Life, Assembled
- ACN

- 7 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Filmavond | 27.01.2026 | NYMA Makersplaats | terugblik
Tekst: Willem Claassen
Vijftig jaar geleden waren in België enkele architecten actief die flink experimenteerden met woonvormen en -gemeenschappen. Ze gingen voor modulaire systemen, prefab, ongebruikelijke materialen als staal en hout, en bewonersparticipatie bij ontwerp en bouw. Wat kunnen we leren van deze gedurfde en idealistische architectuur uit de jaren ’70? Op 27 januari vertoonde ACN in NYMA Makersplaats de documentaire Life, Assembled, gericht op het werk en de nalatenschap van vier Belgische architecten uit die tijd. Na afloop vond een interview plaats met filmmaker en architect Elodie Degavre.
Foto's: Salaheddin Al Saleh
Elodie Degavre werd als kind gegrepen door de avontuurlijke architectuur uit de jaren ’70, vertelt ze aan het begin van haar film Life, Assembled. Het was ook haar motivatie om architect te worden. In de documentaire uit 2022, die een succes was en over de hele wereld is vertoond, kiest ze voor een persoonlijke en menselijke aanpak. Ze richt zich op vier Belgische architecten, die beurtelings aan het woord komen. Beelden uit het heden worden afgewisseld met beelden van vijftig jaar geleden.
Metalen constructies
Paul Petit werkte met metalen constructies, die goedkoop zijn en gemakkelijk te verplaatsen. Hij dacht groot, wilde 150.000 woningen bouwen. ‘Ik was een visionair’, zegt hij terugblikkend in de film. Huizen moesten betaalbaar en van kwaliteit zijn. ‘Als je weinig te besteden hebt, hoeft dat niet te betekenen dat je weinig hoeft te verwachten.’ Met zijn ongebruikelijke aanpak koos hij niet voor een eenvoudige route. Hij ging de strijd aan met instanties en met de publieke opinie. ‘Ze hebben er niet zozeer moeite mee omdat ze het lelijk vinden, maar omdat het buiten de norm van het normale valt.’
De film licht een ‘utopia’ uit van Petit: Sart-Saint-Nicolas in Marcinelle. Dit is een kleine wijk van 14 woningen die gebouwd is vanuit een modulair stalen systeem. Op de bouwplaats hebben de bewoners de onderdelen zelf in korte tijd in elkaar gezet. ‘Je hebt eerst een groot stuk land nodig dat niemand wil hebben’, zegt Petit. ‘En dan een groep die in het idee gelooft en erin gaat wonen.’
Participatieve architectuur
Het architectenechtpaar Lucien en Simone Kroll zijn pioniers binnen de participatieve architectuur. Zij ontwierpen in de jaren ’70 hun ‘utopia’ La Mémé in Sint-Lambrechts-Woluwe, een wooncomplex voor studenten. In samenwerking met de architecten konden bewoners zelf de indeling en inrichting van het gebouw bepalen. ‘Niets is van ons, alles is van iedereen’, zegt Simone Kroll over deze collectieve aanpak. Haar echtgenoot Lucien legt uit dat hij bewust een slechte blauwdruk voor La Mémé had gemaakt, zodat de studenten er zelf iets goeds van konden maken. Simone benoemt de familiaire kant van het proces. ‘Ze waren familie van ons’, zegt ze over de studenten. ‘Dat is wat tegenwoordig ontbreekt bij sociale woningbouw.’
Voorgefabriceerd hout
Jean Englebert bedacht een modulair systeem van voorgefabriceerd hout dat binnen een paar dagen gebouwd kan worden. Hij vertelt dat hij geïnspireerd was door het spel Meccano dat hij als kind voor kerst kreeg. Zijn ‘utopia’ is te vinden in Luik. Daar realiseerde hij huizen met elementen die ontworpen zijn om flexibel en aanpasbaar te zijn, met de nadruk op eenvoud en lichte materialen. Englebert loopt door een van zijn houten huizen en constateert dat de ramen nog verbeterd zouden kunnen worden. Ook hij ervoer altijd weerstand in zijn werk. ‘Mensen zijn bang voor alles wat ongewoon is.’
Reflecteren op het verleden
Richting het einde van de film is te zien dat de vier oude architecten hun archieven opruimen om ze over te dragen aan verschillende instellingen. Bij de een gaat dit anders dan bij de ander. Petit heeft het op orde en weet precies waar alles heen gaat. Lucien Kroll kijkt verloren naar al het papierwerk en noemt zijn archief ‘een Pompeï na de ramp’.
De architecten op leeftijd verhouden zich ieder op hun eigen manier tot het verleden. Petit geeft aan dat hij minder pessimistisch is over architectuur dan vroeger. Toch klinkt hij nog zeer pessimistisch. ‘We hebben geen macht, we kunnen alleen suggesties doen. We hebben alleen papier.’ Englebert is milder gestemd. Hij ziet tot zijn vreugde dat er in ontwerpen steeds meer ruimte is voor hout en prefab. Lucien Kroll laat tijdens een toespraak bij de opening van een tentoonstelling, net als vroeger, zijn activistische en sociale hart spreken. Hij pleit voor een ‘vredige revolte’.
Interview met de filmmaker
In het interview na afloop wilde programmaker Camiel Hendriks van filmmaker Elodie Degavre weten wat de film haar had gebracht. ‘Het belangrijkste was dat ik deze vier personen ontmoette’, vertelde ze. ‘Ik wilde ze interviewen, maar het werd een vriendschap. Eerst had ik ze nodig. Op het einde hadden ze mij nodig om een boodschap door te geven.’
Degavre gaf aan dat we nu in een heel andere wereld leven, maar ze vindt deze architecten nog heel inspirerend. ‘Ik zie dat er op het gebied van coöperatief wonen veel gebeurt. Maar met het experimenteel denken van toen zouden we meer kunnen doen. Met heel veel energie hebben deze vier iets geprobeerd. Ze durfden ontzettend veel. Ze konden om de regels heen bouwen.’ Degravre is minder pessimistisch dan Petit. ‘We hebben macht met onze ideeën. Ik geef les, dus ik geloof in architectuur.’ Haar studenten krijgen de ideeën van de jaren ’70 mee. ‘Vooral dat we als architecten een rol hebben in de maatschappij, dat het niet alleen gaat om het maken van mooie gebouwen.’
Belgische bouwcultuur
Zou het nu nog kunnen wat deze architecten deden? In België niet, stelde Degavre. ‘Maar het was toen ook niet zo groot. De architecten uit de film zijn niet blij met hoe het is gegaan. Ze wilden problemen oplossen op een grotere schaal. Ze hadden hoge idealen.’ Volgens haar heeft het met de Belgische bouwcultuur te maken dat het op grote schaal niet zou kunnen. ‘Er is een cultuur van baksteen en iedereen een eigen huisje.’
Iemand uit het publiek vroeg zich af waarom Petit in de film zegt dat er tegenwoordig niet beter gebouwd wordt dan toen. ‘Hij bedoelde dat er weinig gewerkt wordt met licht materiaal. Architectuur is te traag. De typologieën van een woonhuis, zoals een eetkamer en zitkamer, veranderen te langzaam.’ Degavre had het idee dat het in Nederland beter is dan in België. Daar was niet iedereen in de zaal het mee eens. Een van de bezoekers vond dat er in Nederland alleen maar standaardwoningen worden ontworpen. ‘Plant je vlag was een boeiend project in Nijmegen, maar dat krijgt geen gevolg want dat duurt te lang. België heeft mooie projecten.’
Veranderende rol van architecten
Een andere bezoeker wilde weten of de macht nu in vergelijking met toen meer bij projectontwikkelaars ligt. Degavre dacht van wel, al ziet ze wel iets gebeuren. ‘Doordat we in België een systeem van bouwmeesters hebben, wordt dat anders. Het zorgt ook bij particuliere woningen voor hogere kwaliteit.’
ACN-directeur Dave Willems vroeg zich in navolging hiervan af hoe je, onafhankelijk van de markt, ruimte kunt creëren voor experimentele architectuur. Bij wie moet je dan zijn? Degavre denkt dat de sleutel bij de architecten zelf ligt, vertelde ze. ‘In België zie je een ontwikkeling waarbij architecten hun rol veranderen.’ Als voorbeeld noemde ze Rotor Architects, bij wie hergebruik van bouwonderdelen van groot belang is. Zij hebben een spin-off-organisatie die zich bezighoudt met opslag en verkoop van gerecyclede bouwmaterialen. Ook BC Architects zijn vernieuwend in hun rol, gaf ze aan. Dit bureau gebruikt het liefst lokale materialen en herbruikt grondstoffen. Zo verwerken ze uitgegraven grond in bouwmaterialen. Degrave: ‘In België lijkt het wat te worden.’ Er valt veel te leren van België, concludeerde programmamaker Hendriks tot slot. ‘Meer dan andersom.’
Trailer van Life, Assembled

















Opmerkingen