• ACN

Hoog//Diep: Collectief met een grote C

Collectieve woonvormen en Nijmegen lijken voor elkaar gemaakt te zijn. Ooit stond de Waalstad – naar verluid tot jaloezie van Amsterdam - zelfs bekend als ‘woongroepenstad van Nederland’. Het meest tot de verbeelding sprekende complex is dan wel de Refter, het voormalige nonnenklooster tegen de heuvel bij Beek-Ubbergen, waar sinds 1984 rond de honderd mensen verdeeld over woongroepen en zelfstandige eenheden samen wonen en werken in sprookjesachtige ruimtes. Maar ook recentelijk zijn er indrukwekkende collectieve woonprojecten gerealiseerd. In het kader van ‘de publieke zaak ‘ – het thema van de Dag van de Architectuur dit jaar – vragen we ons af: hoe heeft het collectief wonen tot nu toe in Nijmegen vorm gekregen, wat heeft het de stad gebracht en hoe staat het er nu voor?

Door Mieke Dings (lopende tekst) en Fabian de Bont (tekstkaders). Fotografie: Anne Hopman

Zoals in de meeste andere Nederlandse steden, was het ook in Nijmegen de kraakbeweging die in de jaren zeventig en tachtig het collectief wonen herintroduceerde. Bij gebrek aan betaalbare woningen – woningnood en rente waren torenhoog – en met de nodige weerstand tegen de gevestigde orde, namen krakers leegstaande gebouwen als het Dobbelmannklooster, de Pontanus en de Grote Broek in gebruik en lieten zien dat het ook anders kon. Vaak renoveerden en verbouwden ze deze verouderde panden eigenhandig tot verschillende wooneenheden met dikwijls gezamenlijke keukens, badkamers en werk- en woonkamers. Rond keukentafels ontstonden hier roemruchte krakersacties als de Piersonrellen uit 1981, maar ook nog altijd bestaande sociaal-culturele initiatieven als cultuurcentrum de Onderbroek en eetcafé de Plak. Opmerkelijk is dat er in en om Nijmegen al heel snel organisaties ontstonden die hielpen om deze woonvormen te legaliseren en nieuwe mogelijkheden te creëren: de informele begeleidingsgroep STUT