• ACN

Interviewserie De rechtvaardige stad: Koester de HEMA

De rechtvaardige stad volgens ruimtelijk strateeg Anne Seghers


Tekst: Mieke Dings | Foto's: RUIMTEVOLK

Het ACN staat dit jaar in het teken van ‘PLEK: plaats maken voor de rechtvaardige stad’. Maar wat is een rechtvaardige stad en hoe werk je hier aan? Deze vragen stellen we dit jaar aan een aantal stadmakers en denkers. We trappen af met Anne Seghers, ruimtelijk strateeg, onderzoeker én lid van het managementteam bij het bureau RUIMTEVOLK.

“Koester de HEMA, het park en de speeltuin”, stelt Seghers. Volgens haar zijn dat misschien wel de belangrijkste plekken van deze tijd: “Het zijn de weinige plekken in een stad waar iedereen wel eens komt en waar er dus nog toevallige ontmoetingen tussen verschillende bevolkingsgroepen plaatsvinden. Die ontmoetingen zijn (zo maakt de door Seghers genoemde hoogleraar actief burgerschap Monique Kremer hier duidelijk, red.) zo cruciaal. Ze zorgen ervoor dat je de ander ziet en je in hem of haar leert verplaatsen. Daarmee zijn ze, misschien nog wel meer dan de daartoe in het leven geroepen bridging en bonding plekken, randvoorwaardelijk voor het functioneren van een samenleving.”


“Voor mij gaat de rechtvaardige stad daarover: dat het een plek is waar je het gevoel hebt dat je er mag zijn, ongeacht je achtergrond, inkomensniveau of opleidingsniveau.”

Binnensteden moeten meer op dit soort plekken inzetten, vindt Seghers. “De meeste steden kennen wel een verdeling tussen rijkere en armere delen. Denk aan Den Haag, waar we momenteel met Stad & Co aan een binnenstadsplan werken. Daar heb je de chique wijken ten noorden van de binnenstad en de arbeiderswijken ten zuiden daarvan. Hoe bepalend deze verschillen voor de kansen van de bewoners zijn, is inmiddels wel duidelijk (Seghers verwijst onder andere naar het door de Volkskrant gepresenteerde ongelijkheidsonderzoek, red). Voorheen kwamen deze groepen elkaar tenminste nog tegen in de binnenstad, die er als een rechthoek tussenin en gedeeltelijk overheen ligt. Maar tegenwoordig heb je niets meer in de binnenstad te zoeken als je geen geld hebt. En dat is niet alleen in Den Haag zo.” “Voor mij gaat de rechtvaardige stad daarover: dat het een plek is waar je het gevoel hebt dat je er mag zijn, ongeacht je achtergrond, inkomensniveau of opleidingsniveau. En dat het ook een plek is die voelt alsof je er zeggenschap over hebt. En dat die plek jou niet belemmert. Dat je er de keuzes die je zou willen maken, kunt maken.” Over hoe deze visie vorm zal krijgen in het binnenstadsplan kan Seghers op dit moment nog niet zoveel kwijt. Wel is duidelijk dat RUIMTEVOLK de ontmoetingsfunctie wil versterken, door onder andere in te zetten op betaalbare ondernemingsruimte en het vergroten van de verblijfskwaliteit en toegankelijkheid van de openbare ruimte – voor iedereen. Vuilniszakken en toekomstdromen In vrijwel alle projecten zet RUIMTEVOLK zich extra in om zoveel mogelijk bevolkingsgroepen te horen. Seghers vindt deze werkwijze niet meer dan logisch: “Feit is dat we bij inspraakavonden of vergaderingen vaak een oververtegenwoordiging van blanke 50 plussers zien. Niks mis mee, want ze zijn vaak zeer betrokken, maar ze vertegenwoordigen slechts één of hooguit enkele groepen. Meestal stellen we van tevoren op basis van wijkonderzoek een aantal profielen op. Zo kunnen we later goed zien welke groepen we nog missen. Om hen te bereiken haken we soms aan bij bestaande structuren, zoals een basisschool of jongerencentrum. In Arnhem werken we bijvoorbeeld met Presikhaaf University aan het ontwikkelperspectief Presikhaaf III. Maar soms gaan we ook gewoon zelf de straat op.”


“Dan denk ik: wat verwachten we nou? Je wil die mensen gaan bevragen (…) maar de problemen waar zij elke dag tegenaan lopen neem je niet serieus.”


Cruciaal is het volgens Seghers om de geluiden die dan doorklinken, voldoende serieus te nemen. Nog altijd is ze verbaasd over hoe meewarig er vaak gereageerd wordt op de dagelijkse frustraties die bewoners dan ventileren, zoals bijvoorbeeld over rondslingerende vuilniszakken of hondendrollen. Seghers: “Vaak krijgen bewoners dan te horen dat het daar nu niet over gaat. Dan denk ik: wat verwachten we nou? Je wil die mensen gaan bevragen, je wil misschien wel dat ze een bepaalde rol gaan vervullen in die toekomst van die wijk, maar de problemen waar zij elke dag tegenaan lopen neem je niet serieus. Ik vind dat wonderlijk.” En dus kwam er in Westervoort (zie hieronder) een extra schoonmaakronde.

Wijk Presikhaaf in Arnhem | Foto's: RUIMTEVOLK

Participatie of participatie Het typeert de werkwijze van RUIMTEVOLK. Seghers: “Wij zijn niet een echt participatiebureau, noch een adviesbureau, noch een ontwerpbureau. We zijn van alles wat. We zien onszelf meer als door het midden werkende strategen. We richten het proces zo in dat we met de betrokken partijen samen tot realistische visies en plannen komen.” Bijna altijd is er enige mate van participatie door bewoners. Hoeveel, dat verschilt nog wel. Seghers: “sommige opdrachtgevers laten zich daarin adviseren door ons. Anderen hebben duidelijke kaders en budgetten waar de participatie binnen moet blijven. Daar houden we ons dan ook aan. Het doel van participatie is niet consensus. Het doel van participatie is dat je alle geluiden hebt gehoord en dat de politiek op basis daarvan een gelegitimeerde afweging kan maken.”


“Schets de context en de kaders en wees heel transparant over de speelruimte die er is in een project. Daarmee voorkom je luchtfietserij.”


Seghers ziet het in de praktijk vaak fout gaan. “Dan willen overheden eigenlijk alleen informeren of raadplegen – de onderste stappen van de participatieladder – maar geven ze bewoners onbedoeld de indruk dat er nog veel ruimte is. Die komen dan met allerlei ideeën waar ze uiteindelijk niets van terugzien, omdat het plan feitelijk al klaar lag. Zoiets zet kwaad bloed en vergt veel reparatiewerk achteraf. En is dus niet handig. Wij adviseren altijd: schets de context en de kaders en wees heel transparant over de speelruimte die er is in een project. Daarmee voorkom je luchtfietserij.” En als er dan werkelijk ruimte voor meebeslissen of co-creatie is, komt het er volgens Seghers op aan het proces professioneel in te richten. RUIMTEVOLK doet dat door bewoners in positie te brengen en vervolgens met de andere partijen om de tafel te zetten en een agenda op te stellen. Seghers, resoluut: “als er geen actiehouder is, gaat het agendapunt van tafel. Het is niet vrijblijvend. Maar juist doordat iedereen zich inzet, blijkt er meer mogelijk dan vooraf verwacht”. Met trots verwijst ze naar de Mosterdhof, een jaren zeventig wijk in Westervoort, waar RUIMTEVOLK met bewoners en professionals samen een wijkontwikkelingsplan maakte, waarna de wijk mede door die aanpak verkozen werd tot één van de locaties voor de prijsvraag Panorama Lokaal.

Wijk Mosterdhof in Westervoort | Foto's: RUIMTEVOLK Slimme combinaties Dat overheden zich zo nu en dan actief inzetten om veranderingen te bewerkstelligen, juicht Seghers toe. In Utrecht ziet ze hoe de gemeente de Wijkontwikkelingsmaatschappij of WOM inzet om rond de overlast gevende Amsterdamsestraatweg winkels te verwerven en om te zetten naar woningen of maatschappelijke functies. Ook kent ze voorbeelden van gemeentes die kerkgebouwen kopen om hier functies in te herbergen die beter afgestemd zijn op de wensen van de omwonenden. Seghers: “in een wijk met een overschot aan kerken en een multiculturele samenstelling aan bewoners is een foodhall misschien wel meer op z’n plek”.


“Wat heb je aan een mooie vijver in een wijk waar een groot deel van de kinderen geen zwemdiploma heeft?”


Over het algemeen adviseert Seghers om vooral te vragen waar bewoners behoefte aan hebben. Want ook daar gaat het regelmatig mis. Seghers: “Wat heb je aan een mooie vijver in een wijk waar een groot deel van de kinderen geen zwemdiploma heeft? Ondertussen gaat het natuurlijk ook niet alleen om de gebruikers. Er zijn zoveel manieren om naar plekken te kijken, zoveel invalshoeken om rekening mee te houden. Ik vind het mooi als er verschillende benaderingen samenkomen. Een treffend voorbeeld daarvan vind ik het door Carve ontworpen speellandschap be-mine op een voormalige mijnterril (een ophoping van steenafval, red.) in Beringen, waar geschiedenis en gebruik elkaar versterken.”

Volgende keer: Anouk Reintjens, ontwikkelingsmanager bij AM

196 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven