• ACN

Rechtvaardigheid begint bij de bodem - Interviewserie De rechtvaardige stad

De rechtvaardige stad volgens Rijksadviseur Wouter Veldhuis

Door: Mieke Dings

Foto: Arenda Oomen

ACN staat dit jaar in het teken van ‘PLEK: plaats maken voor de rechtvaardige stad’. Maar wat is een rechtvaardige stad en hoe werk je hieraan? Deze vragen stellen we aan een aantal stadmakers en denkers. Dit keer praten we met Wouter Veldhuis, partner bij stedenbouwkundig bureau MUST, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving én samen met Simon Franke auteur van het essay De rechtvaardige stad (Trancity, 2018). Dit najaar verschijnt een vervolgessay.


“Veel te hoogdravend en pretentieus”, oordeelde een vooraanstaand stadssocioloog toen Veldhuis en Franke hem een paar jaar geleden het idee voorlegden om een boek te maken over rechtvaardigheid. “En dat is het natuurlijk ook!”, lacht Veldhuis. “Maar we hadden zo sterk het gevoel dat er behoefte aan was dat we besloten het toch te doen. En zie nu: je kunt nog geen krant openslaan of het gaat over rechtvaardigheid.”


Dat er behoefte aan was, dachten ze vooral omdat hun eerdere boeken over de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam zo’n succes waren. Veldhuis woont hier al zijn hele leven en zag de wijk in de jaren negentig opeens van een paradijs voor arbeiders veranderen in een arbeiderswijk die je beter kon mijden. “Op papier dan”, voegt hij er meteen aan toe. “De wijk was opeens tot probleemgebied bestempeld terwijl ik en mijn 150.000 wijkgenoten niet zo heel veel waren veranderd. Sindsdien probeer ik te begrijpen wat hier gebeurt, hoe wij als professionals ingrijpen, welke doelen we daarbij voor ogen hebben en welke resultaten we bereiken. Dat resulteerde in twee boeken hierover: Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam (SUN/Trancity, 2007) en Nieuw-West: parkstad of stadswijk? (TrancityxValiz, 2016).”

“Het gevaar is dat discussies over rechtvaardigheid in ideologische kemphanengevechten of semantische strijden ontaarden, terwijl partijen het door de bank genomen vaak wel eens zijn.”


Giftige cocktail

“Inmiddels klinkt de waarom vraag gelukkig steeds luider door, evenals de roep om een nieuw verhaal. Discussies over rechtvaardigheid zijn aan de orde van de dag, en terecht”. Veldhuis ziet ze soms echter ook doorslaan: “Het gevaar is dat dit soort discussies in ideologische kemphanengevechten of semantische strijden ontaarden, terwijl partijen het door de bank genomen vaak wel eens zijn”. Tegelijkertijd ziet hij ook de noodzaak van zorgvuldige communicatie hierover. Zo verkiest Veldhuis zelf nadrukkelijk ‘rechtvaardigheid’ boven het eveneens veelgehoorde ‘inclusiviteit’ omdat hij vindt dat deze laatste term te veel impliceert dat iedereen mee moet doen, terwijl niet iedereen dat wil. “Laat iedereen vrij, maar laat niemand vallen vind ik een mooie slogan”, zegt Veldhuis met daarbij de opmerking dat het hem puur om de slogan gaat en niet om de politieke partij die deze lanceerde [D66, red.].

Startblok Elzenhagen in Amsterdam | Foto's Rufus de Vries

MUST maakte de brandtrappen zo ruim dat ze tevens als ontmoetingsplek fungeren


Dat er alleen al wat rechtvaardigheid betreft vier verschillende begrippen bestaan, toonde onderzoeker Edwin Buitelaar aan. Veldhuis: “Hij hoorde het woord ook naar aanleiding van ons essay zo vaak op zulke verschillende manieren vallen dat hij besloot het verder te onderzoeken. Uiteindelijk wist hij vier verschillende rechtvaardigheidsbegrippen te onderscheiden die alle vier een andere politieke lading hebben en die moeilijk met elkaar te combineren zijn.” En die toch, zo zet Veldhuis uiteen, al jaren met elkaar gecombineerd worden. “Daardoor is er een giftige cocktail ontstaan waarvan je de resultaten nu op de woningmarkt ziet waarbij we wel sociale woningbouw borgen, maar tegelijkertijd commercieel afrekenen op basis van WOZ-waarden, extra belasting heffen door middel van een [in 2023 af te schaffen, red.] verhuurdersheffing en waarin we in sommige steden wel erfpacht toepassen maar tegelijkertijd de hoogste grondprijs vragen.”


Ik vind het eigenlijk onbestaanbaar dat in een land waarin bruikbare grond een hele dure collectieve prestatie is, er zoiets als grondbezit bestaat.


“Wat ik mooi vind, is dat Buitelaar tegelijkertijd laat zien dat rechtvaardigheid een heel waardevol begrip is, omdat het een arena biedt waarin je verschillende politiek ideologische verschillen onder woorden kunt brengen.” Het kan wat Veldhuis betreft daarmee helpen in de zoektocht naar een nieuw verhaal, die nu door de verschillende crises in een stroomversnelling belandt. Hij ziet daarin een belangrijke rol weggelegd voor grondpolitiek, een vorm van grondbeleid waarbij overheden grond kopen en uitgeven om de regie in eigen hand te houden: “Als je het hebt over rechtvaardigheid, dan begint het bij de bodem. Tot nu toe sturen we niet vanuit de bodem maar kopen we met miljarden euro’s functies zoals intensieve landbouw op de verkeerde plekken af. We moeten echt naar een systeem toe waarbij we de maximale collectieve waarde uit de grond persen.” Door middel van – “ik heb er nogal radicale ideeën over” – erfpacht bijvoorbeeld. Want: “Ik vind het eigenlijk onbestaanbaar dat in een land waarin bruikbare grond een hele dure collectieve prestatie is, er zoiets als grondbezit bestaat.”

Randenbroek in Amersfoort | Foto: Rufus de Vries

Extra brede stoepen en ruime vensterbanken in deze door MUST en Korth Tielens ontworpen wijk


Regio en buurt

Naast het grondbeleid ziet Veldhuis twee schaalniveaus waarop de ruimtelijke ordening de komende tijd flinke stappen te maken heeft en die in het nog te verschijnen vervolgessay aan bod zullen komen: regio en buurt. De regio omdat uit de praktijk blijkt dat op dit niveau veel samenkomt. Veldhuis: “Als Amsterdam besluit om sociale huurwoningen te slopen of minder eenzijdige bedrijventerreinen toe te staan, voelen Beverwijk en Zaanstad dit meteen. De regio is dus cruciaal om op een rechtvaardige manier onze voorzieningen en de toegankelijkheid ervan te organiseren, zoals het aanbod van woningen, onderwijs, mobiliteit, groen, recreatie.” Samenwerken is volgens Veldhuis noodzakelijk. “Dit gaat in de praktijk vaak wonderbaarlijk goed. Politieke kleur doet er veel minder toe zodra bestuurders regionaal moeten samenwerken. Maar ook de ambtenarij profiteert hiervan. In regio Amsterdam worden nu al talenten uit Amsterdam gedetacheerd bij randgemeenten om kennis uit te wisselen.”


“We zijn ruimtelijke kwaliteit veel te veel gaan uitleggen vanuit de belevingswaarde alleen.”


Het andere schaalniveau waar de publieke sector volgens Veldhuis het verschil kan maken, is op het niveau van de buurt. “Dat is het niveau waarop de burger direct te maken heeft met plannenmakers en de plannenmakers direct met de burger. Tegelijkertijd is dat het niveau dat ambtenaren door opschaling van gemeentes steeds meer zijn kwijtgeraakt.” Volgens Veldhuis ligt daar een gat: “We willen burgers terecht meer zeggenschap geven over hun eigen leefomgeving, maar onze infrastructuur is daar helemaal niet op ingericht. Dat was ook zo goed van Adri Duivesteijn als voormalig wethouder in Almere: dat hij eerst het ambtelijk apparaat omvormde en toen pas de mensen uit de stad uitnodigde om langs te komen met plannen om zelf een huis te bouwen.” Ook van architecten vereist participatie volgens Veldhuis een andere houding. Namelijk: “Meer laten. We zijn ruimtelijke kwaliteit veel te veel gaan uitleggen vanuit de belevingswaarde alleen. Maar de gebruikswaarde en toekomstwaarde dan? Het gaat om een leefomgeving. Gebouwen van glas en plaat zien er mooi strak uit, maar slaan het leven van zich af. Daarom ben ik geen voorstander van woningen uit glas of plaatmateriaal alleen. Ik vind dat mensen het fundamentele recht hebben om een bloempot op te hangen aan de gevel van hun huis!”

Speelplaats in Amersfoort | Foto: Rufus de Vries

MUST schiep de voorwaarden voor deze speelplaats in Amersfoort en liet de invulling aan de bewoners over Desgevraagd heeft Veldhuis ook voor architectuurcentra een boodschap. “Wat mij betreft hebben ze een belangrijke rol als communicator om het complexe vraagstuk van ‘onze leefomgeving van de toekomst’ voor een breed publiek toegankelijk te maken. Ik denk dat we op dit moment geen behoefte hebben aan allerlei debatten tussen experts, maar aan een brede beweging die mensen meeneemt in de grote vraagstukken van nu; waardoor ze die gaan begrijpen en misschien zelfs wel zin in verandering krijgen in plaats van dat het hen overkomt en ze er zich geen raad mee weten. Zodat we uiteindelijk naar een gevoel gaan dat er waarschijnlijk ook in de jaren vijftig was: een gevoel van samen bouwen aan een nieuwe tijd.”

86 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven