Hoog // Diep: Stedenbouwkundig eilandhoppen

Lessen voor stadseiland Veur-Lent


Tekst: Mieke Dings

Fotografie: Anne Hopman en anderen

Veur-Lent Nijmegen [1]


Paradise Islands, Island Dreams, Omringd door water: je hoeft maar één blik in de etalage van je boekhandel te werpen om te zien dat eilanden tot de verbeelding spreken. Sterker nog, misschien pak je momenteel wel je koffers om vakantie te vieren op een eiland in binnen- of buitenland. Eilanden hebben ‘iets’. Zelfs als ze midden in de stad liggen, of misschien juist als ze midden in de stad liggen, zo bleek wel uit de verhitte discussie rondom ons eigen Veur-Lent. Stadsredactie Hoog // Diep besloot het Nijmeegse achter zich te laten en goed om zich heen te kijken: hoe functioneren andere stadseilanden? Kan Nijmegen daar iets van leren?


Je kunt het bijna niet gemist hebben, maar voor de zekerheid een korte situatieschets: afgelopen voorjaar barstte de discussie over het al dan niet bebouwen van het jonge eiland Veur-Lent (58 hectare) los. Aanleiding was het door de gemeente gepresenteerde ambitiedocument, dat de bouw van 350 tot 500 woningen in het vooruitzicht stelde. Deze zouden verdeeld moeten worden over de 3,5 hectare bouwgrond van het eiland en de ten noorden hiervan gelegen wijk Hoge Bongerd. Hoewel deze woningen al langer op de planning stonden – ooit was er zelfs sprake van 7000 woningen! – ontstond de ophef nu pas echt. Petities buitelden over elkaar heen en uiteindelijk sprak de gemeenteraad zich voor een stadspeiling uit. Na enig tegenstribbelen ging ook de wethouder overstag. Om je maar meteen gerust te stellen: die stadspeiling moet nog plaats gaan vinden.


De grote ophef heeft duidelijk gemaakt hoezeer het eiland mensen aan het hart gaat. De slogan luidt dan misschien ‘Nijmegen omarmt de Waal’, maar duidelijk is dat het eiland al lang en breed omarmd is. Menig Nijmegenaar of omwonende wandelt of rent hier zijn of haar rondje. Op een zomerse dag liggen de strandjes tot laat in de avond vol. Om over het hopelijk snel terugkerende Festival op ‘t Eiland nog maar te zwijgen. Het eiland biedt de stad een andere wereld, zoals eilanden door hun afgebakende of ‘geïsoleerde’ karakter in principe eigen is. Het bijzondere van Veur-Lent is dat er ook nog eens ‘wilde’ natuur te vinden is en wel in de vorm van het water in de Waal, de natuurlijke en overstroombare oevers en niet te vergeten de Schotse hooglanders. Milieufilosoof Martin Drenthen noemde Veur-Lent al eerder een symbool voor natuur in de stad.

Van links naar rechts: spandoek petitie [2], zicht op Nijmegen vanaf Waalbrug [3], Festival op ’t Eiland 2018 [4], Struinpad Veur-Lent Nijmegen [5]


Dat lijkt meteen één van de belangrijkste redenen te zijn waarom mensen hier geen extra bebouwing willen: zij vrezen dat meer bebouwing het unieke karakter van het eiland zal aantasten. Anderen denken juist dat bebouwing dit misschien kan versterken, mits deze aan allerhande kwaliteitseisen voldoet en niet tot privatisering van openbare ruimte leidt. En mits deze, Havana aan de Waal indachtig, niet alleen de rijken bedient. Terwijl de gemeente zoekt naar manieren om de verschillende scenario’s inzichtelijk te maken, kijkt Hoog // Diep om zich heen. Hoe doen andere steden met eilanden dit? Hoe functioneren die eilanden, hoe zien ze er uit en kan Nijmegen hier iets van leren?

Stadse fratsen

Als allereerste duikt daarbij natuurlijk het bekende Parijse Île de la Cité (22,5 hectare) op. Bij de opening van Veur-Lent werd hier ook veelvuldig naar verwezen. “Ons Île de la Cité”, noemde de toenmalige wethouder het liefkozend en alle journalisten pikten deze uitspraak gretig op. En inderdaad ligt het Nijmeegse stadseiland, net als het Parijse eiland, midden in de stad. Maar daarmee houdt de vergelijking meteen op. Het Parijse eiland ligt dichterbij beide oevers en bevindt zich op gelijke hoogte als die oevers, waardoor het een logisch onderdeel van de stad is. Bovendien is het Île de la Cité in de loop der eeuwen vrijwel volledig bebouwd en heeft het stenen kades. Datzelfde geldt voor het naastgelegen wooneiland Île Saint-Louis, dat vol staat met fraaie en inmiddels onbetaalbare stadspaleizen, die toeristen een “perfect escape while in Paris” bieden.

Van links naar rechts: Île de la Cité met rechts Île Saint-Louis in Parijs [6], Noordereiland Rotterdam [7], Kaft van Scheepsjournaal 2004 [8], Noordereiland Rotterdam [9]


Qua ligging toont het Noordereiland (67 hectare) in de Maas bij Rotterdam meer gelijkenissen. Net als in Nijmegen is de rivier hier behoorlijk breed en ligt het eiland ver van de centrumoever af, veel verder dan van de zuidelijke oever. Net als in Nijmegen is het eiland ontstaan doordat het van het vasteland van Rotterdam-Zuid is afgegraven. De afgraving vond hier echter al in de negentiende eeuw plaats en niet lang daarna volgden het stratenplan en de eerste bouwblokken. Net als de Parijse eilanden is het Noordereiland dus vrijwel volledig bebouwd; ook heeft het stenen kades. Decennialang fungeerde het als een rustige stadswijk voor voornamelijk schippers die vanuit de rechte dwarsstraten altijd zicht hadden op hun werkterrein: het water van de Maas en de Koningshaven. Na de stadsvernieuwing waren de meeste schippers echter verdwenen.


Van het eilandgevoel was niet meer zoveel over toen kunstenaar en voormalig schipper Joe Cillen er kwam wonen. Hij zag opeens dat het eiland van boven net een motorschip leek en het beeld van een richting tropische oorden varend Noordereiland liet hem niet meer los. In de hoop ook andere eilandbewoners hiervoor te enthousiasmeren – en zo een nieuw eilandgevoel te creëren – maakte hij een scheepsjournaal dat hij in de buurt rondbracht. Het MS Noordereiland kreeg concreet vorm toen er rond de millenniumwisseling van alles op het eiland verscheen: vlaggenstokken voor de speciale eilandvlaggen, grote bak- en stuurboordlichten op een nieuwbouwproject aan de Willemsbrug en een schildering van de machinekamer in een brandgang achter de supermarkt. Plannen voor eigen geld, speciale postzegels en een scheepsopera waren in voorbereiding. De gemeente sprak de wens uit hier een creatief eiland van te maken. Cillen had goede hoop dat het eiland zich nu echt tot een soort ideale wereld zou ontwikkelen, een bijzondere enclave in de stad, een creatieve biotoop. Een gekke gedachte was dat niet, want in binnen- en buitenland – denk ook aan het Île de Nantes – kreeg het broedplaatsenbeleid vorm. Het bleek ijdele hoop. Van de grootse gemeentelijke plannen kwam volgens Cillen niet veel terecht. Het eiland kreeg de status van beschermd stadsgezicht waardoor het, als luwe woonwijk tussen de rijzende skyline van Rotterdam, alleen maar meer in trek kwam. Cillen zag de laatste eilanders en kleine middenstand plaatsmaken voor tweeverdieners en hippe koffiebars, waar Rotterdammers en toeristen van een ‘amazing view’ kunnen genieten. Commercie verdrong cohesie. Toch houdt Cillen hoop: “De kust is ver weg. We zijn er nog niet. Maar we geven de hoop niet op en we zien wel waar het schip strandt”. Eiland maken

Van veel recenter datum zijn de eilanden die de laatste jaren in het IJmeer bij Amsterdam verrezen zijn en hier nog steeds verrijzen. De eilanden van IJburg zijn door hun ligging totaal onvergelijkbaar met het centrale Nijmeegse stadseiland en qua programma ook, maar ze bieden door hun doordachte ontwerp wel degelijk lessen. Uitgangspunt voor de IJburgse archipel – ontworpen door stedenbouwkundige Frits Palmboom en zijn team – was dat het water de baas en de stad te gast is. Dit betekende dat het waterlandschap en diens dynamiek bepalender was voor de vorm van de archipel dan het gewenste stedelijke programma van 18.000 woningen. Het resulteerde in de ruime opzet van zes verschillende eilanden met grote en kleine – goed voor de doorstroming van het water – watervlaktes hiertussen. De geometrische stratenpatronen garanderen dat het water altijd zichtbaar is.


Grote betekenis kenden Palmboom en zijn team toe aan de bruggen. “Voor het eilandgevoel is de benadering hoe je vanaf de brug de eilanden in het water ziet liggen doorslaggevend. De bruggen zijn de sleutel tot het eilandenrijk. Elke brug biedt een andere blik op het totaal”, zo stelde de Nota van Uitgangspunten uit 1996. Sindsdien is IJburg enkele bijzondere bruggen rijker: van de hoge en ranke Nesciobrug tot de lage, kloeke bruggen over de binnengrachten van het Haveneiland. Behalve de bruggen en andere aankomstpunten noemt Palmboom de oevers en uiteindes van de eilanden als plekken die cruciaal zijn om het eilandgevoel over te brengen. “Goed ontworpen uiteindes kunnen je het gevoel geven dat je je aan het einde van de wereld bevindt, waar overal water om je heen stroomt”, aldus Palmboom.

Van links naar rechts: Rieteiland Oost Amsterdam [10], Rieteiland Oost Amsterdam [11], Impressie het Oog Amsterdam [12], Impressie Muidereiland Amsterdam [13]


Van de gerealiseerde eilanden wordt tot nu toe vooral Rieteiland Oost (10 hectare) om zijn ‘hoogwaardig eilandgevoel’ geroemd. Heel verwonderlijk is dat niet, want vergeleken met de stedelijke dichtheden van Steigereiland en Haveneiland is het ‘rijkeluiseiland’ in de luwte hiervan met slechts honderd kavels wel heel dun bebouwd en daarmee al snel veel landschappelijker. Maar uiteraard draagt ook het plan van Buro Lubbers, met smalle wegen en paden – volgens het geometrische patroon dat heel IJburg kenmerkt – en vooral een forse groenstructuur, hieraan bij. Of dit landschappelijk eilandgevoel ook bij hogere dichtheden overeind blijft, zal blijken zodra Strandeiland (150 hectare) vorm krijgt. De tot nu toe gepresenteerde beelden zijn in ieder geval veelbelovend. Markant onderdeel wordt het Oog, een enorm binnenwater dat al “de groenblauwe huiskamer van Strandeiland” genoemd is. Ook de Muiderbuurt zelf doet – met de hoge ontsluitingsweg, de groene inprikkers en het flinke zandstrand – op papier heel ontspannen aan. En dat het in de praktijk ook zeker kan, benadrukt stedenbouwkundige Florian Boer, die niet bij Strandeiland, maar wel bij vele andere waterprojecten betrokken is. “Wij verwijzen vaak naar Hammarby Sjöstad, een hoogstedelijke en tegelijkertijd zeer natuurlijke wijk in Stockholm”. Contramal

Van alle IJburgse eilanden is het nog te ontwikkelen Buiteneiland (45 hectare) toch wel het aller relevantst voor de Nijmeegse situatie. Van meet af aan is gezegd dat dit eiland, dat ten noorden van Strandeiland zal verrijzen, een groen eiland moest gaan worden. Een eiland dus met ruimte voor natuur, recreatie en enkele bijzondere functies zoals – met een verwijzing naar het Venetiaanse dodeneiland Isola di San Michele – een natuurbegraafplaats. Ook zouden er woningen gaan komen, die in ieder geval niet hoger mochten worden dan een volwassen boom. Dit aantal is recentelijk teruggebracht tot maximaal 500. Omdat Buiteneiland nog helemaal opgespoten moet worden met grond die elders in Amsterdam vrijkomt en de aanleg ervan dus nog zeker 20-25 jaar in beslag zal nemen, beperkt de besluitvorming zich op dit moment nog tot het ruimtelijk raamwerk en volgt de programmatische invulling pas later. Maar net als in Nijmegen zijn de woningen al een belangrijk discussiepunt. Palmboom, die als voorzitter van het kwaliteitsteam nog altijd betrokken is bij zijn geesteskind, heeft er duidelijke ideeën over: “Buiteneiland moet het ventiel van de stad zijn. Mensen moeten hier naartoe komen om te ontspannen. De contrastwaarde is dan heel belangrijk. Het sportprogramma is al vrij fors. Wat mij betreft is er daarnaast ruimte voor tijdelijke programma’s of bijzondere functies, maar niet voor woningen die toch vaak een privatiserend karakter hebben”. Om de contrastwaarde van het eiland te versterken, dicht Palmboom het aankomstpunt een belangrijke rol toe: “Dit moet de schakel zijn tussen twee werelden: die van de drukke stad en het rustige eiland”. Als voorbeeld verwijst hij naar het forteiland Suomenlinna bij Helsinki, waar een kleine doorgang door de fortmuur deze schakelfunctie prachtig vervult.

Van links naar rechts: Margaretha-eiland Budapest [14], Margaretha-eiland Budapest [15], Donauinsel Wenen [16], Donauinsel Wenen [17] Het zou niet de eerste keer zijn dat een stadseiland vrijwel helemaal onbebouwd bleef. Bekende voorbeelden zijn de riviereilanden Margitsziget of Margaretha-eiland (96 hectare) in Budapest of het Donauinsel (390 hectare) in Wenen. Hoewel beide eilanden min of meer onbebouwd zijn, zijn het twee totaal verschillende eilanden. Het eerste bestond waarschijnlijk al in de Romeinse tijd en is, voordat het naar de koningsdochter en non Margaretha ging verwijzen, konijneneiland, leprozeneiland en eiland van de edelen genoemd. Overblijfselen uit verschillende tijdvakken zijn nog aanwezig: van een dertiende-eeuwse kloosterruïne en fin de siècle hotel, tot een jaren dertig zwembad en een kleine dierentuin. Deze overblijfselen maken het tot een fascinerende en aantrekkelijke plek. “Iedereen die ik in Budapest ken, koestert herinneringen aan bezoeken aan Margaretha-eiland”, schreef journalist en auteur Charles Fenyvesi in een mooi artikel over het eiland. Hoe anders ziet het eiland kilometers meer stroomopwaarts bij Wenen er uit! Dit eiland begon in de tweede helft van de twintigste eeuw als een puur civieltechnisch project dat de stad tegen overstromingen diende te beschermen. In de eerste plannen had het zelfs zeer steile hellingen, een rechte oeverlijn en geen toegang tot het water. Toen er vervolgens toch een wat gebruiksvriendelijker ontwerp kwam, rezen er ook plannen op om het eiland te bouwen. Het was vooral te danken aan de populariteit van de ecologische beweging in de jaren zeventig dat het eiland uiteindelijk een recreatieve functie kreeg en als zodanig onderdeel ging uitmaken van een ring van parken en bossen in en om Wenen. Stedelingen maakten al tijdens de aanleg van het eiland – en nu nog steeds – gretig gebruik van hun ‘groene hart’. Toch weet het eiland, met name door de functionele inrichting niet iedereen te bekoren. “ Ik vond er geen reet aan”, bekende een collega onlangs.

Voorzichtig Dat een groen stadseiland ook zonder inrichting of programma mensen trekt moge duidelijk zijn. Eerdergenoemde Boer, die voor verschillende eilanden in de Maas het programma getijdenparken ontwierp: “kijk naar die soms volledig ontoegankelijke riviereilanden in Duitsland. Zelfs die worden gebruikt.” Bovenstaande voorbeelden wijzen wel uit dat enig programma een eilandgevoel niet in de weg hoeft te staan en het zelfs kan versterken. Niet dat Veur-Lent wat dat betreft nog blanco is. Er staan natuurlijk al verschillende oude en nieuwe woningen. Een onlangs door Café de Zon uitgebrachte plattegrond met wandelroutes voert je langs maar liefst 26 plekken met een verhaal, zoals het nog altijd leegstaande Bastion onder de Waalbrug, het voormalige tramhuisje en de oude kelder van het restaurant bij het oude strandbad van Lent. Als je nog geen plannen had voor deze zomer, dan kun je er uiterst coronaproof mee op expeditie.


Of hier meer programma bij moet, is de vraag. En zo ja, of dat dan woningbouw moet zijn. Gemeentelijk stedenbouwkundige Paul Goedknegt, die inmiddels ruim twintig jaar geleden de eerste contouren voor het eiland op papier zette, ziet hier op het eiland nog steeds wel mogelijkheden toe. Dan niet alleen in de vorm van de ooit ook wel geopperde hoogbouw, maar een unieke invulling in wellicht een lagere en compactere vorm met naar het water aflopende straten en diverse doorkijken. En met veel gevoel voor het landschap en een voor iedereen toegankelijke openbare ruimte. Hij benadrukt dat wat hem betreft niet aantallen, maar ruimtelijke kwaliteit het beginpunt moet zijn.


Met het oog daarop adviseert Boer, mede door zijn ontwerp voor het Hart voor de Waalsprong goed bekend met het gebied, vooral geduld. “Het eiland is je kroonjuweel. Laat eerst die beide oevers eens verder groeien. Dan kun je veel beter zien welke functies je nog mist en wat het eiland aan kan. Je kunt het als stad maar één keer goed of fout doen”. Palmboom adviseert hetzelfde. Hij verwijst daarbij naar het Rotterdamse Noodereiland: “We ervaren nu hoe prettig zo’n luwte tussen de hoogbouw werkt. Dat hadden we decennia geleden nog niet kunnen bevroeden. Zo zullen de oevers bij Nijmegen ook eerst verder vorm moeten krijgen voordat duidelijk wordt hoe het eiland hiertussen er uit kan gaan zien”. En dan nog roepen ze op terughoudend te zijn. Boer, zelf woonachtig in Rotterdam: “Ik ben best wel jaloers op die situatie in Nijmegen. Daar zijn op zo’n korte afstand van elkaar zulke verschillende landschappen te vinden. De stuwwal, de bossen, de rivier met uiterwaarden. Die situatie is echt on-Nederlands”. Palmboom is het volledig met hem eens: “Het gaat niet alleen om het eiland op zich, maar ook om het samenspel met het stadssilhouet, dat zich verheft op de steilrand aan de buitenbocht van de rivier. Dankzij het open eiland is het uitzicht, vanuit de stad en er naartoe, maximaal ervaarbaar. Het vertelt het verhaal van de landschappelijke oorsprong van de stad. Wees daar vooral heel voorzichtig mee!” Maurits de Hoog, voormalig lid van het kwaliteitsteam van Ruimte voor de Rivier, denkt vooral terug aan de 2000 stoelen die kunstenaar Jetske Verhoeven in 2005 ter gelegenheid van 2000 jaar Nijmegen op het eiland plaatste. “Die terugkijk naar de stad. Fenomenaal. Wat wil je nog meer?”

Van links naar rechts: Stoelen op Veur-Lent [18]. Zicht op Nijmegen [19], Veur-Lent en Nijmegen [20] Met dank aan: Florian Boer, Joe Cillen, Paul Goedknegt, Maurits de Hoog, Ulrike Krippner, Martin-Paul Neys, Frits Palmboom en Mathieu Schouten. Afbeeldingen:

1 Veur-Lent Nijmegen, Anne Hopman

2 Spandoek petitie, Anne Hopman

3 Zicht op Nijmegen vanaf Waalbrug, Anne Hopman

4 Festival op ’t Eiland 2018, Mieke Dings

5 Struinpad Veur-Lent Nijmegen, Anne Hopman

6 Île de la Cité met rechts Île Saint-Louis in Parijs, Myrabella / Wikimedia Commons

7 Noordereiland met Erasmusbrug in Rotterdam, Joop van Houdt / Wikimedia Commons

8 Kaft van Scheepsjournaal 2004, NE Gallery

9 Noordereiland voor de rijzende skyline van Rotterdam, FaceMePLS / Wikimedia Commons

10 Rieteiland Oost in Amsterdam, Buro Lubbers

11 Rieteiland Oost in Amsterdam, Buro Lubbers

12 Impressie het Oog Amsterdam, Delva Landscape

13 Impressie Muidereiland Amsterdam, Gemeente Amsterdam

14 Margaretha-eiland Budapest, Marcin Monko / Wikimedia Commons

15 Margaretha-eiland Budapest, Danubiushotels.hu / Wikimedia Commons

16 Donauinsel Wenen, Wienwiki Mary 2605 / Wikimedia Commons

17 Donauinsel Wenen, Gugerell / Wikimedia Commons

18 Stoelen op Veur-Lent, Mathieu Schouten

19 Zicht op Nijmegen, Mieke Dings

20 Veur-Lent en Nijmegen, Anne Hopman

211 keer bekeken

Gerelateerde posts

Alles weergeven