Een nieuwe start voor Nijmeegse woongroepen
- ACN

- 1 dag geleden
- 9 minuten om te lezen
Tekst: Jozien Wijkhuijs | Beeld: More or Less Design
Gemeenschappelijk wonen is politiek en maatschappelijk populair, zeker in Nijmegen. In een tijd waarin de woningnood hoog is en de strijd om de ruimte op alle fronten wordt gestreden, is het een manier om voor meer mensen woonruimte te creëren. Ook vormden woongroepen deels de stad Nijmegen die we nu kennen, door de leefbaarheid en levendigheid van wijken en het cultuuraanbod te vergroten. Op dit moment moeten veel groepen een zogenoemde doorstart maken, in een heel andere tijd dan waarin ze zijn opgericht. Hoe zien de wereld en de toekomst van de Nijmeegse woongroepen eruit?

Sanne Huizenga en Willem Baltussen wonen in woonvereniging Naast de Fietsenmaker, in een pand op de Sint-Annastraat met vijf huisgenoten. ‘Eigenlijk heette het Naast de Kale Fietsenmaker, maar daar kwam de fietsenmaker in kwestie achter en dat vond hij niet leuk,’ vertelt Sanne. De naam werd middels een statutenwijziging veranderd en nu, ruim dertig jaar en heel veel wisselende bewoners later, wonen er nog steeds mensen die samenleven en gezamenlijk het pand onderhouden, inclusief een voor- en een achtertuin en een gezamenlijke kat.
Ze zijn niet de enigen die een voorkeur hebben voor deze woonvorm. Nijmegen staat bekend om haar ongeveer duizend woongroepen, die vaak in de jaren ’70 en ’80 zijn opgezet. Op abri’s in de hele stad adverteert de gemeente met de mogelijkheid om een huis te delen. ‘Hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk mensen een fijne plek in Nijmegen vinden om te wonen? Door niet alleen nieuwe woningen te realiseren, maar ook door slimmer om te gaan met de ruimte die we al hebben!’ valt te lezen op de website. Tegelijkertijd was het een tijd lang heel moeilijk voor bestaande woongroepen om financiering te vinden om hun vorm van wonen te laten voortbestaan.
Ander kapitaal
Sanne en Willem genieten allebei erg van het samenwonen. ‘Ik vind het persoonlijk een fijn idee om samen zorg te dragen voor een mooie woonplek,’ zegt Willem. ‘Woongroepen bieden ruimte aan mensen die minder verdienen om comfortabel te wonen. Daarnaast bieden lagere woonlasten ruimte en tijd om waarde toe te voegen aan een stad, bijvoorbeeld door cultuur, feestjes en andere activiteiten. Kijk bijvoorbeeld naar de Paraplufabrieken.'

Ook het zorgen voor elkaar is iets dat ze allebei belangrijk vinden. ‘Als iemand even niet zo lekker in z’n vel zit, checken we wat vaker bij elkaar in. Of we helpen elkaar door boodschappen te doen voor een ander,’ zegt Willem. Sanne vult aan: ‘Laatst ben ik geopereerd en had ik zes huisgenoten om me te helpen, waardoor ik toch gewoon thuis kon zijn en in mijn eigen bed kon slapen.’ Ze geloven beiden dat deze vorm van wonen de zorg op sommige punten kan ontlasten. Het kost wel wat tijd, wonen in een woongroep, vanwege klusdagen, huisvergaderingen en de administratie van de vereniging. ‘Een paar uur per week,’ vertelt Willem.
Naast het onderhoud en de administratie van de vereniging, is er een paar jaar geleden een nieuwe taak bijgekomen die de huisgenoten moesten vervullen: de zogenoemde doorstart, iets waar veel woongroepen mee te maken krijgen. Na dertig jaar loopt de hypotheek af die door de eerste bewoners van de woongroep is afgesloten, waarna er een ‘statutaire verrekening’ plaatsvindt. Dat kan betekenen dat oud-bewoners een geldbedrag ontvangen en de woongroep een nieuwe fase ingaat. Die verrekening moet voor velen rond deze periode plaatsvinden, waardoor er op dit moment veel te doen is om financiering van dit soort woonvormen.
Opnieuw financieren
Peter Sturkenboom van STUT consult was er al bij toen deze constructie bedacht werd, sterker nog: hij was er grotendeels zelf verantwoordelijk voor. ‘Een groep vrienden en bekenden wilde graag samenwonen en het lukte ons niet om bij de woningbouwcoöperaties ruimte te krijgen voor woongroepen,’ vertelt hij. ‘Toen besloten we: dan gaan we de koopsector in.’ Een belangrijke vraag was wat er moest gebeuren met de panden als de hypotheek afliep. ‘Wonen die bewoners daar dan gratis? Dat leek ons ook niet de bedoeling, omdat anderen er natuurlijk geld in hadden gestopt.’
Ze verzonnen een oplossing in de vorm van de statutaire verrekening. ‘We besloten: na afloop van de hypotheek begint er weer een nieuwe periode van dertig jaar. Dan moeten de lui die op dat moment in de vereniging wonen, opnieuw een financiering afsluiten.’ Dat kwam deels voort uit optimisme over de woonvorm. ‘Wij dachten dat na dertig jaar de financiering van een woonvereniging niet meer zo lastig zou zijn, omdat banken het als een veilige investering zouden zien. Toch is het landelijk een nichemarkt gebleven, terwijl het in Nijmegen heel groot is geworden.’

Stutbalk voor alternatieve woonvormen
In een aantal opzichten is veel hetzelfde gebleven sinds die tijd, zegt Peter. Bijvoorbeeld de strijd om de ruimte. ‘Er was een groot gebrek aan woonruimte toen. Het was ook het begin van de kraakbeweging, er werd aan de lopende band gekraakt,’ vertelt hij. ‘Daarnaast wilden mensen samenwonen vanuit emancipatorische idealen. Gelijke verdeling van lasten tussen mannen en vrouwen, het samen opvoeden van kinderen, noem het maar op.’ STUT consult ontstond in die tijd, als groep die nieuwe initiatieven van de grond probeerde te krijgen. ‘Dat lukte ook goed, binnen een paar jaar waren er door samenwooninitiatieven meer dan honderd huizen gekocht. Daar ondersteunden wij hen bij.’
De naam komt ook voort uit het idealisme van die tijd: ‘Er werd altijd gezegd dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is. Wij wilden de stutbalk zijn voor alternatieve woonvormen, die dezelfde ondersteuning verdienden als het gezin.’ De woongroepen droegen in hun beginjaren direct veel bij aan de stad, volgens Peter. ‘Veel panden die werden aangekocht, werden heel goed opgeknapt. De gemeente was blij met de positieve inbreng van de bewoners, zeker in de wijken Bottendaal en Oost. Daar stonden panden echt te verpauperen toen, die zijn door woongroepen gered. Omdat de bewoners die kosten konden delen, konden ze veel doen aan renovatie. Die wijken hebben mede daardoor een bepaalde levendigheid gekregen die ze daarvoor niet hadden.’

STUT bestaat nog steeds en Peter werkt er ook nog. Hij houdt zich nu onder andere bezig met nieuwe initiatieven, waarvan er heel veel zijn. Ook vanuit de politiek is er veel interesse voor het onderwerp. Toenmalig minister Keijzer stuurde in januari van dit jaar een kamerbrief over haar aanpak om belemmeringen voor wooncoöperaties en andere vormen van coöperatief wonen weg te nemen. Tegelijkertijd was het voor veel bestaande woongroepen de afgelopen jaren zoeken naar een manier om hun woonsituatie te kunnen laten voortbestaan. Een groot deel van Peters werk is dan ook ondersteunen met de statutaire afrekening. Een tijd lang was dit lastig, omdat banken woongroepen in de krappe woningmarkt te onzeker vonden om een lening aan te verstrekken. ‘Dan is de vraag: hoe lang mag een vereniging wachten met het opnieuw vinden van financiering en een doorstart maken?’
Betaalbare woonruimte
Dat dit problemen kan opleveren, weten Merel Visser en Ania T. (die liever niet met haar volledige naam vermeld wil worden) van woonvereniging Wishful Thinking Punt. Ze wonen beiden in een ander huis, maar die huizen horen bij dezelfde vereniging. De naam is bijzonder, geven ze direct toe. ‘De leden die er dertig jaar geleden bij waren, hadden grote plannen. Samen met Peter Sturkenboom kwamen ze op de naam wishful thinking,’ vertelt Merel. Ania vult aan dat de naam voor hen ook nu nog passend voelt. ‘Het voelt op dit moment ook weer alsof we grotere wensen hebben dan volgens anderen mogelijk is.’

In Ania’s huis wonen zes mensen, al zijn ze op zoek naar nog iemand erbij. Bij Merel wonen zes volwassenen en een kind. Ook voor hun vereniging kwam het moment dat de hypotheek afliep en dat sommige oud-bewoners, die door de jaren heen de kosten hebben betaald, moesten worden uitbetaald. Toen het zover was dat beide huizen op zoek moesten naar financiering, waren de banken er een periode lang niet happig op om een hypotheek te verstrekken. ‘Daarnaast was er bij beide panden sprake van een aflossingsvrije hypotheek, waardoor er minder overwaarde is, met als gevolg minder tot geen uitkering voor onze oud-leden. Bij een van de huizen zijn we hierover in gesprek gegaan met oud-leden, die het destijds erg teleurstellend vonden, maar zich erbij neerlegden.’
In de statuten van hun vereniging staat, zoals bij heel veel woongroepen, dat het doel is om betaalbare woonruimte te creëren voor mensen. Daarom wordt bij een statutaire verrekening gekeken naar hoeveel de huidige bewoners na de doorstart redelijkerwijs moeten gaan betalen aan huur, via het vaste puntensysteem hiervoor. Op basis daarvan wordt gekeken voor hoeveel een hypotheek kan worden afgesloten om de oud-bewoners een deel terug te geven. Huizen worden dus niet verkocht op de vrije markt, waarna de winst kan worden uitgekeerd.
‘Er was niet altijd consensus binnen de groep over wat de beste weg vooruit was. De banken waren een tijdlang niet bereid om mee te helpen en de oud-bewoners wilden graag worden uitbetaald,’ zegt Ania. ‘Daarnaast doen woongroepbewoners dit werk zonder voorkennis, in hun vrije tijd.’ Helaas leidde deze situatie voor hen tot een juridisch conflict, vertelt Merel. ‘Het is pijnlijk dat dit nu gebeurt, gebaseerd op een inschatting van de huidige situatie die in de jaren ’90, bij het oprichten van de vereniging, is gemaakt.’

Kennis delen
‘Het belangrijkste is en blijft dat het gaat om betaalbare woonlasten,’ zegt Peter Sturkenboom. ‘Daar zijn de statuten toen op geschreven en dat is ook nu nog het doel van veel woonverenigingen.’ Tegelijkertijd heeft hij ook begrip voor oud-bewoners die geld terug willen krijgen. ‘Dat is immers altijd de afspraak geweest, mensen dragen bij aan de hypotheek en krijgen een deel daarvan terug. Alleen door die regel in de statuten, dat woonlasten betaalbaar moeten blijven, gaat het vaak om minder grote bedragen dan ze in eerste instantie verwachten.’
Die verrekening levert eigenlijk zelden problemen op. Er zijn ook veel voorbeelden waarbij het wel goed gaat en waar veel oud-bewoners meedenken over het behouden van de woongroep voor betaalbare bewoning. Om kennis te delen en woongroepen te ondersteunen, werd het Netwerk Nijmeegse Woonverenigingen (NNW) opgericht. Sanne (woonvereniging Naast de Fietsenmaker) en Merel (Wishful Thinking Punt) zijn beide actief bij dit netwerk. ‘Er waren woongroepen die het lukte om succesvol door te starten, nadat het een tijdlang niet was gelukt,’ vertelt Sanne. ‘Maar het was veel gedoe, met heel veel uitzoekwerk. Toen dat was gelukt, maakten ze een stappenplan dat ze graag wilden delen, zodat het voor anderen gemakkelijker zou zijn.’
Naast kennisdelen wil NNW ook graag meer bekendheid en ondersteuning voor het fenomeen woongroepen. ‘Een van de belangrijkste doelen is het redden van de woonverenigingen,’ zegt Sanne. ‘Dat doen we op verschillende manieren en daar betrekken we ook allerlei partijen bij. Zoals Vrijcoop, waar veel doorstartende woongroepen zich bij aansluiten.’ Vrijcoop is een vereniging van woningcoöperaties, die helpt vastgoed vrij te kopen van de markt en voor altijd beschikbaar te houden voor woongroepen. Ook leggen ze een potje aan om meer woongroepen te kunnen realiseren. ‘Het werkt als een olievlek.’
Ook de gemeente is een belangrijke speler in het behoud van deze vorm van wonen. ‘We hebben een petitie opgezet en die aangeboden aan de gemeente,’ vertelt Merel. ‘Ook zijn er twee moties ingediend en aangenomen over het ondersteunen van deze vorm van wonen.’ De gemeente heeft de banken vervolgens aan tafel geroepen en gestimuleerd om weer hypotheken te verstrekken aan woongroepen. Inmiddels zijn er bij de Duitse GLS-bank, de Triodosbank en de Rabobank weer mogelijkheden. ‘Daar hebben we hard voor moeten werken, maar ze willen ons weer financieren.’

Manier van leven
Sanne en Willem zijn met hun woongroep bijna klaar met de verrekening. ‘Het is veel werk en snel schakelen, maar ik heb er ook veel van geleerd,’ zegt Willem. ‘Het is fijn om te weten dat we onze manier van leven kunnen voortzetten, zonder de stress van een aanstaande verhuizing.’ Sanne legt uit wat de laatste stappen nog zijn. ‘We sturen de oud-bewoners via STUT een begeleidende brief waarin we uitleggen welke keuzes we hebben gemaakt en hoe we daar de belangen voor zowel de huidige bewoners als de oud-bewoners in hebben meegenomen,’ vertelt ze. ‘We hopen dat dat goed valt, maar we hebben er vertrouwen in.’
Merel en Ania ervaren de stress van onzekere woonruimte nog wel. Ze hopen dat er een vergelijkbare oplossing komt voor hun eigen woonvereniging. ‘In de tijd dat wij eigenlijk hadden moeten doorstarten, waren er weinig mogelijkheden bij de banken. Nu zijn die kansen er wel. We hebben een deel van onze problemen kunnen oplossen door obligaties te verkopen en met dat geld oud-bewoners te compenseren,’ zegt Merel. ‘Nu ook de gemeente zich weer meer inzet, is er meer ruimte voor woonverenigingen.’ Ze hopen wel dat die aandacht vanuit de gemeente blijft. ‘Niet alleen omdat wij hen nodig hebben, maar ook andersom, vanwege onze kennis,’ zegt ze. ‘De ervaring van het werken met woonverenigingen is nuttig voor het starten van nieuwe initiatieven binnen deze woningmarkt, om de wooncrisis te bestrijden.’ Ania voegt toe: ‘Het is ook belangrijk om deze vorm te behouden omdat het mensen en onze stad echt vormt. Het laat de potentie van gemeenschap zien, hoe we kunnen samenleven. Ook heeft het de stad cultureel gevormd. Daar mag de gemeente trots op zijn.’
Op 6 mei organiseerde ACN een avond over het fenomeen gezamenlijk wonen, genaamd Samenwonen: Het verhaal van De Warren. Die wooncoöperatie heeft een eigen woningcomplex gebouwd in Amsterdam, met gemeenschappelijke ruimtes, in eigen beheer. Het is een interessant voorbeeld, zeker in een tijd waarin gemeenschappelijk wonen weer aan populariteit wint. Het past immers goed bij de krappe woningmarkt waar we nu inzitten.





Opmerkingen