Ruimtelijke rechtvaardigheid in groeiend Nijmegen
- ACN

- 10 mrt
- 7 minuten om te lezen
Stadszaken | 03.03.2026 | terugblik
Tekst: Willem Claassen | Foto's: More or Less design
Nijmegen groeit, maar die groei gaat plaatsvinden binnen de bestaande en veelal volgebouwde 57 km². Met meer mensen op hetzelfde oppervlak wordt de samenwerking tussen individuen, groepen en organisaties belangrijker dan ooit. Hoe kunnen we eerlijk en rechtvaardig groeien voor alle bewoners en stadsgebruikers? En hoe kunnen we deze beperkte ruimte rechtvaardig verdelen? In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen was het tijd om te zoeken naar antwoorden op deze vragen. Op 3 maart gingen onderzoeker Guido Walraven en raadsleden van zes politieke partijen hierover in gesprek in de NYMA Makersplaats.

Het programma werd geopend met een inleiding van Guido Walraven. Hij is oud-lector aan de Hogeschool InHolland en deed onderzoek naar de rechtvaardige stad. ‘Het gaat om de cruciale vraag: van wie is de stad?’, zei Walraven. ‘Is de stad van de gemeenteraad, de ondernemersvereniging, de bezoekers of van alle burgers?’ Het antwoord laat zich raden. Hij noemde twee boeken uit de jaren ‘60 die belangrijk waren voor het idee van een rechtvaardige stad: Het recht op de stad en New Babylon.
Het recht op de stad en het recht op de straat
Henri Lefebvre stelde in Het recht op de stad dat alle verschillende belangen die in een stad spelen op een democratische manier een plek moeten krijgen in het beleid. Dan is de stad voor iedereen. ‘Dit idee leidde tot een sociale beweging’, vertelde Walraven. ‘Het werd ook een VN-ondersteunend concept.’ In New Babylon maakte kunstenaar Constant zich hard voor het recht op de straat. ‘Hij vond dat de spelende mens de ruimte moest krijgen op straat. Dat hoorde bij de revolte van 1968. Met de verbeelding aan de macht zou de rechtvaardige stad dichterbij komen.’
Filosofische benaderingen
Walraven legde uit dat de twee boeken passen bij twee filosofische benaderingen van rechtvaardigheid. Volgens John Rawls moet je voor rechtvaardigheid op zoek naar de juiste procedures en instellingen. Amartya Sen is van mening dat je praktisch moet nagaan hoe je onrechtvaardigheid kunt verminderen. ‘Beide benaderingen gaan uit van de samenhang van sociale, ecologische, economische en ruimtelijke rechtvaardigheid. Niet te veel inzomen op één aspect, want dan verwaarloos je de rest.’
In januari verscheen Spatial Justice van planoloog Roberto Rocco dat aansluit op deze thematiek, ging Walraven verder. ‘Een rijk boek over ruimtelijke rechtvaardigheid, met een overzicht van denkers, praktijkvoorbeelden en een raamwerk voor de praktijk.’ Dat raamwerk bevat drie dimensies: verdeling, procedureel en erkenning.

Drie dimensies
Tot slot ging Walraven wat dieper in op de drie dimensies, die samen een driehoek vormen. Bij verdelende rechtvaardigheid gaat het om een billijke verdeling van huizen, infrastructuur, parken, vervoer en voorzieningen, vertelde hij. ‘Collectieve rechtvaardigheid vergt structurele verandering.’
De procedurele rechtvaardigheid betekent dat niet alleen de processen van besluitvorming fair en inclusief moeten zijn, maar ook de uitkomsten ervan. ‘Participatie moet serieus genomen worden. Daarnaast moet je zorgen dat deelnemers toegang hebben tot de bronnen waarop besluitvorming is gebaseerd. Ook moeten voor die besluitvorming verschillende kennisbronnen worden benut, niet alleen wetenschappelijke.’
De erkennende rechtvaardigheid gaat over de morele plicht van de politiek om de identiteit van individuen, culturele praktijken, historische trajecten en gedeelde ervaringen te respecteren en te kennen. Walraven: ‘Deze formulering heeft een internationale insteek, maar het geldt ook in Nederland - al is de toon hier wat anders. Maar economische ongelijkheid, historische ongelijkheid en racisme moeten erkend worden.’
'Als je verdicht, moet het waarde toevoegen aan de hele stad.’
Rechtvaardig verdichten
In de eerste gespreksronde onder leiding van ACN-directeur Dave Willems ging het over rechtvaardig verdichten. Rosalie Thomassen (Stadspartij Nijmegen) en Charlotte Brand (PvdA) betraden het podium. Thomassen vertelde dat de omgevingsvisie van de gemeente in eerste instantie gericht was op een gezonde en duurzame leefomgeving. ‘Dat vond ik te smal. Het moet ook rechtvaardig zijn. Dat is redelijk unaniem aangenomen.’ Brand: ‘We moeten vanuit de genoemde driehoek kijken hoe we het kunnen verbeteren, anders blijf je kleiner bezig.’
Walraven ziet in Rotterdam, waar hij veel onderzoek deed, dat verdichten tot segregatie kan leiden. ‘In Katendrecht staan nu peperdure woningen’, zei hij. Nijmegen moet werken aan gelijke verdeling, vond Brand. Het stapelt al snel op: geen werk betekent vaak een slechter huis en minder duurzaam. ‘Het zou mooi zijn als je niet meer ziet of het een koop- of huurwoning is. Dat vraag om lef, maar ook om luisteren naar ervaringsdeskundigen en experts.’ Volgens Thomassen kan door de vele transities, zoals op het vlak van mobiliteit en energie, de ongelijkheid groeien. Ze noemde de nieuwbouw van Winkelsteeg als voorbeeld, waar volop wordt ingezet op die transities. ‘Daar kunnen bestaande, omliggende wijken last van krijgen. Als je verdicht, moet het waarde toevoegen aan de hele stad.’
De PvdA is voorstander van een subsidie bij de klimaattransitie voor mensen die minder te besteden hebben, vertelde Brand. ‘Daarvoor moeten we op zoek naar draagvlak en dus met elkaar in gesprek. Er is een visie nodig op volkshuisvesting en openbaar vervoer.’ De raad heeft gevraagd om de omgevingsvisie per stadsdeel verder uit te werken, bracht Thomassen in. Van de Stadspartij Nijmegen mag het nog specifieker. ‘Er is een tweedeling tussen Oost en West, maar ook binnen stadsdelen. Ieder stadsdeel heeft andere behoeften. Er is een academisch kader, maar we moeten het ook praktisch bekijken.’
Leegstandsboete
Uit het publiek kwam de vraag wat de partijen willen doen aan leegstand in tijden van hoge woningnood. ‘Leegstand is zonde’, zei Thomassen. ‘De instrumenten om er iets aan te doen zijn echter wel beperkt. De leegstand is best laag, dat gaat de woningnood niet oplossen. Maar we moeten er iets aan doen.’ Brand gaf aan voorstander te zijn van een leegstandsboete. ‘We moeten alle middelen inzetten om panden te bewonen.’ Verder is ze erg voor van het splitsen van woningen. ‘Dat is een deel van de oplossing. Dat moet niet alleen voor stellen mogelijk zijn, ook voor vrienden.’ Thomassen: ‘Wij zijn iets terughoudender, want huisjesmelkers kunnen er ook hokken van maken. Daar moeten we op letten.’ Brand: ‘Huisjesmelkers moeten we natuurlijk aanpakken.’
'Landelijk moet er meer geld naar volkshuisvesting, dan kunnen we in de gemeente rechtvaardigheid terugbrengen.’
Rechtvaardig woonbeleid
In de tweede gespreksronde was het de beurt aan Delano van Luik van het CDA en Quirijn Lokker van GroenLinks. Zij bespraken het woonbeleid. Lokker gaf aan dat het eigenlijk niet rechtvaardig kan worden zolang er een woningmarkt is. ‘We moeten in elk geval meer op betaalbaarheid aansturen. Landelijk moet er meer geld naar volkshuisvesting, dan kunnen we in de gemeente rechtvaardigheid terugbrengen.’ Concreet wenst Lokker meer sociale huur, vertelde hij. ‘Gemeente kan grond aankopen en zo zorgen voor lagere prijzen voor sociale huizen en coöperatief wonen. Ook kunnen we heldere eisen stellen aan projectontwikkelaars.’ Van Luik sloot zich hierbij aan. Hij ziet ook mogelijkheden in het splitsen van woningen. ‘Dat kan de prijzen lager maken. In Dukenburg gaat het richting 30.000 inwoners. Jongeren en senioren wonen vaak alleen. Daar zie ik veel mogelijkheden.’
Zowel Lokker als Van Luik toonden zich enthousiast over coöperatieve woonvormen. ‘Deze woonvormen verzetten zich tegen kapitaal’, zei Lokker. ‘Wonen wordt het doel, zonder dat je probeert er geld aan te verdienen.’ Van Luik noemde woonverenigingen ‘heel Nijmeegs’. ‘Het zou mooi zijn als we deze initiatieven meer helpen. In Duitsland heb je mini-wooncoöperaties die als mooi voorbeeld kunnen dienen. Als we daar meer in investeren, kan Nijmegen de woonstad van Nederland worden.’ Onderzoeker Walraven vulde aan dat de markt het woonrecht verstoort. Hij zag naast Duitsland ook goede voorbeelden in Wenen. ‘We moeten toe naar een tijd waar het meer gaat om betaalbare woningen voor iedereen.’
Erfpacht en wooninitiatieven
Vervolgens kwam erfpacht ter sprake. GroenLinks ziet daar wel iets in, vertelde Lokker. ‘In Amsterdam heb je dat al. In Nijmegen zijn we goed in actief grondbeleid, maar dat heeft grote risico’s. We hopen meer met erfpacht te kunnen doen, zodat we meer regie krijgen.’ Het CDA is enigszins kritisch, reageerde Van Luik. ‘Erfpacht heeft praktische consequenties. Je koop het af na 20 of 30 jaar en dan wordt het geïndexeerd. Prijzen kunnen dan ineens enorm stijgen en zo wordt het onbetaalbaar. In principe zien we er wat in, maar er moet goed naar gekeken worden.’
De twee raadsleden gingen nog verder in op wooncoöperaties en CPO’s. Van Luik wil kleinschalige initiatieven aanmoedigen, omdat je dan meer diversiteit krijgt dan bij projectontwikkelaars. ‘We moeten zorgen dat ze niet alleen de reststukjes van de stad krijgen.’ Lokker wil initiatiefnemers helpen met advies. ‘Projectontwikkelaars hebben tijd en geld, particulieren vaak niet. Maar het begint bij het vrijmaken van meer grond. Als de gemeente meer grond bezit, werkt dat als vliegwiel.’
Een bezoeker wilde weten hoe ze tegen CPO’s aankijken. Niet iedereen kan zo’n initiatief starten, omdat je eigen geld moet meenemen. Is het dan wel rechtvaardig? ‘Als je het tegenover een projectontwikkelaar zet wel’, zei Van Luik. ‘Maar tegenover wooncoöperaties is dat anders.’ Volgens Lokker is kopen altijd onrechtvaardig. ‘Maar het gaat niet alleen over betaalbaarheid, ook over andere vormen van samenleven. Een CPO bouwt niet alleen samen, maar zorgt ook voor elkaar.’
Rechtvaardige straat
De derde en laatste gespreksronde draaide om de rechtvaardige straat. Frank de Gram van Partij voor de Dieren en Léonie Janssen van D66 legden daarbij hun eigen accenten. Natuur en groen zijn volgens De Gram belangrijk in de publieke ruimte. ‘Ecosystemen liggen aan de basis. Wij willen meer ruimte voor groen. Niet alleen nestkastjes ophangen, maar ook gevels groener maken. Verder minder ruimte voor auto’s, dat is privébezit dat op straat staat.’ Janssen benadrukte de sociale cohesie. ‘We moeten hard bouwen, hoog de lucht in, met op straat meer ruimte voor natuur en ontmoeten. We zijn voor meer huizen erbij en minder ommuurde en betegelde tuintjes.’

Participatie
Hoe kijken ze naar participatie? D66 zou minder regels willen, vertelde Janssen. ‘Regels leveren ook vertraging op.’ Partij voor de Dieren is daar voorzichtig in, gaf De Gram aan. ‘We moeten niet te snel regels schrappen. Daar is zorgvuldigheid bij nodig, zodat we ook in de toekomst een leefbare stad hebben.’ Walraven pleitte voor een lege stoel in de gemeenteraad, die op symbolische wijze de toekomstige bewoners vertegenwoordigen. ‘Die hebben we al!’, zei Janssen.
Een bezoeker wilde weten hoe burgers meer betrokken kunnen worden bij ruimtelijk beleid. De Gram: ‘We hebben een motie ingediend om bewoners zelf hun straat te kunnen laten inrichten. In wijkraden zitten mensen die mondig zijn, maar we moeten ook de stem horen van mensen daarbuiten.’ Janssen is ook voorstander van eigenaarschap voor de eigen straat. ‘Maar ook bij nieuwbouwprojecten is dat van belang. De stem van de woningzoekende wordt vaak niet gehoord, daar moet meer aandacht voor komen.’
Iemand anders uit het publiek was zeer kritisch op de inrichting van Nijmegen. Hij vond als blinde dat de stad veel onveilige plekken kent. ‘We zetten grote stappen’, zei Janssen, ‘maar niet genoeg. We moeten daar harder op inzetten. Dit is een spiegel naar onszelf.’ De Gram betoogde dat er meer aandacht nodig is voor koelte, licht en ruimte. ‘De auto vormt een probleem. In oudere wijken staan ze soms twee rijen dik naast elkaar. Als er één rij weg kan, ontstaat er ruimte op de stoep.’
Stadstekenaar
Stadstekenaar Jelko Arts sloot het programma af met het vertonen van tekeningen die hij gedurende de avond had gemaakt. Hij lichtte zijn werk toe en wees op details, zoals de onaangeraakte glaasjes water op het podium. Arts had een nieuw woord bedacht: een rijtjeswoningrijtje. Op de laatste tekening gaven twee flatgebouwen elkaar een hand.






















Opmerkingen