top of page

De onvoltooide stad: de flexibele stad

  • Foto van schrijver: ACN
    ACN
  • 23 feb
  • 7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 3 mrt

ACN College | 17.02.2026 | terugblik

Tekst: Willem Claassen | Foto's: More or Less design


Onze woonomgeving is vaak letterlijk in beton gegoten, terwijl ruimtelijke uitdagingen rondom klimaat, wonen, werken en energie iets heel anders vragen. Hoe kunnen we steden ontwerpen die meebewegen met veranderingen in maatschappij en klimaat? Op 17 februari hield architect Tom Bergevoet (Temp Architecture) in de NYMA Makersplaats een college over de flexibele stad als oplossing.


 

Als een bouwproject klaar is, wordt vaak gedacht dat het blijft zoals het is. Maar dat is niet waar, betoogde Tom Bergevoet aan het begin van zijn college. ‘Er is altijd behoefte aan verandering. De stad is een levend organisme.’ De architect, die opgroeide in Didam, kantoor houdt in Amsterdam en zijn eerste opdracht in Nijmegen had (een woonark achter het bruggetje De Ooypoort), gaf aan dat door klimaatverandering flexibel ontwerpen nog belangrijker is geworden. ‘Met ons vakgebied kunnen we iets betekenen, we kunnen de wereld daadwerkelijk beter maken.’     


Groen, beton en participatie

Voordat Bergevoet de theorie indook, vertelde hij over enkele veelzeggende projecten van zijn bureau. Zo ontwierp hij samen met andere architecten voor Amsterdam UMC een groener entreepark, waar het water beter kan wegzakken. Er is nog steeds plek voor auto’s, maar het is compacter. ‘Bij een ziekenhuis is het extra gek als je eerst door vuile lucht moet lopen. We hebben het leefbaarder gemaakt.’


Bij de renovatie van drie Amsterdamse flatgebouwen koos Bergevoet ervoor om het betonnen casco van deze portieketagewoningen te laten staan. ‘In de wederopbouwtijd werd alles met beton gebouwd’, legde hij uit. ‘Nu weten we dat de productie hiervan heel vervuilend is. Het afbreken van beton is echter ook slecht, het leidt opnieuw tot veel CO2-uitstoot.’ Bij de koudebruggen van de flats voegde hij een isolatieschil toe. ‘Het ging van energielabel F naar A+.’ Hergebruik was steeds het uitgangspunt. Zo bestaat de vernieuwde gevel uit oude materialen. ‘Hergebruik is pure winst voor architecten. Er zit al zoveel leven in dit materiaal.’


In de Amsterdamse K-buurt Midden moeten 1.200 woningen en andere voorzieningen worden ingevoegd. Deze stedenbouwkundige aanpassing maakte hij samen met omwonenden, want daar zijn er veel van. ‘Dat maakt dit soort grote aanpassingen acceptabeler. Bij herontwikkeling van onvoltooide steden hoort participatie.’  


Europees perspectief

Na deze voorbeelden sprak Bergevoet over het derde deel van The Flexible City, een serie handboeken die hij samen met Maarten van Tuijl uitbrengt. In dit nieuwste boek gaat het over twee thema’s: circulariteit en klimaatadaptatie. ‘We bieden een Europees perspectief’, zei de architect. ‘Vaak formuleren we in Nederland oplossingen voor onszelf, maar in Denenmarken en Duitsland zijn ze met hetzelfde bezig. We lijken op elkaar, maar leren nauwelijks van elkaar.’ In het boek valt te lezen dat er overal in Europa dezelfde urgente problemen zijn, zoals vervuiling, de teloorgang van biodiversiteit, overstromingen en hittestress. ‘Dat leidt voor ontwerpers tot een tweeledige opgave: minder vervuilend produceren en omgaan met klimaatverandering.’



Improvisatie

Volgens Bergevoet vereist de huidige tijd een andere planning dan die ontwerpers gewend zijn. Decennialang waren steden vooral aan het uitbreiden, maar nu gaat het om het onderhouden en transformeren van het bestaande. ‘Eerst ging je lineair van een plan naar de uitvoering’, vertelde hij. ‘Nu is improvisatie nodig. Je navigeert door de tijd, waarbij een ontwerp nooit klaar is. Dat is realistischer, maar moeilijker.’  


Er zijn vier principes voor zo’n flexibele, circulaire manier van plannen, legde Bergevoet uit. ‘Het ontwerp is nooit af, je hebt een verplichting tot participatie, je moet investeren in fases en je hebt een flexibel juridisch kader nodig.’ Die laatste richtlijn is een lastige. ‘Het juridisch kader moet eigenlijk tijdens het proces mee veranderen.’ 


Tussenstappen en pilotprojecten

Herontwikkelen kun je het beste in kleine stappen doen, betoogde de architect, zodat je beter kunt navigeren door de tijd. ‘Met tussenstappen hou je beter feeling met de werkelijkheid.’ Deze aanpak is ook van belang bij toekomstscenario’s. Bergevoet werkte uit hoe een stad ondanks de komst van water toch kan blijven bestaan. 'Op een onderbouw van beton, dat waterbestendig is, kun je verder bouwen met lichtgewicht materialen, bijvoorbeeld met hout. Als het water komt, zou je de onderste verdiepingen kunnen opgeven. Het draait steeds om omgaan met onvoorspelbaarheid.’


Bergevoet hield een pleidooi voor pilotprojecten bij grootschalige gebiedstransformaties. ‘Dan kun je eerst kijken wat mensen ervan vinden. Je geeft een bestaande wijk de toekomst zonder dat je meteen alles aanpakt en de bewoners kwijtraakt.’ Hij liep een aantal Europese pilotprojecten langs. In Göteborg hebben ze een experimenteerzone waarin meer is toegestaan. ‘Er wordt gekeken of dit werkt en of je dit kunt implementeren op andere plekken.’ In Kopenhagen is een plein met verhogingen gemaakt. ‘Als het water komt, ontstaan er eilandjes en dit levert plezier op voor kinderen.’ En in een Duits vakwerkstadje werd een stadhuis uit de jaren ’70, dat sterk contrasteerde met de omgeving, afgebroken. ‘Het beton werd niet weggehaald, maar werd gebruikt voor een nieuw stadhuis dat beter past bij de plek.’



Levensduur van een gebouw

De laatste les die hij wilde meegeven, was dat we anders moeten gaan kijken naar de levensduur van een gebouw. ‘We denken nu vaak in decennia, maar die periode kan beter langer of juist korter zijn.’ Investeringen zijn gericht op 40 jaar, legde hij uit, maar voor echte duurzame oplossingen is dat vaak te kort. ‘Het is beter om iets duurder te bouwen, zodat het langer kan blijven staan. Of dat je het zo bouwt dat het makkelijk te verplaatsen is.’ De Ikea in Wenen is een goed voorbeeld van een duurzaam gebouw, volgens Bergevoet. ‘Het werkt als een Billy-boekenkast, met meerdere functies: ook woningen en winkels.’ Aan de andere kant van het spectrum heb je het tijdelijke, flexibele paviljoens op het Ebbingeterrein in Groningen. ‘Die bestonden uit containers en verhuisden na 10 jaar naar een andere plek.’


Aanpak in de praktijk

In het nagesprek met programmamaker Camiel Hendriks ging Bergevoet in op zijn aanpak in de praktijk. ‘Je begint een project met flexibele ideeën, zodat daar een klimaat voor kan ontstaan. Dan gaat er iemand rekenen en kan het duurder uitvallen. Als een onderdeel niet hoeft, kun je het eruit halen.’ Het is lastig om een vernieuwende opzet te bewerkstelligen, maar hij ziet de laatste tien jaar een enorm bewustzijn ontstaan voor duurzaam ontwerpen. ‘Dan gaat het vooral om het casco laten staan, veel groen aanbrengen en hout gebruiken in plaats van beton.’


Probeer een opdrachtgever goed in de ogen te kijken, stelde Bergevoet. ‘Als ze duurzame ambities hebben, dan kom je er wel. Maar je kunt ze niet overvragen. Iets hogere bouwkosten moet kunnen, maar het moet wel betaalbaar blijven. Soms is het kiezen: niet alles kan.’


Aanpak in de praktijk

In het nagesprek met programmamaker Camiel Hendriks ging Bergevoet in op zijn aanpak in de praktijk. ‘Je begint een project met flexibele ideeën, zodat daar een klimaat voor kan ontstaan. Dan gaat er iemand rekenen en kan het duurder uitvallen. Als een onderdeel niet hoeft, kun je het eruit halen.’ Het is lastig om een vernieuwende opzet te bewerkstelligen, maar hij ziet de laatste tien jaar een enorm bewustzijn ontstaan voor duurzaam ontwerpen. ‘Dan gaat het vooral om het casco laten staan, veel groen aanbrengen en hout gebruiken in plaats van beton.’


Probeer een opdrachtgever goed in de ogen te kijken, stelde Bergevoet. ‘Als ze duurzame ambities hebben, dan kom je er wel. Maar je kunt ze niet overvragen. Iets hogere bouwkosten moet kunnen, maar het moet wel betaalbaar blijven. Soms is het kiezen: niet alles kan.’ De architect gelooft in fases. ‘Dan zorg je dat iets niet onomkeerbaar is.’



Houding

Een van de bezoekers wilde weten hoe Bergevoet dacht over de flexibiliteit van de stad als geheel, omdat het in het college toch vooral over afzonderlijke locaties ging. ‘We hebben bijna niet meer de luxe om nieuwe delen van de stad te bedenken’, antwoordde hij. ‘Flexibel ontwerpen is een manier van werken om transformatie aan te kunnen. Daar heb je een bepaalde cultuur voor nodig. Het gaat meer om de houding dan om de fysieke oplossing.’


Een andere bezoeker wilde weten of groene daken wel een goed idee is. In de praktijk blijkt dat er versterkt beton nodig is voor zulke daken. Bergevoet: ‘Voor de CO2-balans is dat misschien minder, maar het zorgt ook voor verbetering van biodiversiteit, minder warmte en het isoleert meer naar binnen toe. Dat mag je meenemen: wat weegt dan het zwaarst? Er spelen meestal meer zaken.’


Hit and run moet stoppen

ACN-directeur Dave Willems had een rekenvraag. Een gebouw dat voor eeuwen in plaats van voor decennia wordt gebouwd, is op termijn goedkoper. Kun je dat niet in de prijs verwerken? Het gaat erom wie de eigenaar van het gebouw is, verklaarde de architect. ‘Je hebt eigenlijk langdurig commitment nodig van projectontwikkelaars.’ Bergevoet toonde zich kritisch over de markt. ‘Soms is het nu hit and run: bouwen en doorverkopen. Dan staat duurzaamheid niet altijd voorop.’ Er zijn wel voorbeelden die laten zien dat het anders kan, bijvoorbeeld bij woongemeenschappen die met een aantal gezinnen voor de lange termijn iets opbouwen. ‘Daar staat het woonplezier en niet het rendement voorop.’


Tot slot wilde een bezoeker weten wat de rol van de overheid is bij duurzaam en flexibel bouwen. ‘In Nederland hebben gemeentes in het ruimtelijke domein een stevige positie’, zei de architect. ‘In Amsterdam heeft de gemeente bijvoorbeeld veel grond in eigendom, ze zijn pachteigenaar. Ze stellen veel eisen en dat werkt best goed.’ Er wordt nu veel hoogwaardig gebouwd, vond hij, ook door de hoogconjuctuur. Ontwikkelaars durven meer met kwaliteit te bouwen. ‘Maar veel ontwikkelaars moeten ook rendementen halen en dan gaat het soms ten koste van de kwaliteit.’


In 2026 organiseert het ACN de collegereeks de onvoltooide stad.  In deze vierdelige collegereeks bespreekt ACN de betekenis van gebouwen en steden die nooit af zijn. Van open bouwen tot tijdelijke steden: we belichten ontwerp vanuit de filosofie dat een stad nooit af is, maar altijd in beweging en in wording is.




 
 
 

Opmerkingen


CONTACT
OVER

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN)

Winselingseweg 16, U-74

6541 AK Nijmegen

06 11 62 02 17

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) verbindt mensen, kennis en ideeën om samen te bouwen aan een stad voor iedereen. Ruimtelijke uitdagingen, zoals de klimaat- en woonopgave en energie- en mobiliteitstransitie, raken ons allemaal. We zien het daarom als onze missie om het gesprek te voeren over onze leefomgeving door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. 
Lees meer...

logo-nijmegen-rgb_edited.avif
ba5b61_bd913bb8fab64e0baa2cffc5b802573e~mv2_d_3508_2480_s_4_2.avif
ba5b61_ebe2cb07f32d4701b6e59c9178490081~mv2.avif
thumb_49.avif

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2021 | Alle rechten voorbehouden

bottom of page