De coöperatiestad
Bijgewerkt op: 26 sep
Onderstroom | 22.09.2026 | terugblik
Tekst: Willem Claassen | Foto's: More Or Less Design
Gebouwen, auto’s, energie en landbouwgrond. Als coöperatie kunnen bewoners zich verenigen om van alles met elkaar te delen. Het is de rechtsvorm die de motor achter de onderstroom is, en het gereedschap biedt om de eigen buurt socialer, duurzamer en betaalbaarder te maken. Maar hoe werkt dat eigenlijk? Op 22 september gaven architect Sascha Glasl en onderzoeker Mark Wiering in de NYMA makersplaats uitleg over de mogelijkheden van coöperaties.

Mark Wiering, hoogleraar Milieukunde aan de Radboud Universiteit, vertelde aan het begin van zijn presentatie dat hij in zijn werk zoekt naar hoe we kunnen bewegen richting een duurzame samenleving. ‘Waarom blijft veel hetzelfde? Welke krachten spelen er?’ Hij lichtte de transitietheorie toe. ‘Hierin wordt geprobeerd het bestaande te destabiliseren en af te breken. Nieuwe manieren worden ontdekt, maar voordat die geïnstitutionaliseerd zijn, is er sprake van een chaotische periode.’ Wiering noemde de energietransitie als voorbeeld. ‘Daarmee zitten we midden in de chaotische periode. De bestaande krachten zijn nog niet weg.’
Uit het moeras van een comfortabele wereld
Gebeurtenissen zijn belangrijk voor een doorbraak naar iets nieuws, betoogde Wiering. ‘Een gebeurtenis of crisis kan de bestaande orde wakker schudden, zoals bij de problemen rondom de Groningse aardgaswinning.’ Wat verder nodig is voor verandering: sociale mobilisatie, het ontwikkelen van een alternatief en handelende actoren. Een coöperatie kan een alternatief zijn. ‘Om jezelf uit het moeras van een comfortabele wereld te trekken, heb je een collectieve kracht nodig.’

De coöperatie als vorm van vereniging bestaat al heel lang, vertelde Wiering. In het verleden was deze gemeenschappelijke aanpak behoorlijk groot. Tegenwoordig wordt er weer gezocht naar gemeenschapsbelang, omdat de markteconomie niet meer werkt. ‘Door internationalisering ontstaan monopolies. De markt is niet in
dienst van ons, maar van zichzelf. Er is geen moreel kompas.’
Wiering lichtte het boek Wat we gemeen hebben van filosoof Thijs Lijster uit. Daarin gaat het over de ‘commons’, ofwel de meenten. Dit zijn gedeelde bronnen waar iedereen gebruik van kan maken zonder dat ze iemands bezit zijn. Dat kan gaan om grond, maar ook om kennis of het internet. ‘Het gaat om gezamenlijk beheer. Het is niet anti-overheid of anti-bedrijfsleven, maar de gemeenschap is bepalend.’

Een systeem naast het systeem
Na Wiering was het podium voor architect Sascha Glasl, mede-oprichter van Space&Matter en CrowdBuilding. Hij houdt zich bezig met duurzaam, circulair en coöperatief bouwen. Hij schetste hoe het op dit moment misgaat met de woningmarkt. ‘Vaak wordt gezegd: bouwen, bouwen, bouwen. Maar ze bouwen voor kleine ruimtes, drie ton voor een kleine garage. Dat is niet het antwoord op de crisis.’ De woningmarkt heeft volgens Glasl het systeem kapot gemaakt. ‘Als je een koopwoning hebt, stijgt je bezit steeds verder in waarde. Huren wordt steeds duurder, ook dat is niet meer betaalbaar. Daarnaast is er het eenzaamheidsvraagstuk.’
Wooncoöperaties kunnen de oplossing zijn, stelde Glasl. Dit alternatief wordt de laatste jaren steeds belangrijker. ‘Voor een kostprijs wordt er iets ontwikkeld en dat gaat nooit de markt op. Mensen zorgen voor elkaar.’ Hij legde uit hoe het werkt. ‘Iedereen betaalt huur aan zichzelf. De lening wordt afgelost. Na twintig jaar kun je gratis wonen, maar toch betalen ze door. Dat geld gaat in een solidariteitsfonds voor andere initiatieven. Zo ontstaat er een systeem naast het systeem.’

Niet meer op Funda kijken
De wooncoöperatie heeft nog wel enkele barrières te slechten, gaf Glasl aan. Dan gaat het om zichtbaarheid, aanbod, overheidsproces en geld. Met de meeste barrières gaat het de goede kant op, maar zichtbaarheid is nog echt een probleem. Er zijn zo’n 400 coöperaties die los van elkaar opereren. Glasl startte een digitaal platform: crowdbuilding.com. ‘Onze missie is dat straks 10 procent van de totale woningbouwopgave wordt ingevuld met wooncoöperaties.’ Hij bekende dat dit veel moeite kost, maar ‘met een ontwikkelaar is dat ook het geval.’ Bovendien zijn er professionele procesbegeleiders die gemeenschappen helpen. ‘Als je mee wilt doen aan systeemverandering, moet je niet meer op Funda kijken - maar kiezen voor collectief wonen.’

Chaos en dromen
Het nagesprek werd geleid door Silke Spierings, die verschillende coöperatieve projecten in Nijmegen heeft opgezet. Zij vroeg of de chaotische periode, als onderdeel van de transitietheorie, altijd iets is om optimistisch over te zijn. ‘Van het ene naar het andere systeem gaan is een probleem, maar het is noodzakelijk’, zei Wiering. Volgens Glasl zitten we nu midden in die chaos, op tal van vlakken. Het ontbreekt aan visie, stelde hij. ‘Maar er zijn ook veel mensen bezig met een toekomst te schetsen. Ik heb daar vertrouwen in.’
Spierings vroeg de sprekers naar hun dromen. Glasl: ‘Mijn droom is dat coöperaties meer samenwerken, bijvoorbeeld energie- en wooncoöperaties. Je kunt binnen een wooncoöperatie ook kijken naar bijvoorbeeld energie en vervoer.’ Wiering droomt over een andere vorm van voedselconsumptie, vertelde hij. ‘Ik heb een moestuin en ga naar de supermarkt. Daar koop ik veel plastic, er is geen andere optie.’ Hij hoopt op een grootschalige, gezamenlijke plek met betaalbare, duurzame streekproducten.
Autodeelcoöperatie ZoOost
Paul Geelen, bestuurslid van autodeelcoöperatie ZoOost, werd naar voren gehaald. Vorig jaar is deze coöperatie in Nijmegen-Oost gestart met vijf deelauto’s voor veertig huishoudens. Inmiddels zijn er 25 auto’s minder op straat. ‘Een coöperatie zorgt voor betekenisverlening. Samen delen geeft een geluksgevoel’, zei Geelen. Hij hoopt dat het gemeengoed gaat worden, niet alleen voor de happy few. ‘Het is nog wel de vraag hoe.’ Ook zou het mooi zijn als het onderlinge contact groeit en er zorgtaken gedeeld worden, zei hij. Bezoekers noemden Elsendorp en
Austerlitz; twee plaatsen met sociale coöperaties.
Handelingsperspectief
Glasl en Wiering kwamen nog terug op de rol van een gebeurtenis of crisis om iets in gang te zetten. Glasl: ‘Als er straks geen zorg meer is, dan komt het vanzelf. In Nijmegen zag je dat ook: de woongemeenschappen uit de jaren ’80 zijn begonnen uit protest.’ Wiering voegde hieraan toe dat jonge mensen momenteel erg gefrustreerd zijn rondom wonen en energie. ‘Ze willen handelingsperspectief. We moeten ze hoop geven door voorbeelden te laten zien.’
Vanuit Venlo waren enkele initiatiefnemers van coöperaties en iemand van de gemeente aanwezig. De gemeentemedewerker vroeg: moeten we initiatiefnemers hoop geven of ook grond? ‘Je hebt altijd medewerkers nodig die erin geloven’, antwoordde Glasl. ‘Maar we zitten in een oud systeem, het heeft tijd nodig. Het gaat niet om hoop geven, maar elkaar vinden in een gedeelde visie. Op een gegeven moment komt er een kavel vrij en kun je van start.’ Wiering: ‘Maar je moet er ook zelf aan trekken als gemeente. In Nijmegen bestaat het Energiefestival, daarmee laten ze hun visie zien. Je moet groepen bereiken.’







Opmerkingen