijk deels omdat we merken dat het warmer en droger wordt. We moeten echt iets gaan doen.’ 


Dit doet hij op vier manieren. ‘Biobased materialen gebruiken, natuurlijke vormen ontwerpen, natuurlijke technieken zoals biomimetica en aandacht hebben voor het gezondheidsaspect, het biofilische’, vertelt hij. Al tijdens zijn studie richtte hij ORGA op, het architectenbureau in Nijmegen waar hij nu met zes andere vaste medewerkers werkt. De tijd verandert, zegt hij. ‘Toen ik ermee begon vonden veel mensen het onzin, nu is het superhot. Dat komt natuurlijk deels omdat we merken dat het warmer en droger wordt. We moeten echt iets gaan doen.’ 


Tussen de oren

Daar is Richelle de Jong, architect en partner bij DP6 architectuurstudio in Delft, het mee eens. ‘Mensen zijn zeker anders gaan kijken. Wij werken aan veel overheidsopdrachten en ook wel woningbouw. Vaak zit duurzaamheid nu al in de uitvraag, het wordt ook steeds beter gedefinieerd.’ Vroeger was het een heel breed begrip, maar nu vragen opdrachtgevers specifiek naar energieverbruik, materiaalgebruik, klimaatadaptatie en biodiversiteit, bijvoorbeeld. ‘Eerder was er een kleine club die agendeerde dat ontwerpen en bouwen duurzamer moest, nu zit dat veel meer tussen de oren bij iedereen.’


De Jong wist al vroeg dat ze architect wilde worden. ‘De combinatie tussen het abstracte en het creatieve sprak me aan.’ Ze noemt de definitie van architectuur: functionaliteit, constructie en esthetiek. ‘Het een kan niet zonder het ander. Mensen moeten het mooi vinden, het moet allemaal kloppen en ook werken voor de mensen die erin leven of werken.’ Voor haar is ook het psychologische aspect belangrijk. ‘Ik geloof heel erg dat de fysieke omgeving waar je je begeeft iets doet met je emotie. Als vormgevers dragen we daaraan bij en hebben we een verantwoordelijkheid in het creëren van goede woonomgeving.’ Hiermee doelt ze niet alleen op het interieur, maar ook op de beleving in de publieke ruimte.


Hortis Ludi (Architectuur Maken) - volledig houten woningen aan de Dobbelmanweg in Nijmegen | Foto: Anne Hopman


De architectuur van DP6 is zoveel mogelijk biobased. Qua materialen kun je natuurlijk denken aan hout, maar ook aan vlas, schors of riet, vertelt De Jong. ‘Die materialen wil je het liefst lokaal winnen, op kleine schaal.’ Biobased bouwen vraagt iets van het beeld dat we hebben van wat mooi en toekomstbestendig is. In gesprekken met potentiële bewoners of gebruikers maken mensen zich het meest zorgen over de bestendigheid van het materiaal, merkt De Jong. ‘Hoe blijft een houten buitengevel bijvoorbeeld mooi, hoe onderhoud je het, is het gemakkelijk te vervangen? Dat zijn allemaal zaken waar we bij DP6 over nadenken.’


‘Het ontwerpproces kent verschillende cycli van overleg: met het ontwerpteam, de opdrachtgever, maar ook met gebruikers’, zegt De Jong. ‘We stellen altijd de drie vragen: hoe woon je nu, hoe zou je willen wonen, en wat heb je nodig in het gebouw waarin je gaat werken?’ Het team van DP6 probeert mensen ook te prikkelen om na te denken over de functie en toekomst van een gebouw. ‘Bij een school begin je bijvoorbeeld grof, bij de onderwijsvisie, en werk je dat samen uit naar fijn, van het materiaal- en kleurgebruik helemaal tot aan de stopcontacten.’


‘Hoe blijft een houten buitengevel bijvoorbeeld mooi, hoe onderhoud je het, is het gemakkelijk te vervangen?


Ook baksteen gemaakt van rivierklei is bijvoorbeeld in essentie een hernieuwbaar materiaal en dus biobased, stelt De Jong. ‘In de productie kost dit materiaal veel energie, maar afgezet tegen de lange levensduur en recyclebaarheid kun je het zien als een duurzaam materiaal. Ook zijn er ontwikkelingen gaande om stenen op een andere manier te produceren.’ De Jong en haar collega’s denken op allerlei manieren na over duurzaamheid en zoeken naar het maximum aan mogelijkheden binnen de kaders van een opdracht. ‘We proberen te doen wat bereikbaar is binnen een project. Als het vanaf het begin af aan de intentie was om biobased te bouwen, dan houd ik daar ook sterk aan vast,’ zegt ze. ‘Als wij al de gemakkelijke weg kiezen, dan is het voor de andere betrokken partijen verleidelijk om hetzelfde te doen. Het is belangrijk om een aantal speerpunten te kiezen en echt te gaan voor die doelstelling. Misschien kun je niet volledig biobased gaan, maar dan in ieder geval deels.’


Passend bij de buurt

Bij CPO Elzendal werd vanaf het begin op deze manier nagedacht over het ontwerp. ‘Naast natuurinclusief en duurzaam wilden we ook nadenken over de verbinding met de wijk en de historie van de plek. Dat was ook een vraag vanuit de gemeente’, vertelt Kristine Biegman. ‘En dan natuurlijk het gemeenschappelijke aspect: welke voorzieningen worden gedeeld? En hoe vinden we de aansluiting met de buurt?’ Ze werkten vanuit een visie en ideaal naar de details toe. ‘Daarbij hebben we natuurlijk in de loop der tijd ook te maken gekregen met stijgende bouw- en materiaalkosten. Dan moet je helaas wat stapjes terug doen. Zo komen er nu wel stukjes beton in.’


In dit proces moest de groep vele vragen beantwoorden. ‘Welk soort hout wil je gebruiken, in hoeverre verkleurt het, wil je dat laten gebeuren of probeer je daar iets aan te doen? Past bouwen met veel hout in de rest van de wijk? Laten we alles begroeien? Hoe maken we de tuin geschikt voor vleermuizen en andere diersoorten?’ De zitramen bijvoorbeeld zouden eerst uit het gebouw steken, maar zijn toch inpandig gemaakt. ‘De welstandscommissie heeft een aantal zaken zoals die ramen gecorrigeerd zodat het plan beter in het straatbeeld past.'


CPO Elzendal in aanbouw | Foto: Anne Hopman

De gemeente beoordeelt CPO’s namelijk ook op ‘Ruimtelijke kwaliteit en Cultuurhistorie’. Hierin kijkt de commissie Beeldkwaliteit goed naar hoe de wijk er nu uitziet en wat ervoor nodig is om een nieuw te bouwen complex daarin te laten passen. Op de hoek van de straat staat een Rijksmonument, waar Elzendal hun woningen ‘in vorm en situering op laat aansluiten’. Ook blijft het kunstwerk De Zonnebank (ook wel ‘Het Hart’) op het terrein staan en wordt het in ere hersteld.


Natuurlijke logica

Naast de esthetische kant is het ook belangrijk hoe een gebouw aanvoelt voor de gebruikers, zo stelt ook Daan Bruggink. ‘Je hebt dus de energietransitie, daar zijn we al best ver mee en de materiaaltransitie, waar we het tot nu toe over hadden. De volgende transitie gaat over gezondheid’, zegt hij. ‘Vanwege de energietransitie zijn we gebouwen helemaal gaan isoleren, maar dachten we er niet altijd over na dat er ook mensen de hele dag in moesten gaan zitten. Ik denk dat we alle drie de transities op een natuurlijke manier kunnen aanpakken.’


Zo kun je bijvoorbeeld kijken naar vormen uit de natuur. ‘Waarom maakt de natuur bepaalde vormen en zien we die niet terug in onze gebouwen? We bouwen vooral blokken, dat is zonde’, zegt hij. ‘Er is een gebouw in Zimbabwe dat is geïnspireerd op een termietenheuvel en dat op een natuurlijke manier ventileert. Dat vind ik geweldig. Het is heel logisch om van de natuur te leren.’ Door meer te ontwerpen vanuit de principes van de natuur, zouden we onze woonomgeving dus gezonder kunnen maken. ‘Er zijn heel veel onderzoeken die dat uitwijzen. Zo is onderzocht wat het effect is van biofilische schoollokalen op de hartslag van kinderen. Die ligt significant lager en dat heeft allerlei gezondheidsvoordelen voor hen en hun leerkrachten.’


‘Er is een gebouw in Zimbabwe dat is geïnspireerd op een termietenheuvel en dat op een natuurlijke manier ventileert. Het is heel logisch om van de natuur te leren.’ 


Met een van de projecten waar Bruggink vanuit ORGA momenteel aan werkt, wil hij bijdragen aan het onderzoek naar biofilisch bouwen: een nieuw gebouw voor Zorginstelling Aveleijn met 32 wooneenheden, waar volwassenen met een (lichte) verstandelijke beperking begeleid wonen. ‘De opdrachtgever wil met TNO gaan onderzoeken wat er op gezondheidsvlak voor de bewoners verandert als we het oude, traditionele gebouw en het nieuwe gebouw met elkaar vergelijken.’


Honderd procent biobased

Ook De Jong noemt de voordelen voor de eindgebruikers van biofilisch bouwen. ‘Een houten kanaalplaatvloer kan in een school bijvoorbeeld bijdragen aan de akoestiek in plaats van systeemplafonds, maar zorgt ook voor een gezond binnenklimaat. Hout ademt veel meer.’ Zaken als brandveiligheid en geluidsisolatie kunnen in de detaillering goed worden opgelost. ‘Omdat gebruikers niet gewend zijn aan houtbouw, ligt de zorg vaak bij de laatste aspecten. De voordelen van biofilisch bouwen zijn vaak minder bekend.’


Een project waar De Jong trots op is en waar zij en het bureau veel van hebben geleerd, is het bouwen van het Natural Pavilion voor de Floriade in Almere. Dit is een bijna honderd procent biobased, circulair inspiratiepaviljoen dat volledig demontabel is. ‘Dat is een project geweest met een heel snel proces. Daarom had onze opdrachtgever het hout alvast gereserveerd voor het geval we de opdracht zouden winnen, want we wilden natuurlijk bouwen met Nederlands hout’, vertelt ze. ‘Er zit zoveel energie in dat project. Niets was voor ons als consortium onmogelijk. In andere bouwprocessen komen we vaak obstakels tegen, omdat onze markt en processen er nog niet op zijn ingericht.

The Natural Pavilion | Foto: DP6 architectuurstudio


Het glas voor Natural Pavilion is hergebruikt uit een overheidsgebouw in Den Haag, de kozijnen zijn er vervolgens omheen gemaakt. Het glas dat overbleef, gebruikten de ontwerpers als basis voor zonnepanelen. De invullingen binnen het constructieve casco werden verzorgd door exposanten van biobased materialen, zoals mycelium, kurk, houtschors, of plaatmateriaal van zaden en stengels uit de tuinbouw en akkerbouw. Ook is er resthout gebruikt, bijvoorbeeld voor constructies in de binnenwanden, die zijn gemaakt van oud hout van Velux dakramen.


‘Als je bevlogen bent, krijg je veel mensen mee in dit verhaal.’ 


‘Er is een heel sterke scheiding zichtbaar tussen casco en inbouw bij dit project’, vertelt De Jong. ‘De constructie is duidelijk leesbaar in de balken en kolommen van douglashout, de daklichten en gevels houden de zonnewarmte buiten, maar laten daglicht volop binnen. Het interieur is volledig verwisselbaar, waardoor een heel flexibel gebouw ontstaat. Ook de constructie zelf is demontabel, zodat het hele gebouw ergens anders in een andere configuratie weer opgebouwd kan worden.’ De belangrijkste les voor De Jong was dat er heel veel mogelijk is. ‘Als je bevlogen bent, krijg je veel mensen mee in dit verhaal.’ 


Overtuigen met Euro’s

Uiteindelijk kunnen ook bedrijven die vooral worden gemotiveerd door geld overtuigd worden van het nut van biofilisch bouwen, denkt Daan Bruggink. ‘Lichter bouwen, geen CO2-taks, dat zijn natuurlijk de eerste stappen’, zegt hij. ‘Maar ook: als ik meer natuur inbreng zijn mensen minder ziek en productiever, dat zijn ook euro’s. Vroeger, toen ik voor mijn studie keek naar gezonde binnenmilieus, dacht ik dat het niemand echt raakte. Maar nu zijn er ook financiële prikkels bekend.’




222 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Comments


bottom of page