top of page
  • ACN

Op naar de verzorgingsregio - Interviewserie De rechtvaardige stad

De rechtvaardige stad volgens Kees Schuyt


Door: Mieke Dings

ACN staat dit jaar in het teken van ‘PLEK: plaats maken voor de rechtvaardige stad’. Maar wat is een rechtvaardige stad en hoe werk je hier aan? Deze vragen stellen we dit jaar aan een aantal stadmakers en denkers. Dit keer praten we met Kees Schuyt, emeritus hoogleraar sociologie, voormalig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en auteur van diverse columns (Volkskrant) en boeken over onder andere de verzorgingsstaat. In het voorjaar van 2023 verschijnt zijn nieuwste boek: Begrensde tolerantie. Over verdraagzaamheid, onverdraagzaamheid en het ondraaglijke (Boom Uitgevers).


“Tja, wat is rechtvaardig?” Kees Schuyt draait deze vraag liever om. Want: “Filosofen discussiëren al tijden over de vraag wat rechtvaardig is. Daarmee kom je in een idealistische discussie terecht die nog lang niet beslecht is. Veel makkelijker is het om te benoemen wat onrechtvaardig is, bijvoorbeeld door te kijken naar groepen in een samenleving die het meeste met onrecht te maken krijgen en dus aandacht behoeven. Mahatma Gandhi duidde ze eerder aan als de lost, last, least en latest. Je zou daar tegenwoordig nog loneliest aan toe kunnen voegen.”


Schuyt: “De lost zijn de mensen die letterlijk de weg kwijt zijn, de zwervers die soms flink amok maken en die ’s nachts een bed nodig hebben. De last zijn de mensen die altijd als laatste aan de beurt zijn, de laatkomertjes die achter de feiten aan lopen en achteraan in de rij aansluiten. De least zijn de minst vermogenden. Dat zijn de mensen die in de bijstand zitten en van toeslagen afhankelijk zijn. Dan zijn er de latest, de laatst gekomenen. Daaronder vallen zowel vluchtelingen of vreemdelingen als jongeren. Maar je zou ook ouderen onder deze groep kunnen scharen. Ouderen bevolken sowieso ook de laatste groep, die van de loneliest.”


Neoliberale wind

Om te zien hoe het met de rechtvaardigheid gesteld is, zou je volgens Schuyt moeten bekijken wat er de laatste twintig jaar voor deze groepen veranderd is. Schuyt: “De Nijmeegse situatie ken ik niet goed genoeg om er uitspraken over te doen. De problemen zijn er waarschijnlijk net wat minder groot dan in de vier grote steden van Nederland. Maar over het algemeen geldt dat de situatie er niet bepaald rechtvaardiger op geworden is.” De kiem hiervoor legt Schuyt in de jaren tachtig toen de verzorgingsstaat na jarenlange uitbouw, met hervormingen te maken kreeg. Schuyt: “In de neoliberale wind die volgde werden vraagsturing, marktwerking en privatisering de nieuwe sleutelwoorden. Prima voor een sector als telefonie, maar problematischer voor sectoren als energie, vervoer en zorg.”


“De manier waarop die decentralisatie is gecombineerd met forse bezuinigingen heeft desastreuze gevolgen gehad voor het welzijn in de steden.”


Daar kwam in 2015 nog eens de decentralisatie van belangrijke overheidstaken naar gemeenten bovenop. Schuyt: “Decentralisatie op zich is niet verkeerd. Dichter bij de burger was de gedachte; de Scandinavische verzorgingsstad het voorbeeld. Maar de manier waarop die decentralisatie is gecombineerd met forse bezuinigingen heeft desastreuze gevolgen gehad voor het welzijn in de steden.” Want, zo vervolgt Schuyt: “Lokaal ontbrak de expertise en het moest allemaal goedkoper. Vooral de jeugdzorg heeft daar enorm onder geleden. Tegelijkertijd verving de rijksoverheid - vanuit het idee ‘BV Nederland’ en ‘een kleine overheid is de beste overheid’ - duizenden ervaren rijksambtenaren door computers met algoritmes. Daarmee is een bureaucratisch systeem opgetuigd waarin mensen verstrikt kunnen raken. Ik geef Rutte niet overal de schuld van maar sinds hij aan macht is het nog een graadje erger geworden.”


Controle en misbruik

Voor bovenstaande groepen veranderde er volgens Schuyt veel. “Neem de bijstand voor de least. Dichter bij de burger bleek al snel dichter op de huid van de burger in te houden. De burger moest opeens op keukentafelgesprek komen; ook wel een eufemisme voor controle door de ambtenaar. Die kon dan schoenen tellen of tandenborstels controleren om te zien of iemand niet illegaal samenwoonde en wel recht had op een uitkering of toeslag. En dat alles terwijl het formeel juridische kader voor dit soort gesprekken ontbrak en nog steeds ontbreekt en dus willekeur op de loer ligt. Onlangs publiceerde DeGroene Amsterdammer hier nog een goed artikel over. Ondertussen is de rechtshulp er ook niet beter op geworden waardoor deze mensen vaak aan het kortste eind trekken.”


“Dichter bij de burger bleek al snel dichter op de huid van de burger in te houden.”

'Stop control' op muur in Nijmegen | Beeld: Rudolphous

En natuurlijk, zegt Schuyt, misbruik moet je bestraffen. Ook moet je wensen van noden onderscheiden en vooral noden ledigen [bij noden gaat het volgens Schuyt om de vervulling van een noodzakelijke voorwaarde voor een decent menselijk bestaan, terwijl bij wensen die noodzaak ontbreekt, red.]. Maar zorgwekkend vindt hij wel dat het systeem nu zo is ingericht dat het familieverbanden doorsnijdt. “Denk aan een volwassen zoon die beter niet bij z’n moeder kan intrekken omdat ze dan haar recht op bijstand verliest. Of een dochter die in de problemen komt omdat haar moeder boodschappen betaalt. Ik vraag me wel af of je dat soort gedrag moet willen bestraffen. Je kunt het systeem ook anders inrichten.”


Bovendien valt het misbruik volgens Schuyt mee. Zelf begeleidde hij in de jaren tachtig een groot onderzoek naar langdurig werklozen in Amsterdam, Rotterdam en Enschede. “We onderscheidden toen zes typen, waarvan er drie legaal en drie illegaal waren. Zo’n vijftien procent van de langdurig werklozen fraudeerden. In latere onderzoeken was dat percentage gestegen tot rond de vijfentwintig, iets hoger dus.” Maar, zo benadrukt Schuyt: “Dat is nog altijd minder dan de fraude die in de hogere inkomensklassen plaatsvindt. Ik zal nooit vergeten dat tijdens een lezing die ik hierover voor Rotterdamse ondernemers gaf één van hen zei: die zes types, die herken ik hier eigenlijk wel om mij heen.”


Generatieconflict

Niet alleen voor de least veranderde er de afgelopen twintig jaar veel, maar zeker ook voor de latest. Schuyt: “Lange tijd heeft iedere nieuwe generatie het beter gehad dan de vorige. Maar dat is nu niet meer zo. De jeugdzorg verkeert in een grote crisis. Nederland had altijd goede onderwijskansen, maar dat is nu – mede door de afschaffing van de studiebeurs – een stuk minder het geval. De arbeidskansen zijn op het moment behoorlijk groot. Maar woningen zijn er niet te vinden. Dat laatste mede doordat er geen bejaarden- of verzorgingstehuizen meer zijn en ouderen daardoor – daartoe gestimuleerd door de overheid – langer thuis blijven wonen. Zo komt de ene generatie in toenemende mate tegenover de andere te staan. Flexwoningen kunnen tijdelijk uitkomst bieden en wijken zelfs gemengder maken. Maar we lossen de vele crises er niet mee op. Om over klimaatproblemen en -rechtvaardigheid nog maar te zwijgen.”


“Flexwoningen kunnen tijdelijk uitkomst bieden en wijken zelfs gemengder maken. Maar we lossen de vele crises er niet mee op.”



Schuyt benadrukt dat deze problemen niet zomaar door de stad op te lossen zijn. “De oorzaken hiervan liggen niet op het bordje van de stad. Daarom denk ik dat je een rechtvaardige stad op dit moment het beste kunt definiëren als een stad die de gevolgen van allerlei maatschappelijke ellende goed weet op te vangen. Dat is een stad die aandacht heeft voor waar het qua recht en onrecht niet goed gaat en daar iets aan probeert te doen.” En dan, fel: “En dat is niet door een wijkwethouder aan te stellen! Een wijk is geen sociaal bindingskader en de meeste wijken zijn niet sociaal homogeen. En als ze wel homogeen zijn dan zijn ze vaak verwaarloosd. Kijk liever naar het niveau waarop mensen hun sociale netwerken hebben en sociale instellingen opereren.”

Een vervaagd ‘Refugees Welcome’ | Beeld: FakirNL

Vanuit het voorportaal

Glimlachend vervolgt hij: “Er zijn wel een paar goede theorieën om over een rechtvaardige stad na te denken. Ken je de theorie van John Rawls, één van de belangrijkste rechtsfilosofen van de twintigste eeuw? Hij zegt: laten we net doen alsof we in het voorportaal van de wereld zitten en nog geen idee hebben hoe en waar we ter wereld gaan komen: als man, als vrouw, als arm, als rijk, als oud, als jong, op het platteland, in de stad enzovoorts. Welke afspraken zouden we in zo’n situatie – onder ‘een sluier van onwetendheid’ zoals Rawls het noemt – met elkaar maken? Welke rechten zouden we elkaar geven, welke vrijheden? En welke mate van onrechtvaardigheid staan we toe?”


“Daarom denk ik dat je een rechtvaardige stad op dit moment het beste kunt definiëren als een stad die de gevolgen van allerlei maatschappelijke ellende goed weet op te vangen.”


Het moge duidelijk zijn dat de samenleving er wat Schuyt betreft dan heel anders uit zou zien dan nu. “Er is een heroriëntatie van de verzorgingsstaat nodig. Ik geloof wel in de dichter bij de burger gedachte van de Scandinavische verzorgingsstad, gericht op het ledigen van werkelijke noden. Maar misschien is de regio nog wel een beter schaalniveau hiervoor dan de stad. Op dit moment zijn vervoer, veiligheid en zorg al regionaal georganiseerd. Dat zou ook voor arbeid en voedselproductie kunnen. Daarbij moet dan niet efficiency, maar rechtvaardigheid centraal staan. Spreiding van verschillende voorzieningen over kleinere tot middelgrote steden kan helpen om de enorme druk op de grotere steden te verlichten en die zo toegankelijker voor iedereen te houden.”


Voor de steden zelf is het mengen van allerlei soorten woningen en dus bevolkingsgroepen wat Schuyt betreft het devies. “Lange tijd is het spoor een sociale scheidslijn in steden geweest. Die scheiding is inmiddels in veel steden verleden tijd, maar er is onder andere door de verkoop van sociale huurwoningen wel sprake van verdringing en daarom nog altijd geen goede mix.” En hoewel de oorzaken hiervan ook niet allemaal op het bordje van de stad liggen, verdient dit volgens Schuyt wel blijvende aandacht van stadsmakers. Want, zoals hij eerder schreef: “De sociaal-ruimtelijke structuren van uitsluiting zijn wel hard, maar toch niet zo hard dat ze niet met mensenhanden en met architectenharten kunnen worden veranderd.”

107 weergaven
bottom of page