top of page

Contextueel ontwerpen: De kunst van het herbestemmen

  • Foto van schrijver: ACN
    ACN
  • 12 sep
  • 7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 24 sep

ACN College | 02.09.2025 | Terugblik

Verslag: Willem Claassen | Foto's: More or Less Design | Video: NietNix Productions

 

Op 2 september vond het derde ACN college plaats in de vierdelige reeks context, waarin architectuur aan bod komt die gevoelig is voor zijn omgeving en nieuwe verbindingen legt. In de Nyma Makersplaats sprak architect Jan Peter Wingender (Office Winhov) over hoe je bestaande gebouwen nieuw leven geeft zonder hun geschiedenis uit te wissen. Voor zijn betoog, waarin twijfel voorop stond, gebruikte hij ervaringen uit eigen praktijk en voorbeelden uit de architectuur- en kunstgeschiedenis. Na een kort gesprek programmamaker Camiel Hendriks en enkele vragen uit het publiek vertelde Wingender over zijn aanpassingen aan het station Nijmegen.


Een college suggereert dat ik de waarheid in pacht heb, maar architectuur is een zoekend vakgebied’, zei Wingender bij aanvang van zijn college. Hij wilde zijn toehoorders niet de les lezen. ‘Het wordt meer een kritische reflectie op de positie waar we met hergebruik van gebouwen staan.’ Het motto van de avond: ‘Moge twijfel uw metgezel zijn.’


Supernormal

Dertig jaar geleden begon Wingender als architect. Dat was precies in de periode dat het boek Superdutch verscheen, over twaalf Nederlandse ontwerpbureaus met dezelfde ideeën over architectuur. ‘Wij hadden een moeizame verhouding met Superdutch. Concept was leidend, context was ondergeschikt. Wij gingen voor precies het tegenovergestelde. We dachten na over materiaal en gebouwen. Daarom gaven we als reactie ook een boekje uit: Supernormal.


ree


In de eerste jaren was Wingender vooral bezig met nieuwbouw, legde hij uit. In 2010 werd hij voor het eerst gevraagd voor het hergebruik van een bestaand gebouw. Inmiddels bestaat meer dan de helft van de opdrachten van Office Winhov uit het hergebruiken van gebouwen. ‘Naast het culturele argument is er nu ook het duurzame argument, zeker de laatste vijf jaar’, vertelde de architect. ‘Daarbij is het gebouw dat er al staat natuurlijk het duurzaamste.’ Hij ziet een kentering binnen de architectuur. Lang draaide het bij plannen alleen om nieuwbouw en moest je je keuzes verantwoorden, sloop werd gezien als iets dat er gewoon bij hoort. ‘Nu moet je goed beargumenteren waarom je iets wilt slopen. De bewijslast is aan het verschuiven.’  


Het speelveld is enorm veranderd, maar toch vormt het Charter van Venetië uit 1964 nog steeds het fundament, stelde Wingender. Dit is een stelsel van richtlijnen over hoe om te gaan met het behoud van erfgoed. Het Charter richt zich op materiaal, niet op ruimte of typologie. Ook wordt er in de tekst gezinspeeld op nieuw gebruik van erfgoed. ‘Het is een waardevolle basis, al moeten we het opnieuw bespreken en bediscussiëren. Restaureren en behouden is nu reanimeren geworden.’  


Één groot risico

Toen was het tijd om enkele projecten uit zijn loopbaan uit te lichten. In het Amsterdamse Oosterpark transformeerde Wingender een klassiek universiteitsgebouw in een luxe hotel. Hierbij was de belangrijkste opgave hoe hij het gebouw kon kantelen, zodat er een verbinding met het park werd gemaakt. ‘Het voorstel van de eigenaar was om een vleugel af te sluiten’, vertelde de architect. ‘Wij vonden dat onhandig, daarom kozen we voor een uitbreiding van de uitbreiding. Hergebruik is een richtingsopgave.’ Het gebouw ging van 3000 m2 naar 9000 m2, onder meer door het souterrain te verlagen. ‘Het schema is makkelijk, maar de uitvoering complex.’ Of je het goed doet, is altijd de vraag. ‘De meeste nieuwbouw is gericht op het vermijden van risico’s. Herbestemmen is één groot risico. Je moet improviseren.’


In Den Helder, op de voormalige marinewerf Willemsoord, kreeg Wingender de opdracht om een neoclassicistische mastenloods en een naoorlogse zeilmakerij te herbestemmen voor een nieuw stadhuis. In de loods werd ervoor gekozen om de betonnen constructie als basis te behouden. In de zadelmakerij werden de wanden als basis genomen. De daken werden vrijgehouden en er kwam een nieuwe vloer met installaties. ‘Het is een spel tussen bestaand en nieuw’, stelde Wingender.


Welk moment als ankerpunt?

ree

Een ander uitdagend project was het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam. Wingender renoveerde zowel de voormalige Kweekschool, waar het museum zich bevindt, als Joods monument de Hollandsche Schouwburg dat er tegenover ligt. In de oorlog was de Schouwburg een verzamelplaats waarvandaan Joden naar vernietigingskampen in Duitsland werd gedeporteerd. Honderden kinderen ontsnapten in het geheim uit de Schouwburg en kwamen terecht in de Kweekschool en de naastgelegen crèche. Wingender: ‘De school is niet meer herkenbaar als school, maar als je daar bent, probeer je het verhaal te reconstrueren. We wilden de school weer herkenbaar maken. Dat hebben we gedaan door deels te restaureren, deels te interpreteren en deels contrasten aan te brengen.’ De gevel van de Schouwburg bleek 29 kleurlagen te hebben. Ze kozen ervoor de groene kleur terug te halen die de Schouwburg in 1962 kreeg, toen het een herdenkingsplek werd. ‘Dat is vaak de vraag: welk moment in de geschiedenis gebruik je als ankerpunt?’ 


Tussen de projecten door haalde Wingender enkele inspirerende architecten en kunstenaars aan. Zo toonde hij een beeld van kunstenares Berlinde de Bruyckere: een dood veulen dat op een steen ligt. ‘Het gaat over leven, dood, offers. Je ziet meteen: dit is een origineel werk.’ Maar de ontstaansgeschiedenis van het kunstwerk zet hem aan het denken wat authenticiteit is. ‘De Bruykere beschikte over een dood veulen’, vertelde Wingender. ‘Ze maakte een siliconen mal van het dier, het dier zelf is weggehaald. Met de siliconen mal werd een wassen beeld gemaakt en dat is ook weer weggehaald. Vervolgens werd het een metalen beeld. Zo wordt het origineel meerdere keren vernietigd. Wat is dan authenticiteit? Naar welk moment ga je terug? Daar worstelen we mee en daar mag meer over nagedacht worden.’


Na het college sprak Wingender met interviewer Camiel Hendriks over de nieuwe rol van architecten omdat het steeds vaker gaat om herbestemmen. ‘Bij de Schouwburg in Amsterdam zijn wij het derde architectenbureau. Je kunt dan niet meer zeggen: “Dit hebben wij gemaakt”. Het is herijking van het vak en dat is niet erg.’ Wingender gaf echter aan dat hij er niet dogmatisch in staat. ‘Er zijn nog steeds goede redenen om nieuwe dingen te maken. Maar het is niet meer: eerst slopen, dan bouwen. Je moet nu beargumenteren waarom je zou slopen.’ Daarbij is duurzaamheid steeds belangrijker, concludeerde hij. ‘Een nieuw casco zorgt in de bouw voor de meeste CO2-uitstoot.’ Dit zorgt ervoor dat discussies over schoonheid van bestaande gebouwen een andere waarde krijgen. ‘In het licht van duurzaamheid is een oordeel van goed of slecht, mooi of lelijk onzinnig geworden.’


ree

Uit het publiek kwamen enkele vragen. Zo wilde iemand weten hoe Wingender bij zijn ontwerpen omgaat met de waardering van mensen van oude gebouwen. Volgens de architect speelt de geschiedenis van een gebouw altijd een rol in hoe mensen de plek ervaren, maar waardering verschuift in de loop der tijd ook. ‘Gebouwen uit de jaren 80 zitten op dit moment in pubertijd, zo heb ik het gevoel. Het is gemakkelijk om ze weg te halen, maar de wereld begrijpt ze nog niet en andersom. Schoonheid is enorm subjectief en met waardering kan het snel gaan. Jongeren vinden de stijl van de jaren 70 geweldig, met die groene tapijttegels. Daar moet ik zelf erg aan wennen.’


Als ‘toetje’ van de avond toonde Wingender enkele ontwerpen van de aanpassingen aan station Nijmegen. Hij legde eerst uit hoe belangrijk het landschap is voor het station. ‘Door het spoelzand ligt oost een stuk hoger dan west. De meeste stations hebben twee of drie niveaus, Nijmegen heeft er vier.’ De nieuwe West-entree is een kleine opgave, vertelde Wingender, maar met veel impact en bouwkundig lastig. ‘Het wordt een grote, lichte doos, want je moet weten dat je naar het station gaat. Op drie niveaus kom je één ruimte binnen.’ De spoorkappen worden gerestaureerd en er komt een nieuw spoorkap boven een nieuw perron. ‘Die wordt van hout, een moderne interpretatie van de oude spoorkap.’


ACN Colleges 2025

In de ACN collegereeks context bespreken we dit jaar architectuur die gevoelig is voor zijn omgeving en nieuwe verbindingen legt. We geven architecten het podium die ontwerpen vanuit samenhang en verbinding en zich af durven zetten tegen weeffouten in onze samenleving. Die architectuur maken die niet universeel en iconisch is, maar plaatsgebonden en harmonisch. De eerste drie colleges in de reeks werden gegeven door Eric Frijters (over de stad als metabolisme), Maike van Stiphout (over de verwilderde stad), en Jan Peter Wingender (over de kunst van het herbestemmen). Later dit jaar zoomt Afaina de Jong in haar college in op de context cultuur.

 

Soms kiezen we liever voor de sloopkogel dan het plamuurmes, omdat nieuwe functies niet altijd in oude gebouwen passen of het renoveren naar hedendaagse standaarden simpelweg duurder is dan nieuwbouw. Althans, als  de klimaatimpact van nieuwbouw niet wordt meegenomen in de berekening. Door een nieuwe waardering van jong erfgoed en het streven naar een CO2-neutrale samenleving lijkt het tij echter te keren. Opnieuw gebruiken wat er al is, behoort daarmee steeds vaker tot de architectonische ontwerpopgave.

 

Station Nijmegen

Architect Jan Peter Wingender (Winhov) is expert in herbestemmen. Voor hem zijn bestaande gebouwen onderdeel van een culturele en maatschappelijke identiteit en het behouden ervan creëert een gevoel van tijdloosheid. Met zijn bureau Winhov is hij verantwoordelijk voor de renovatie en herbestemming van treinstation Amsterdam Amstel en de aankomende uitbreiding van Station Nijmegen – dat een complexe context kent van historische tijdlagen, een ingewikkelde verkeerssituatie en een groot hoogteverschil.

 

ACN Colleges 2025

In de ACN collegereeks context bespreken we dit jaar architectuur die gevoelig is voor zijn omgeving en nieuwe verbindingen legt. We geven architecten het podium die ontwerpen vanuit samenhang en verbinding en zich af durven zetten tegen geldende normen. Die architectuur maken die niet universeel en iconisch is, maar plaatsgebonden en harmonisch.

 

We trapten de collegereeks af met een college van Eric Frijters over de stad als metabolisme en vervolgden met Maike van Stiphout over natuurinclusief ontwerpen. Na het college van Jan Peter Wingender zoomen we nog in op cultuur als context.




 
 
 

Opmerkingen


CONTACT

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN)

Winselingseweg 16, U-74

6541 AK Nijmegen

06 11 62 02 17

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

SCI_Woordbeeld_NL_2_regels_RGB.avif
logo-nijmegen-rgb_edited.avif
OVER

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) verbindt mensen, kennis en ideeën om samen te bouwen aan een stad voor iedereen. Ruimtelijke uitdagingen, zoals de klimaat- en woonopgave en energie- en mobiliteitstransitie, raken ons allemaal. We zien het daarom als onze missie om het gesprek te voeren over onze leefomgeving door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. 
Lees meer...

ba5b61_bd913bb8fab64e0baa2cffc5b802573e~mv2_d_3508_2480_s_4_2.avif
ba5b61_ebe2cb07f32d4701b6e59c9178490081~mv2.avif
thumb_49.avif

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2021 | Alle rechten voorbehouden

bottom of page