top of page

Nijmeegs nomadenbestaan

  • Foto van schrijver: ACN
    ACN
  • 7 uur geleden
  • 8 minuten om te lezen

Tekst: Mieke Dings | Beeld: More or Less Design


Als eerste in Nederland legaliseerde de gemeente Nijmegen tien jaar geleden een groep stadsnomaden en hielp hen zoeken naar een tijdelijke standplaats.  Sindsdien verhuisden ze van Brakkenstein naar Nijmegen-Noord en inmiddels wonen ze alweer bijna vijf jaar aan de rand van Dukenburg. Hoe vergaat het hen inmiddels? Wat hebben ze in al die jaren geleerd, hoe beleven ze hun nieuwe woonomgeving en wat zien ze als hun meerwaarde? Hoog // Diep-redacteur Mieke Dings ging op onderzoek uit.


Max Receveur op het terrein van de Stadsnomaden.
Max Receveur op het terrein van de Stadsnomaden.

Klooster of festivalterrein

Vrijdagochtend 10:00 uur. Het is stil op het terrein aan de Streekweg in Dukenburg. Er staan wat auto’s, een verlaten bartent, lege picknicktafels en verschillende woonwagens. Er is niemand te horen of zien. Tot er vragend “hallo?” klinkt en het hoofd van bewoner Max Receveur uit een woonwagen steekt. “Je zou het misschien niet verwachten, maar het is hier soms net een klooster”, raadt hij mijn gedachten. “Een deel van de bewoners is al op pad en de rest zit rustig in zijn eigen wagen. Die rust staat in schril contrast met de drukte die er kan zijn als we een activiteit organiseren. Dan is het hier soms net een festivalterrein.”


Toilet met mobiele afvalwaterzuivering.
Toilet met mobiele afvalwaterzuivering.

Receveur is één van de veertien ‘stadsnomaden’ die hier sinds 2021 tijdelijk wonen. Dat zijn niet, zoals de stadsnomaden in Amsterdam, mensen die aan de rand van de maatschappij bungelen en allerhande problemen met zich meebrengen, maar heel normale mensen die graag op duurzame wijze met elkaar samenwonen. Ze hebben allemaal hun eigen leven – de één bouwt festivalterreinen, de ander doet vrijwilligerswerk en Receveur zelf is docent filosofie – maar doen ook veel samen én organiseren regelmatig culturele (buurt)activiteiten. Het is te zien op het terrein aan de Streekweg, waar behalve de woonwagens vooral voorzieningen zoals een gezamenlijk douchegebouw, composttoiletten, een keuken, mobiele afvalwaterzuivering, bartent en picknicktafels staan en waar iedereen gewoon kan binnenlopen.


“Wat als we de deuren nu juist wagenwijd openzetten?”“

We hebben wel echt een publieke functie,” vertelt Receveur. “Dat is bewuste keuze geweest vanaf het begin. We komen voort uit de kraakbeweging. Maar omdat kraken door het kraakverbod in 2010 gecriminaliseerd werd, besloten we in 2015 een stuk grond bij de universiteit te bezetten. Bij kraken is het gebruikelijk om de deur potdicht te houden, maar nu dachten we: wat als we de deuren nu juist wagenwijd open zetten? Dat is een enorm succes geworden. We organiseerden van alles en studenten, docenten en buurtbewoners kwamen in grote getalen eten, discussiëren en feesten, waarbij we er altijd voor zorgden dat alles keurig verliep en op tijd stopte. Ons motto was: gedraag je als de alternatieve buurjongen. Die doet het weliswaar allemaal anders, maar is wel gewoon je buurjongen en dus herkenbaar en aanspreekbaar. Er is geen enkele melding van overlast gekomen en de meeste bezoekers vonden onze manier van wonen fantastisch. Die enthousiaste ontvangst van toen is dé reden dat we nu nog bestaan.”



Legaliseren van experimenteren

Dat enthousiasme zorgde ervoor dat de gemeenteraad begin 2016 bijna unaniem besloot om innovatieve woonvormen ‘zoals de stadsnomaden’ te gaan stimuleren en faciliteren, en dit ook als zodanig op te nemen in de woonvisie “om zo een stad te zijn die open staat voor het experimenteren met nieuwe woonvormen.” Het was een unicum in Nederland.  “Er waren indertijd wel experimenten met tiny houses, maar wij wilden echt wat anders,” licht Receveur toe. De gemeente gaf aan actief op zoek te gaan naar locaties hiervoor, om dan via de regeling Tijdelijk Anders Gebruiken (TAG, vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening) een vergunning te verlenen. Toen de universiteit een half jaar later aangaf de grond zelf in gebruik te willen nemen, kon de gemeente dit direct in de praktijk kon brengen. Ze regelde een locatie in de Waalsprong en hielp de stadsnomaden ook om de verschillende vergunningen op orde te brengen. De stadsnomaden moesten zich op hun beurt organiseren, aangeven hoe ze hun culturele en maatschappelijke meerwaarde wilden gaan vormgeven en een huurcontract tekenen.


"De kraakbeweging zit echt in de aderen van de stad”

Hoewel dit allemaal behoorlijk wat voeten in de aarde had en natuurlijk ook enig verlies van autonomie inhield, waren de stadsnomaden enorm blij met het vertrouwen van de gemeente. Receveur: “De wijze waarop wij omarmd zijn en erkend worden door de gemeente is echt heel erg waardevol voor onze groep. Bij mijn weten was geen andere gemeente bereid zo haar nek uit te steken, van bestuurders tot ambtenaren. Dan merk je toch dat de halve stad uit de kraakbeweging is voortgekomen; of dat nou Doornroosje, de Plu, de Grote Broek of de vele woongroepen zijn. De kraakbeweging zit echt in de aderen van de stad.” Daarom was hij ook verbouwereerd dat de gemeenteraad een paar jaar geleden niet eens serieus in gesprek leek te willen gaan met de krakers van Jantien: “Dat stond in schril contrast met de welwillendheid die wij tien jaar geleden aantroffen.”



Ook volgens socioloog en filosoof Eric Duivenvoorden, die al veel over de kraakbeweging en vrijplaatsen schreef, lijkt Nijmegen de eerste die dit zo officieel aanpakte: “Natuurlijk waren er in andere steden wel vergelijkbare initiatieven en stonden de gemeenten daar ook niet altijd negatief tegenover. Vaak gedoogden ze deze dan, totdat een eigenaar hen vroeg te handhaven. Op die manier konden vele vrijplaatsen, zoals ADM in Amsterdam en Betonbos in Groningen, jarenlang blijven bestaan. Vaak hielpen gemeenten deze vrijplaatsen met de zoektocht naar een nieuwe locatie, bijvoorbeeld vanuit een broedplaatsenbeleid. Daar wonen kon echter niet altijd worden toegestaan, bijvoorbeeld omdat het een industriegebied betrof of er een andere bestemming voor die plek was. De gemeente Amsterdam besloot in 2019 enkele voormalige bewoners van het ADM-terrein door middel van een gedoogverklaring tijdelijk te laten wonen op het Groene Veld in Amsterdam-Noord. Daar zitten ze nu nog, terwijl de gemeente onderzoekt of er een meer permanente constructie mogelijk is. Net iets anders dan in Nijmegen dus, maar wel vanuit vergelijkbare intenties en met vergelijkbare tegenprestaties.” 



Tweeverdieners

In de Waalsprong zaten de stadsnomaden enigszins weggestopt achter het Citadel College aan de Dijkstraat en het spoor naar Arnhem. Het terrein dat ze hier tegen geringe prijs konden huren was met 5000 m2 twee keer zo groot als het terrein bij de universiteit. Er was daarom volop ruimte om buiten de wagens en tenten ook de mobiele afvalwaterzuivering op te zetten en een flinke moestuin te beginnen. Receveur: “Wij waren de zandgrond van het gebied rond de universiteit gewend. Daar hadden we ook een moestuin, die het best redelijk deed. Maar in Nijmegen-Noord knalden de groenten werkelijk de grond uit!”



Maar volgens Receveur was het grootste verschil met universiteitswijk Brakkenstein toch wel de samenstelling van de wijk. “Waar Brakkenstein toch redelijk organisch gegroeid is, met een grote diversiteit aan leeftijden en gezinssamenstellingen, werden in de Waalsprong de eengezinswoningen in rijen uit de grond gestampt. Er woonden heel veel tweeverdieners met jonge kinderen. We moesten blij zijn als die op woensdagmiddag of in het weekend, tussen een druk programma met sport, boodschappen en familiebezoeken door, nog tijd hadden om bij ons langs te komen. Maar áls ze dan kwamen, waren ze wel enthousiast. We hebben nog verschillende kinderfeestjes georganiseerd.”


De stadsnomaden konden daar uiteindelijk vier jaar blijven. Toen had de gemeente de grond zelf weer nodig en stelde ze de huidige locatie in Dukenburg als alternatief voor. De school die hier stond was vertrokken, en hoewel de gemeente alweer nieuwe plannen maakte – nota bene voor tiny houses en gezamenlijk wonen – konden de stadsnomaden hier tussentijds voor maximaal tien jaar terecht. Daarbij was de hoop dat ze deze locatie en de hele wijk Dukenburg beter op de kaart zouden zetten. Zoals gemeentelijk stedenbouwkundige Ingrid van de Vossenberg hier eerder over zei: “Het is een win-winsituatie. De stadsnomaden creëren alvast wat reuring en doen daarmee voor ons aan placemaking.” De verhuizing van de bont geschilderde wagens trok in 2021 veel aandacht.



Barrière

“Dit is weer een ander terrein in een heel andere context”, zegt Receveur. “Het terrein zelf is vrij nat, waardoor we verschillende plekken niet kunnen gebruiken. Om te voorkomen dat kleine kinderen daarin zouden lopen, hebben we bomen geplant. Op de hogere delen staan de wagens. Daardoor is dit terrein veel intiemer en beschutter dan onze plek in Nijmegen-Noord. Verder is dit natuurlijk een totaal andere wijk, in een totaal ander stadium van ontwikkeling. Oók deze wijk is in één keer uit de grond gestampt en was ooit zelfs prijswinnend, maar kampt inmiddels met verschillende problemen. Dat komt denk ik deels doordat de jonge gezinnen uit de beginperiode allemaal op hetzelfde moment pubers hadden, waardoor de sfeer op sommige plekken snel veranderde.”


“Bij veel mensen in Dukenburg leeft het gevoel dat de gemeente z’n handen van dit stadsdeel heeft afgetrokken. En dat ga je ergens wel snappen als je hier woont.”

"Hier in Dukenburg voelt vooral het centrum van Nijmegen verder weg”, gaat Receveur verder. “Het Maas-Waalkanaal is zowel een fysieke als psychologische barrière. Bij veel mensen in Dukenburg leeft het gevoel dat de gemeente z’n handen van dit stadsdeel heeft afgetrokken. Ze voelen zich in de steek gelaten. En dat ga je ergens wel begrijpen, als je hier woont. Toen in Nijmegen-Noord eind 2016 de supermarkt afbrandde, stond er binnen een paar maanden een noodwinkel en was alles binnen een jaar hersteld. Hier brandde in 2017 een deel van het winkelcentrum Weezenhof af en nu is er nog steeds een lege plek. Dat komt deels ook doordat verschillende bewoners bezwaar maakten tegen de grootse nieuwbouwplannen, maar het ligt er dus wel al jaren troosteloos bij”, aldus Receveur. “Er is hier ook helemaal niks, nog geen terrasje waar je een kop koffie kunt drinken. Ja, er is brasserie ‘t Zusje, maar dat is meer voor mensen van buitenaf.”



“Er heerst een zekere scepsis. En dat merken wij ook. Het is hier veel moeilijker om mensen naar ons toe te halen dan dat in de Waalsprong was. Daar konden we ergens een briefje ophangen en kwamen er altijd wel wat gezinnen langs. Hier werkt het niet zo. We moeten eerst het vertrouwen winnen en dat kost tijd.” Maar, zo vervolgt hij: “We merken dat langzamerhand meer mensen ons weten te vinden. Dit was altijd een verlaten hoekje met een enorme parkeerplaats waar gedeald werd en vaak lachgaspatronen op de grond lagen. Nu wij hier wonen en toezicht houden, is het stukken veiliger geworden. Nu laten mensen hier hun hond uit, maken een praatje en vertellen vervolgens aan hun buurman dat we prima types zijn. Een volgende keer komt die buurman dan ook eens kijken. Van die mond-op-mondreclame moeten we het hier hebben. Als er dan vervolgens bij een feestje een paar buurtgenoten zitten te klappen voor een tutu-dragende banjospeler zijn wij blij.”



Expressie

Receveur denkt dat de stadsnomaden juist in Dukenburg een belangrijke rol kunnen spelen. “Er heerst hier veel frustratie. Velen voelen zich niet gehoord en gaan op zoek naar andere vormen van expressie waar de politiek weer niks mee kan. We hebben allemaal moeite met elkaars irrationaliteit. Terwijl het een vorm van expressie is die altijd ergens vandaan komt. Wij staan open voor het gesprek daarover. Iedereen is hier welkom, ongeacht politieke voorkeur of afkomst, zolang je het gezellig houdt. We zijn daarin zelf ook volwassener geworden. Het is niet meer zo dat morgen de revolutie moet uitbreken. Rond het kampvuur, met een pilsje in de hand ontstaan er dan gesprekken tussen mensen met verschillende standpunten. Soms volgt er dan begrip, soms gaat juist frustratie over in actie.”


“Het is niet meer zo dat morgen de revolutie moet uitbreken”“

We willen hoop bieden. Politiek is een gemeenplaats, een plek waar dingen gebeuren. Dat hoort een wisselwerking te zijn tussen initiatieven die van buiten komen en de gevestigde orde. We hebben als stadsnomaden laten zien dat je mag dromen en dat die dromen ook wel echt werkelijkheid kunnen worden als je je daarvoor inzet.” Dat laatste wil hij wel echt benadrukken. “Je kunt er niet van uit gaan dat een gemeente je ‘wel even’ faciliteert. Je zult eerst zelf aan het werk moeten. We zijn altijd bereid om onze tips daarin te delen.” Over de vraag of Receveur dan niet een soort brugfunctie zou willen vervullen voor initiatieven uit Dukenburg richting het stadhuis, moet hij even nadenken. “Dat hangt ook van de initiatieven af.”



De stadsnomaden hopen in ieder geval nog wel enige tijd op hun plek in Dukenburg te kunnen blijven. “Het is hier echt prachtig, aan de rand van de stad. Aan de overkant van de straat zit park Staddijk, en als je het tunneltje onder de A73 door loopt ben je zo in de Berendonck. Het is hier rustig en groen. Ik zeg wel eens: Dukenburg heeft de potentie om het Kreuzberg [multiculturele wijk met veel groen in Berlijn, red.] van Nijmegen te worden.” Dan, serieuzer: “Als je het hebt over onze sociaal-culturele impact en eventuele brugfunctie, dan kunnen we hier voorlopig nog wel vooruit. Er ligt volop potentie om de wijk organischer en meer onderdeel te maken van de stad. Misschien moet de gemeente eens beginnen met de straten een naam in plaats van een nummer te geven?”





 
 
 

Opmerkingen


CONTACT
OVER

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN)

Winselingseweg 16, U-74

6541 AK Nijmegen

06 11 62 02 17

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) verbindt mensen, kennis en ideeën om samen te bouwen aan een stad voor iedereen. Ruimtelijke uitdagingen, zoals de klimaat- en woonopgave en energie- en mobiliteitstransitie, raken ons allemaal. We zien het daarom als onze missie om het gesprek te voeren over onze leefomgeving door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. 
Lees meer...

logo-nijmegen-rgb_edited.avif
ba5b61_bd913bb8fab64e0baa2cffc5b802573e~mv2_d_3508_2480_s_4_2.avif
ba5b61_ebe2cb07f32d4701b6e59c9178490081~mv2.avif
thumb_49.avif

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2021 | Alle rechten voorbehouden

bottom of page