top of page

De onvoltooide stad: open bouwen

30 jun
4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 7 dagen geleden

ACN College | 08.09.2026 | terugblik

Tekst: Willem Claassen | Foto's: More or less design

 

De ruimtelijke behoeftes van gebruikers veranderen met de tijd, maar gebouwen zijn daar lang niet altijd op ontworpen. Hoe kan de methode open bouwen bijdragen aan duurzaamheid, gemeenschapsvorming en klimaatadaptatie? En hoe zetten we dat in binnen een ontwerpopgave? Op 8 september vertelde architect Esther Stevelink (bureau GAAGA) in de watertoren bij de NYMA makersplaats over haar ideeën en ervaringen rondom open bouwen.



Esther Stevelink toonde aan het begin van haar college twee gebouwen naast elkaar: het Pantheon in Rome en het Japanse tempelcomplex Ise Jingu. Het eerste is een eeuwenoud standvastig gebouw van steen en marmer, het tweede is van hout en wordt iedere 20 jaar opnieuw opgebouwd. ‘Maak je iets dat de tijdelijkheid omarmt of maak je iets wat tijdloos is?’, vroeg de architect zich af.


Brand en Habraken

In tijden van klimaatverandering zijn duurzame gebouwen onontbeerlijk. Stevelink ontwerpt daarom gebouwen die lang meegaan en gemaakt zijn van biologisch en hergebruikt materiaal, vertelde ze. Als inspiratiebronnen noemde ze Stewart Brand en John Habraken, die allebei gericht zijn op circulaire en aanpasbare gebouwen.


Een belangrijk punt van Brand is dat je de verschillende lagen van een gebouw, zoals de draagconstructie, de schil en de systemen, niet moet vermengen omdat ze allemaal een verschillende levensduur hebben. ‘Als je ze van elkaar gescheiden houdt, kun je makkelijker aanpassingen maken’, legde Stevelink uit. Volgens de filosofie van Habraken bestaat een gebouw uit twee delen: de drager en de inbouw. Daarbij richt een architect zich op de algemene structuur. ‘De aankleding is voor de mensen zelf.’


Samenwerken met gebruikers

De inbreng van de gebruikers is wat een gebouw mooi maakt, stelde Stevelink. ‘Wat is esthetisch? Dat mensen zich identificeren met het gebouw.’ Als voorbeeld noemde ze een project in Leiden. Een oude conservenfabriek werd getransformeerd tot 16 woningen en een gemeenschappelijke ruimte. Een groep toekomstige bewoners dacht vanaf het begin van het ontwerpproces mee. ‘Daardoor leerde ik dat samenwerken met gebruikers ervoor zorgt dat ze zich verbonden voelen. En ook dat een grote draagstructuur zorgt voor meer flexibiliteit.’


Zo min mogelijk materiaal

Een ander principe dat Stevelink in haar werk hanteert, is het gebruik van zo min mogelijk materiaal. Dat is een stuk minder vervuilend, gaf ze aan. ‘Vaak wordt er veel beton gegoten, terwijl er ook lichtere systemen mogelijk zijn, zoals hout of beton met gaten. Daarmee kun je veel gewicht besparen.’ Ook gaat ze voor onderdelen die later weer uit elkaar gehaald en opnieuw gebruikt kunnen worden. ‘Bij een constructie van beton kies ik voor prefab en voorgespannen. Ik ga voor dunne vloeren. Bij de betondelen is niks aan elkaar gestort.’


Stevelink vertelde dat ze herbruikbaar materiaal omarmt. In een van haar projecten waren de gevels gemaakt van oude damwanden. ‘Op die houten planken komen op een gegeven moment mosjes. De ontwikkelaar was bang dat bewoners het niets zouden vinden, maar tijdens een informatiebijeenkomst bleek dat ze die verwering juist mooi vonden.’


Het Bospad

Het project waar veel van de eerdergenoemde principes zijn toegepast is Het Bospad in Eindhoven, een complex met twintig koopwoningen. ‘Dit staat op een oud-militair vliegveld, in een parkachtige omgeving. Het idee was dat de gebouwen te gast zijn en de bomen de bepalende structuur’, zei ze. Het werd een gebouw waarbij de balkons worden gedragen door een colonnade van boomstammen. Ook ligt er midden door het gebouw een bospad dat publiekelijk toegankelijk is. ‘Zo komt het park letterlijk terug in het gebouw.’


Stevelink vertelde dat bij het bospad in het gebouw een vijver ligt. Water dat op het dak valt, belandt via waterkettingen in de vijver. Verder is in het gebouw de constructie gescheiden van de installatie en zijn de plattegronden van de woningen heel flexibel ingevuld. ‘Van de bewoners hebben we veel positieve reacties gehad.’ Stevelink liet zich voor dit project inspireren door de Japanse esthetiek van wabi-sabi en Tanizaki. Bij wabi-sabi wordt de vergankelijkheid en de imperfectie gewaardeerd, Tanizaki schreef in 1933 een lofzang op de schaduw.


Proces

In het nagesprek met gastheer en programmamaker Camiel Hendriks vertelde Stevelink dat het Bospad-project een inzending voor een prijsvraag was. Het proces ging voortvarend. ‘We hadden voor de prijsvraag al veel details vastgelegd, zodat er naderhand niet aan getornd kon worden. Daarnaast was de teamdynamiek prettig; er moet chemie zijn met andere partijen.’ Wel moest de plaatsing van de boomstammen enigszins aangepast worden vanwege de draagkracht.  Hendriks was benieuwd hoe Stevelink naar haar rol als architect kijkt. ‘Bij eerdere, kleinere projecten hadden we met de bewoners een 1-op-1-relatie. Bij grootschalige projecten is het anoniemer. Ik kan daardoor meer beslissen, maar het is niet leuk. Mensen hebben vaak verrassende ideeën.’ Ze merkt wel dat er verschillende behoeftes zijn, zei ze. ‘Soms willen bewoners niet te veel over het ontwerp nadenken.’


Van iemand uit de zaal die nog les had gehad van Habraken kwam de vraag wat er van de methode open bouwen terecht is gekomen. ‘Flexibele wanden is een niche’, zei Stevelink. ‘De belangrijkste reden daarvoor is dat het duurder is.’ Ergens is dat gek, omdat prefab economische voordelen heeft. Stevelink: ‘Maar grote fabrieken zijn daar niet op ingericht. Ze moeten dan hun systemen aanpassen.’


Dubbelheid

Een andere bezoeker vroeg zich af of bewoners ook over de buitenkant kunnen meebeslissen. Dat vond Stevelink een leuke vraag. ‘Je hoopt dat bewoners binnen de lijnen blijven kleuren en niet voor een uitbouw gaan. Bij Het Bospad in Eindhoven hebben ze eigen voorschriften bedacht.’ Ze ziet de dubbelheid, zei ze. ‘Aan de ene kant gaat het over aanpasbaarheid, aan de andere kant wil je zorgen dat iets blijft. Al is het ook een mooi idee dat mensen er iets eigens van maken.’Op het einde van het nagesprek vertelde de architect nog iets over de financiële kant van open bouwen. ‘Investeerders zien meer in de lange termijn dan ontwikkelaars. Zij zijn bereid meer te investeren omdat ze zien dat het gebouw langer zijn waarde houdt.’


In 2026 organiseert het ACN de collegereeks de onvoltooide stad.  In deze vierdelige collegereeks bespreekt ACN de betekenis van gebouwen en steden die nooit af zijn. Van open bouwen tot tijdelijke steden: we belichten ontwerp vanuit de filosofie dat een stad nooit af is, maar altijd in beweging en in wording is.

 


Beeld: GAAGA
Beeld: GAAGA

 


 
 
 

Opmerkingen


CONTACT
OVER

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN)

Winselingseweg 16, U-74

6541 AK Nijmegen

06 11 62 02 17

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

​

Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) verbindt mensen, kennis en ideeën om samen te bouwen aan een stad voor iedereen. Ruimtelijke uitdagingen, zoals de klimaat- en woonopgave en energie- en mobiliteitstransitie, raken ons allemaal. We zien het daarom als onze missie om het gesprek te voeren over onze leefomgeving door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. 
Lees meer...

logo-nijmegen-rgb_edited.avif
ba5b61_bd913bb8fab64e0baa2cffc5b802573e~mv2_d_3508_2480_s_4_2.avif
ba5b61_ebe2cb07f32d4701b6e59c9178490081~mv2.avif
thumb_49.avif

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2021 | Alle rechten voorbehouden

bottom of page