Romeins verleden in de straten van Nijmegen
Stadszaken | Maandag 21 september 2026 | terugblik
Tekst: Willem Claassen | Foto's: Jeroen de Bruin
Onlangs zijn op het Honig-terrein de funderingen van het grootste Romeinse badhuis van Nederland blootgelegd. Nijmegen heeft een rijk Romeins verleden, maar daar is nauwelijks iets van terug te zien. Hoe vertel je dit verhaal aan bezoekers én bewoners? En is dat überhaupt wel nodig? Radboud Reflects en ACN organiseerden een avond in LUX over het zichtbaar maken van het Romeinse verleden én heden van Nijmegen. Aan het woord kwamen archeoloog Stephan Mols, historisch geograaf Elyze Storms-Smeets, en architecten Marlène van Gessel en Marc van Roosmalen.

Archeoloog Stephan Mols schetste in het eerste deel van het programma wat er is gevonden bij de oude Honig-fabriek in Nijmegen-West en wat de betekenis daarvan is. Dit jaar en vorig jaar kwamen tijdens opgravingen, vlak voordat op die locatie met nieuwbouw werd begonnen, de resten van een groot badhuis tevoorschijn. In 1992 was er ook al een stuk van dit badhuiscomplex gevonden bij opgravingen, maar daar is toen niks mee gedaan. ‘Het was dus al duidelijk dat het om een badhuis zou gaan, maar het was nog niet bekend hoe omvangrijk het zou zijn’, vertelde Mols.
Het betreft een complex van bijna 5000 vierkante meter. Daarmee is dit het grootste badgebouw dat ooit in Nederland is gevonden, legde de archeoloog uit. In Heerlen werd eerder een badhuis opgegraven dat twee keer zo klein is. In de Duitse stad Xanten vond men een complex dat juist meer dan twee keer zo groot is. Mols: ‘Maar dat was ook een veel grotere stad in de Romeinse tijd. De afmetingen van het Nijmeegse badgebouw passen bij wat de stad was in die tijd.’

Sociaal ontmoetingscentrum
De archeoloog vertelde over de stookruimte van het badhuis, de dubbele vloer en de muren die bekleed waren met terracottategels. Een ingenieus verwarmingssysteem: hete lucht kon onder de vloer door en achter de muren langs. Het badcomplex bestond uit meerdere vertrekken en verder zijn er resten van woningen en resten van een openbaar gebouw gevonden. ‘Van dat gebouw weten we de functie nog niet.’
Bij de opgravingen werden veel monumentale resten blootgelegd. Mols toonde afbeeldingen van onder andere haarnaalden, dobbelstenen, stukjes van zuilen en van wandschilderingen. ‘Het badhuis was een sociaal ontmoetingscentrum waar ook spelletjes werden gespeeld. Mensen gingen er mooi uitgedost heen.’ Het was een onderdeel van de stad, die in die tijd op de plek lag van het Waterkwartier en het Honigcomplex. ‘Daar zijn eerder ook twee forums en twee tempels gevonden.’

Natuurstenen hergebruikt
In de middeleeuwen en de 17e eeuw is heel veel van de Romeinse gebouwen weggehaald, vervolgde Mols. De natuurstenen werden hergebruikt voor nieuwe bouwwerken. ‘Op veel plekken waar muren stonden, is niks. Door uitbraakgleuven en verkleuringen weten we waar muren hebben gestaan.’
De archeoloog pleitte voor het zichtbaar maken van het badhuis. ‘Dat kan eenvoudig door visualisatie, of door een dependance van het Valkhof Museum op die plek. Nu is er van het badgebouw niets te zien.’

Visualisatie
Na deze presentatie volgde een gesprek met Mols, historisch geograaf Elyze Storms-Smeets, en architecten Marlène van Gessel en Marc van Roosmalen. Moderator Cees Leijenhorst wilde eerst weten waar Mols precies aan dacht bij visualisatie. ‘Met bijvoorbeeld laserlicht kun je de omvang duidelijk maken van het badhuis. Je kunt de hoogte laten zien, maar ook hoe het zich verhoudt tot hedendaagse architectuur.’

Daarna gaf hij Storms-Smeets het woord. Zij vertelde over haar rol als historisch geograaf. Als er ergens ruimtelijke plannen zijn en er is iets vastgelegd over erfgoed, dan houdt zij contact met alle betrokken partijen. ‘Er is veel veranderd in de erfgoedsector. Vroeger draaide het om het beschermen van gebouwen. Nu wordt gekeken naar transformatie en adaptatie.’ Erfgoed is niet statisch, legde ze uit. ‘Bij een cultuurlandschap zijn er heel veel lagen verleden. Je kiest dan niet voor slechts één moment.’
In het geval van het Romeinse badhuis was ze benieuwd naar de stedelijke opbouw. ‘Ik zie schaakpatronen. Er zijn wegen geweest en landbouw eromheen. Wat is de connectie met de omgeving?’ Mols vertelde dat er zeker een wisselwerking was tussen de plek en het omliggende gebied. ‘We hebben objecten uit de omgeving gevonden die in de stad werden verhandeld. Ook is er wat gevonden op andere plaatsen.’

Gelaagdheid
Marlène van Gessel en Marc van Roosmalen bouwen als architecten vaak op of naast dit soort plekken. Zo hebben ze het Nijmeegse museum De Bastei ontworpen. Leijenhorst was benieuwd hoe zij naar het badhuis keken. ‘Het gaat ons ook om die gelaagdheid’, zei Van Gessel. ‘Als het alleen op de Romeinen is gericht, maak je het plat. Dan poets je een paar eeuwen weg.’ Ze vindt het verder veelzeggend dat het badhuis zich al in 1992 aankondigde. ‘Er is lang over de nieuwbouw van Waalfront nagedacht, maar ik mis de flexibiliteit. Je moet gelegenheid creëren om tijdens het proces plannen aan te passen. Dan had je binnen de nieuwbouw iets met het badhuis kunnen doen.’ Volgens haar beklijft een tekening of maquette niet. ‘In de ruimte kun je het ervaren. Jammer dat dit niet gebeurd is, want dan laat je zien wat deze plek uniek maakt.’
Van Roosmalen vulde aan dat dit komt door het conflict van waardesystemen. ‘Bouwen is economie. Alles in de grond is niks waard. Maar voor ons als architecten is het juist een inspiratiebron. Je wilt de rijkdom van het verleden door laten klinken. Het versterkt de identiteit.’ Projectontwikkelaars hebben volgens de architect andere waardesystemen. ‘De politiek moet daar een keuze in maken.’
Mols ziet dat spanningsveld ook, zei hij. ‘Er had binnen de plannen misschien meer met de opgravingen meegekund, maar het gaat er ook om wat je verwacht. Een projectontwikkelaar wil op tijd zijn werk opleveren. In dit geval mochten de twee archeologische bureaus langer werken dan gepland. Dat is al winst.’ Daarom ziet hij vooral ook iets in visualisatie, om te laten zien wat voor gebouw hier heeft gestaan.

Erfgoed kleine speler
Leijenhorst vroeg aan Storms-Smeets of Nijmegen als oudste stad hier grondiger mee om had moeten gaan. ‘Nijmegen heeft een erfgoedbeleid en -visie, maar dat is voornamelijk op hoofdlijnen’, antwoordde de historisch geograaf. ‘Je bent ook niet de enige speler in het veld. Erfgoed is vaak een kleine speler.’ Daar komt bij dat erfgoed niet meer zo objectgericht is. ‘We denken breder. Het gaat om het leren van het verleden. Dan moet je eerst het verleden snappen en daarvoor is meer onderzoek nodig.’
Van Roosmalen reageerde op het idee om iets met licht te doen. ‘Met de huidige technieken is veel mogelijk. Maar is het duurzaam?’ Tot slot betoogde de architect prikkelend dat we niet meer woningen moeten bouwen, maar moeten bouwen aan gemeenschappen. ‘Dat past ook goed bij het badhuis. Het kan een startpunt zijn voor een project met een mix van functies.’ Dit was een programma van Radboud Reflects en Architectuurcentrum Nijmegen.
Dit was een programma van Architectuurcentrum Nijmegen en Radboud Reflects.


Kom je vaker naar de lezingen van Radboud Reflects? Dan is een Radboud Reflects-abonnement misschien interessant.
Ben je student? Schrijf je dan in voor het Radboud Reflects Certificaat en toon anderen dat je je laat inspireren door verdiepende lezingen over de actualiteit.





Opmerkingen