top of page

Op weg naar een vrouwvriendelijk Nijmegen

  • Foto van schrijver: ACN
    ACN
  • 15 uur geleden
  • 12 minuten om te lezen

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor het feit dat vrouwen, lhbtiq+’ers en andere groepen zich niet veilig en welkom voelen op openbare plekken. De behoefte aan verandering is groot. Hoog//Diep-redacteur Willem Claassen vroeg zich af hoe Nijmegen momenteel wordt ervaren en wat de plannen zijn om een vrouwvriendelijke stad te worden. Zijn zoektocht leidde van krijtteksten op straat tot een onderzoeksproject met tienermeiden in Nijmegen-Noord.



Mijn dochters zijn op het moment dat ik dit schrijf 9 en 11 jaar. De komende jaren zullen zij zich stapje voor stapje steeds vrijer gaan bewegen in de openbare ruimte. Ik hoop dat ze in hun stad veilig zullen zijn, zich veilig zullen voelen én welkom: dat Nijmegen ook van hen is. Het mooiste zou zijn als ze ’s nachts in hun eentje naar de sterren kunnen kijken, op welke plek dan ook. Maar hoe staat de stad er nu eigenlijk voor en wat wordt er gedaan om het te verbeteren?


Overal onveiligheid

Als ik naar de Nederlandse kaart van Pointer en het AD kijk, waarop duizenden vrouwen onveilige plekken hebben gemarkeerd, zie ik in één oogopslag dat er nog een lange weg te gaan is. Verspreid over heel Nijmegen staan stippen. Het verbaast Margot Gerritse van de feministische actiegroep Dolle Nimma niets. Toen ze in 2009 in Nijmegen ging studeren, kreeg ze te maken met onveilige situaties. Nu, 17 jaar later, houdt ze zich vanuit Dolle Nimma bezig met deze thematiek en hoort ze van studenten dezelfde verhalen. ‘We zijn het normaal gaan vinden. Je leert op je hoede te zijn, terwijl je wilt dat de openbare ruimte er voor iedereen is. Het is bizar dat de helft van de bevolking er last van heeft.’ De actiegroep agendeert de problematiek onder andere tijdens Actie Aletta, een sessie op 24 november over veiligheid in de horeca en het nachtleven.


Judith Holzmann richt zich met haar Instagramaccount Catcalls of Nimma op straatintimidatie. Sinds 2020 nodigt ze Nijmegenaren uit om met haar te delen wat hen is nageroepen op straat. Vervolgens gaat ze naar de plek waar het is gebeurd en krijt ze de tekst op de stoep. Hiervan maakt ze foto’s die ze op Instagram deelt. Het gaat inmiddels om meer dan honderd teksten. ‘Ik heb vaak gekrijt bij het Kronenburgerpark, het stationsgebied, de Molenstraat, Plein ’44 en de Walstraten, maar het gebeurt overal.’ Dat is ook de ervaring van Gerritse. ‘Ik ben soms recht voor mijn huis lastiggevallen. Terwijl het geen afgezonderde plek is: ik woon in een appartementencomplex en er zit een supermarkt tegenover.’


Het Kronenburgerpark is een van de plekken waar vaak straatintimidatie plaatsvindt.
Het Kronenburgerpark is een van de plekken waar vaak straatintimidatie plaatsvindt.

De invloed van stedelijke inrichting

Toch bestaan er wel duidelijk verschillen tussen plekken. De kaart van Pointer en het AD toont aan dat vrouwen in Nijmegen vooral in de parken, het stationsgebied en het uitgaansgebied onveiligheid ervaren. Dit soort locaties worden ook in andere steden vaak gemarkeerd. Gerritse merkt dat ze zich onveilig voelt op plekken waar ze moet wachten. ‘Bij een leeg busstation of een bushalte word ik vaker aangesproken. Het helpt dan als een halte dicht bij de plek zit waar je vandaan komt, bijvoorbeeld van je werk.’


De inrichting van de stad heeft invloed op de veiligheid en vriendelijkheid van de openbare ruimte. ‘Architectuur is niet schuldig, maar kan wel helpen’, zegt Gerritse. ‘Een plek waar je uit zicht raakt is heel onprettig, zoals het fietspad richting Weurt dat langs het industrieterrein loopt. Betere zichtlijnen zouden daar kunnen helpen. Je wilt bij nood om hulp kunnen vragen.’ Volgens Holzmann maakt de aanwezigheid van winkels, cafés en restaurants een verschil. ‘De ene wijk voelt daardoor prettiger dan de andere, bijvoorbeeld Nijmegen-Oost versus de Wolfskuil. In het centrum vind ik de Grote Markt en de Lange Hezelstraat fijne plekken, vanwege de vele cafés en winkels. Daar wandel ik graag in de avond. Je voelt dat je niet alleen bent.’


Veel ‘eyes on the street’ in de Lange Hezelstraat.
Veel ‘eyes on the street’ in de Lange Hezelstraat.

‘A woman’s place is in the home’

Dat het vrouwelijk perspectief niet wordt meegenomen bij de inrichting van steden is al een oude constatering. Zo verscheen in 1980 het essay What Would a Non-Sexist City Be Like van de Amerikaanse architect Dolores Hayden. Zij is kritisch op architecten en stedenbouwkundigen omdat ze impliciet het ontwerpprincipe toepassen van ‘a woman’s place is in the home’. De ruimtelijke scheiding tussen wonen, werken en gemeenschappelijke voorzieningen versterkt volgens haar de traditionele genderrollen en zorgt ervoor dat vrouwen moeilijk kunnen emanciperen. Hayden pleit ervoor om deze drie functies dichter bij elkaar te brengen, en huishoudelijke taken en zorg collectiever te organiseren.


In Nederland vonden feministen ook dat verandering hard nodig was. In 1983 werd Vrouwen Bouwen Wonen opgericht, een stichting die als doel had om de invloed van vrouwen op het gebied van bouwen en wonen te vergroten. Om dit te bereiken organiseerde de stichting in de jaren 80 studiebijeenkomsten en lezingen, en publiceerde tijdschriften en brochures.


Toch heeft er in de tussenliggende jaren geen substantiële verschuiving plaatsgevonden. Ontwerper en onderzoeker Eva James stelt in vakblad De Architect dat historisch gezien de ‘reference man’, oftewel de fitte, witte man, het uitgangspunt is bij de inrichting van de stad. Een echte correctie heeft nooit plaatsgevonden. ‘Veel stedenbouwkundigen en andere ontwerpers van de openbare ruimte gaan nu alleen uit van bestaand, dominant gebruik.’ Dat ziet architect en futurist Marianne Levefer ook. ‘De stad wordt ontworpen voor “de burger” of “de gebruiker”. Hierdoor worden de specifieke behoeftes van vrouwen en andere groepen vaak uitgesloten’, zegt ze, eveneens in De Architect.


Het fietspad en de tunnel bij het industrieterrein richting Weurt worden vaak als onveilig ervaren.
Het fietspad en de tunnel bij het industrieterrein richting Weurt worden vaak als onveilig ervaren.

Voetbalkooien en tienermeiden

James noemt als voorbeeld van dit eenzijdige beleid de voetbalkooien die in veel Nederlandse stadswijken zijn aangelegd. Als er gedoe is met groepen jongens, waar onder meer meiden last van hebben, dan wordt al decennialang gekozen voor een voetbalkooi om de jongens rustig te krijgen. Dit is voor de meiden geen verbetering: aan hen wordt nog steeds niet gedacht. Uit het onderzoek van James blijkt dat tienermeiden vaak op hun kamer blijven. ‘Niet omdat ze niet graag buiten zijn, maar omdat er geen andere plek is die fijn voelt.’ Ze willen een eigen plek, naar hun eigen behoeften ingericht. ‘Centraal, met goede zichtlijnen, meubilair om op te hangen en de juiste mate van beschutting en verlichting.’


Volgens haar zijn vrouwen, en zeker jonge vrouwen, een goede graadmeter voor de toegankelijkheid en leefbaarheid van de openbare ruimte. Door te ontwerpen voor vrouwen zullen ook andere groepen, zoals lhbtiq+’ers en etnische minderheden, zich buiten veiliger en aangenamer voelen, betoogt James. ‘Genderinclusief ontwerpen is geen moderne niche. Het is een lens die steden beter maakt voor iedereen.’   


Concreet kunnen relatief kleine ingrepen al veel betekenen. Experts als James en Nourhan Basaam laten zich daarbij inspireren door de ideeën van de stedenbouwkundige denkers Jane Jacobs en Jan Gehl. In de buurt van plekken die onveilig aanvoelen zorgen cafés, zitplekken of een kiosk die tot laat open is, voor meer ‘eyes on the street’. Beter zicht is te creëren door bijvoorbeeld winkelvitrines die ’s avonds verlicht zijn en open bushokjes, zonder reclameposters aan de zijkant. Een sportfaciliteit kun je het beste op een afgeschermde plek neerzetten, niet naast een taxistandplaats of iets dergelijks. Liefst ook op een heuvel, dan is er meer overzicht. Om die reden zijn hogere bankjes ook fijn. Een plein of park moet meer dan één in- en uitgang hebben, maar ook weer niet te veel, want dan weet je niet waar mensen vandaan kunnen komen. En het helpt vooral als op een openbare plek een mix van activiteiten plaatsvindt, zodat vrouwen een keuze hebben en ze de plek naar hun hand kunnen zetten. 


Een afgelegen bushalte in de buurt van De Vasim.
Een afgelegen bushalte in de buurt van De Vasim.

Gemeentes in beweging

De laatste jaren neemt in de samenleving de roep om daadwerkelijke verandering toe. Door onder meer de #MeToo-beweging en de misstanden bij tv-programma The Voice of Holland is er steeds meer aandacht voor de veiligheid van vrouwen in het algemeen. Na de moord op Lisa, augustus vorig jaar in Amsterdam, kreeg veiligheid in de openbare ruimte extra nadruk. Dit leidde tot bestuurlijke stappen in verschillende gemeentes.


In de eerste plaats gebeurde dit in Amsterdam. Nog voor de moord op Lisa, in het voorjaar van 2025, nam de gemeenteraad een initiatiefvoorstel aan om de openbare ruimte en het stedelijk ontwerp zo in te richten dat jonge vrouwen zich er veilig en welkom voelen. Mogelijke maatregelen zijn verhoogde oversteekplaatsen en horizontale verlichting (een doorlopende lichtlijn op stoep of muur). Enkele weken na de moord besloot de gemeente eenmalig zes miljoen uit te trekken voor de veiligheid van vrouwen. Een deel daarvan ging naar aanpassingen in de openbare ruimte. Meteen werden langs verschillende routes dichte bosjes gesnoeid die het zicht blokkeerden en verlichting aangepast. Ook zijn er plannen om kiosken en paviljoens bij afgelegen metro- en treinstations te plaatsen, maar dat heeft meer tijd nodig.  


Een andere gemeente die het onderwerp hoog op de agenda zette was Amersfoort. Deze gemeente heeft sinds enkele maanden een wethouder Vrouwenoffensief, die zich gaat richten op het verbeteren van de positie van vrouwen in de stad. Dan gaat het onder meer om aanpassingen bij onveilige plekken, zoals sommige fietspaden.


De grootste stap werd gezet door de gemeente Groningen. Deze stad besloot afgelopen mei om vrouwen structureel te gaan betrekken bij het ontwerp, beheer en herontwikkeling van de openbare ruimte. Op deze manier verschuift de aandacht van eenmalige inspraak naar terugkerende betrokkenheid. Vrouwen gaan niet alleen reageren op uitgewerkte plannen, maar kunnen eerder meekijken en -ontwerpen.


Seoul is al sinds 2007 een voorbeeldstad op het gebied van genderinclusief ontwerpen. Foto: Dynamic Wang.
Seoul is al sinds 2007 een voorbeeldstad op het gebied van genderinclusief ontwerpen. Foto: Dynamic Wang.

Voorbeeldsteden

Groningen ziet Wenen en Seoul als voorbeeldsteden. In Wenen wordt gender al sinds de jaren negentig expliciet meegenomen in stadsontwerp, in de vorm van participatietrajecten met vrouwen bij de inrichting van bijvoorbeeld parken en bushaltes. Ook zijn er in de Oostenrijkse hoofdstad ruim 60 genderinclusieve woningbouwprojecten uitgevoerd. Dan valt te denken aan gebouwen met een autovrije binnentuin, brede en goed verlichte trappenhuizen, flexibele woningindelingen, een gedeelde wasruimte en een geïntegreerde kleuterschool. Seoul zet zich sinds 2007 nadrukkelijk in voor vrouwen door middel van veilige routes, vrouwvriendelijke toiletten en parkeerplaatsen, en speciale apps voor een veilige thuiskomst. 


Barcelona en het Zweedse Umeå zijn andere steden die opvallen. In Barcelona worden hele wijken tot autovrije verblijfplekken gemaakt en aangepakt door een collectief van architecten die werken vanuit het vrouwelijke perspectief. In de buitenwijken kun je als busreiziger vanaf 22.00 uur zelf een stop aanvragen op de route, zodat je niet lang naar huis hoeft te lopen. Umeå ontwerpt tunnels en loungeplekken met en voor vrouwen. Ook veegt de gemeente sneeuw en ijs eerst van de stoep vóór de autoweg aan de beurt is – want daar lopen vrouwen.


Op de kaart van Pointer en het AD staan veel stippen in het stationsgebied en met name de stationstunnel.
Op de kaart van Pointer en het AD staan veel stippen in het stationsgebied en met name de stationstunnel.

Nijmegen en het vrouwelijke perspectief

En hoe zit het met Nijmegen? In september vorig jaar werd een motie aangenomen om de veiligheid en het veiligheidsgevoel van vrouwen, meiden en lhbtiq+'ers mee te nemen in de Omgevingsvisie. ‘Dan gaat het erom dat we ervaringsverhalen binnenhalen, onveilige plekken in beeld brengen, bij nieuw ruimtelijk beleid dit perspectief meenemen en een klankbordgroep inrichten’, vertelt wethouder Cilia Daemen.


Nijmegen was al een tijdje bezig met dit thema. Zo is de gemeente aangesloten bij het programma Veilige Steden, dat zich inzet tegen straatintimidatie en grensoverschrijdend gedrag in de openbare ruimte. Bovendien is Nijmegen een van de 56 Regenboogsteden in Nederland. ‘Het onderwerp krijgt nu een impuls via vijf sporen. Dat is gericht op beleid, het veranderen van het ontwerpproces, het verzamelen van meer data, communicatie en het perspectief meenemen bij aanpassingen op bestaande plekken’, zegt Daemen. ‘Het doel is om het perspectief van vrouwen en lhbtiq+’ers in te bedden in de reguliere processen.’  


Het veiligheidsgevoel op Plein '44 verandert in de loop van de dag. 
Het veiligheidsgevoel op Plein '44 verandert in de loop van de dag. 

Ronde door het centrum

Zelf liep Daemen in maart mee met een ronde door het centrum, waarbij jonge vrouwen en lhbtiq+’ers hun ervaringen en ideeën deelden. ‘Soms zorgt de fysieke inrichting voor een onveilig gevoel. De plinten bij de Stadsgarderobe op de hoek van de Molenstraat en de Tweede Walstraat zijn bijvoorbeeld blinde muren. Tegelijkertijd is het ook dubbel: gezien worden is fijn, maar het kan ook dat het voelt alsof je bekeken wordt.’ Die complexiteit ziet de wethouder op meerdere vlakken, zoals bij verlichting. ‘Vaak wordt verlichting als antwoord gezien. Maar plaats je een spotlicht, dan zien mensen jou, maar jij ziet hen niet. Als je in een tunnel voor fel licht zorgt, kan het zijn dat het einde van de tunnel juist extra donker is.’


Het veiligheidsgevoel van een plek kan ook veranderen in de loop van de dag, vertelt Daemen. ‘Plein ‘44 is overzichtelijk. Je kunt dwars oversteken, maar ook ervoor kiezen langs de randen naar de andere kant te lopen. In de avond verandert dat. Als er grote groepen jongeren samenkomen, gaan mensen deze plek vermijden.’ Wat haar tijdens de ronde verder opviel, was dat lhbtiq+’ers blij waren met de aanwezigheid van Café de Plak. ‘Als in die omgeving iets met je gebeurt, weet je dat je naar De Plak kunt en wordt opgevangen. Hierdoor voelen mensen zich veiliger.’


De wethouder werkt aan quick wins, zoals het verwijderen van graffiti en het aanpassen van verlichting, maar is ook bezig met acties die op de langere termijn vruchten moeten afwerpen. Zo volgden ontwerpers en verkeerskundigen van de gemeente een workshop vrouwvriendelijk ontwerpen van adviesbureau Neuf Est. Ook is in april ‘Geef meiden de ruimte!’ van start gegaan, een project van de gemeente, HAN en Bindkracht 10. Hierbij werken tienermeiden, gemeente en praktijkpartners zoals jongerenwerkers samen bij het herinrichten van Park Rietgraaf in Nijmegen-Noord. Dit sluit aan bij de ideeën van Eva James over genderinclusief ontwerpen. Daemen: ‘Wat otters zijn voor een ecosysteem, zijn jonge vrouwen voor de openbare ruimte. Als zij zich ergens veilig en fijn voelen, weet je dat de omgeving goed en sociaal ontworpen is.’      


De blinde muren naast de Stadsgarderobe aan de Tweede Walstraat.
De blinde muren naast de Stadsgarderobe aan de Tweede Walstraat.

Samenwerken met tienermeiden

Bij ‘Geef meiden de ruimte!’ gaat het vooral om leren en ontwikkelen, vertelt Iris Willemsen, onderzoeker vanuit de HAN. In circa tien bijeenkomsten spreken professionals en tienermeiden elkaar. De groep meiden bestaat uit tien à vijftien deelnemers die in Nijmegen-Noord wonen, of daar vaak komen voor bijvoorbeeld sport of school. Er wordt ook gewerkt met extended reality, waarmee ervaringen en perspectieven zichtbaar en beleefbaar worden gemaakt. ‘We willen inzichten verkrijgen: hoe verplaats je je in zo’n doelgroep en hoe werk je met zo’n doelgroep, want een professional spreekt een andere taal dan meiden tussen de 12 en 18. We zoeken in samenwerking met doelgroepen naar nieuwe manieren om de publieke ruimte te kunnen aanpassen. Deze inzichten zijn weer van nut voor volgende projecten.’  


Een eerder onderzoeksproject in Apeldoorn heeft geleid tot tools zoals een dialoogkaart, die ook in dit project gebruikt gaan worden. Een andere uitkomst van dat project was dat het sociale aspect van de plek meer aandacht verdient, waarbij te denken valt aan activiteiten van een buurtsportcoach. Willemsen merkte verder dat je bij de meiden soms goed moet doorvragen om de reden van bepaalde keuzes te achterhalen. ‘Als ze zeggen dat ze zich minder veilig voelen op plekken met afval en slechte verlichting, zou je als gemeente kunnen denken: dan plaatsen we gewoon meer prullenbakken en lantaarnpalen. Maar er zijn ook plekken met veel prullenbakken of lantaarnpalen waar ze zich niet veilig voelen. Dan is er iets anders aan de hand, bijvoorbeeld dat er lantaarnpalen staan die je in een spotlicht zetten en de omgeving juist donkerder maken.’


Poster van studentenintroductie in Kronenburgerpark.
Poster van studentenintroductie in Kronenburgerpark.

‘Als één groep het overneemt, voelt het onveilig’

Hoewel het project zich richt op meiden, wil Willemsen meiden niet tegenover jongens plaatsen. ‘Het is een inclusief project, waar ook jongens en andere groepen baat bij hebben.’ Wel zijn er verschillen in hoe een plek door tieners benaderd wordt, stelt Willemsen. ‘Voor meiden spelen vaak meer factoren een rol voordat ze aan buiten bewegen beginnen, bijvoorbeeld voetbal. Op het moment dat een plein al door jongens is overgenomen, haken ze af. Maar dat kan ook het geval zijn als een andere groep meiden er al aan het voetballen is. Wat we in Apeldoorn hebben geleerd: als één groep het overneemt, voelt het onveilig.’


Uiteindelijk zal ‘Geef meiden de ruimte!’ – naast een verbeterde samenwerking tussen professionals en meiden bij toekomstige projecten – moeten leiden tot kleine, directe aanpassingen in Park Rietgraaf. Hierbij is bewust gekozen voor een bestaand park, omdat de meiden de aanpassingen anders zelf niet meemaken. ‘Bij een nieuwbouwproject gaat er te veel tijd overheen’, zegt Willemsen. ‘De jongeren worden ouder en dan zouden ze niet meekrijgen wat er met hun inbreng is gedaan.’  


Enthousiast, maar ook kritisch

Margot Gerritse van Dolle Nimma reageert enthousiast als ze over het onderzoeksproject hoort. ‘Het klinkt heel goed. Neem de ervaringen van de meiden mee. Als je zo’n project in co-creatie doet, kun je als gemeente de belangen beter afwegen en van daaruit keuzes maken.’ Ook onderzoeker Eva James is ervan overtuigd dat deze aanpak, waarbij aannames worden losgelaten, cruciaal is om een vrouwvriendelijke stad te realiseren. ‘Pas als je met mensen in gesprek gaat en echt luistert, hoor je de verhalen die ertoe doen en kun je behoeften benoemen. En zie je waar het ontwerp van de openbare ruimte tekortschiet’, schrijft ze in De Architect.


Maar James is nog wel heel kritisch op de stappen die in Nederland worden gezet naar genderinclusief ontwerpen. ‘Verder dan een pilot komen veel initiatieven niet, terwijl in Barcelona, Wenen en het Zweedse Umeå al decennia geleden is aangetoond dat genderinclusieve stedenbouw wérkt. Handboeken, richtlijnen en praktijkvoorbeelden zijn er volop. Ik wil niet nog tien jaar hoeven roepen dat dit een blinde vlek is.’ Volgens James moet het vrouwelijk perspectief worden verankerd in harde richtlijnen. ‘Elke provincie, gemeente, ontwikkelaar moet een toetsingsteam krijgen dat checkt: is er voldoende naar gender gekeken? Het moet in de harde eisen komen van aanbestedingen voor nieuwe wijken.’ Ze parafraseert de Amerikaanse feminist en journalist Gloria Steinem: ‘Het is hoog tijd om de wereld aan te passen aan vrouwen in plaats van vrouwen aan de wereld.’


Judith Holzmann van Catcalls of Nimma is ook te spreken over de acties van de gemeente, maar benadrukt dat uiteindelijk de omgang tussen mensen het belangrijkst is. ‘Het is waardevol om de stad fijner te maken door inrichting, maar daarmee is het probleem niet opgelost. Onveiligheid ontstaat namelijk met name door mensen die intimiderend gedrag vertonen.’ Ze vertelt dat elk intimiderend contact, hoe klein ook, zorgt voor onveiligheid. ‘Als je als omstander ziet dat iemand in een onveilige situatie zit, kijk dan niet weg maar kijk hoe je kunt helpen. Kom bijvoorbeeld voor iemand op of vraag achteraf of diegene oké is. Het geeft een veilig gevoel als je weet dat mensen naar elkaar omkijken en elkaar steunen.’


De Tweede Walstraat.
De Tweede Walstraat.

Vallende sterren

Terug naar mijn dochters van 9 en 11. Zij houden van de sterrenhemel. Als we op een heldere avond buiten zijn, speuren ze altijd naar vallende sterren. Ik hoop dat de inzet van de gemeente en de andere organisaties hun vruchten gaan afwerpen en duurzaam zullen zijn, maar ook dat er meer naar elkaar wordt omgekeken (daar heb ik zelf een rol in). Dan kunnen mijn dochters over een paar jaar zelfstandig op een willekeurige plek in de stad stilstaan en in alle rust omhoogkijken.


Voor dit verhaal is gebruik gemaakt van artikelen die verschenen in De Volkskrant, NRC, Het Parool en De Architect, en op de website Archined. 

 
 
 

Opmerkingen


CONTACT
OVER

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN)

Winselingseweg 16, U-74

6541 AK Nijmegen

06 11 62 02 17

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) verbindt mensen, kennis en ideeën om samen te bouwen aan een stad voor iedereen. Ruimtelijke uitdagingen, zoals de klimaat- en woonopgave en energie- en mobiliteitstransitie, raken ons allemaal. We zien het daarom als onze missie om het gesprek te voeren over onze leefomgeving door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. 
Lees meer...

logo-nijmegen-rgb_edited.avif
ba5b61_bd913bb8fab64e0baa2cffc5b802573e~mv2_d_3508_2480_s_4_2.avif
ba5b61_ebe2cb07f32d4701b6e59c9178490081~mv2.avif
thumb_49.avif

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2021 | Alle rechten voorbehouden

bottom of page