top of page
  • Foto van schrijverACN

Circulaire koplopers en een traag peloton: (re)circulair bouwen in en rond Nijmegen

Hoog // Diep | artikel


Tekst: Mieke Dings


Eén blik op een willekeurige bouwplaats maakt duidelijk hoeveel materiaal er in de bouw omgaat. Dat dit minder moet en kan, is inmiddels wel bekend. Nederland wil in 2030 voor 50 procent circulair zijn en in 2050 volledig. Onze regio wil zelfs circulaire topregio worden. Aan ambities geen gebrek, maar hoe staat het er op dit moment eigenlijk mee? Hoog // Diep redacteur Mieke Dings dook in de wereld van het circulaire bouwen in en rond Nijmegen.


NYMA-terrein in Nijmegen, foto: Anne Hopman

Met een smak worden beton- en gipsresten in een container geknald. In Nijmegen-Oost wordt verbouwd en daar kan de hele straat van meegenieten. Terwijl de sloop nog in volle gang is, staan de nieuwe gipsplaten, tegels en wc-potten keurig opgesteld klaar. “Alles gaat er uit”, zegt de bewoner. “Het was zo gedateerd. Kleine badkamer, geen vloerverwarming, lelijke tegels. Dat pakken we nu allemaal aan. Ah kijk, daar komen de wastafels. En de isolatie!” Grote dozen worden uitgeladen. Made in China staat er op. Dit is slechts één van de vele bouwplaatsen die Nederland rijk is. Een kleine bouwplaats, maar zelfs hier wordt al enorm veel materiaal gebruikt.

Stichting Circle Economy rekende een jaar geleden uit dat slechts 8 procent hoogwaardig hergebruikt wordt.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de bouwsector wereldwijd verantwoordelijk is voor maar liefst 50 procent van het materiaalgebruik, 35 % van de CO2-uitstoot en 40 % van het afval. Van dat afval wordt in Nederland veel gerecycled, maar dat gaat grotendeels om laagwaardig hergebruik - oftewel hergebruik waarbij de kwaliteit van de grondstof afneemt. “Van het particuliere bouw- en sloopafval dat we ophalen uit de milieustraten van de Dar in Nijmegen wordt 85 tot 89 procent hergebruikt”, zegt Norbert Lax, duurzaamheidsmanager bij Van Happen Containers. In 2022 ging dat om 1769 ton. “Bij afval van professionele bouwplaatsen ligt dat percentage hoger: denk aan hout dat als spaanplaat verder gaat, EPS (piepschuim) dat weer als EPS verder kan of plastics die deels nieuwe plastics worden en deels granulaat. Ook puin kan bijvoorbeeld als granulaat onder wegen terechtkomen.”

Stichting Circle Economy rekende een jaar geleden uit dat slechts 8 procent hoogwaardig hergebruikt wordt. Dat percentage lag ooit veel hoger. Elphi Nelissen, de eerste voorzitter van het in 2018 gestarte Transitieteam Circulaire Bouweconomie en voormalig hoogleraar Building Sustainability aan de TU Eindhoven, zei hier eerder over: “Honderd jaar geleden dachten we veel meer circulair dan we nu doen. Toen was het heel normaal om alle materialen te hergebruiken op een zo hoogwaardig mogelijke manier. Toen arbeid duurder werd en materialen goedkoper zijn we pragmatischer gaan denken: het is goedkoper om iets nieuws te pakken dan om iets keurig weer opnieuw af te schuren en opnieuw te gebruiken. Dat moet weer worden omgedacht”.

Prinsenhof in Arnhem tijdens de ontmanteling door Lagemaat

Slim slopen “De tijd dringt”, zegt Menno Rubbens, projectontwikkelaar bij cepezedprojects, lid van het bovengenoemde Transitieteam en uitgeroepen tot Circular Hero 2022. “De CO2-uitstoot moet drastisch omlaag. We kunnen nu bomen planten die over 20 tot 30 jaar gebruikt kunnen worden als bouwmateriaal. Maar we kunnen ook direct onze uitstoot flink verminderen door slimmer te slopen en materialen beter te hergebruiken”. Zelf deed hij de afgelopen jaren vooral ervaring op met het een-op-een hergebruiken van gebouwen. “Wat ons betreft is dat momenteel de beste optie. We hebben ook wel eens gezocht bij aanbieders van gebruikte materialen, maar dat kost veel tijd omdat elke aanbieder een eigen zoeksysteem heeft. De kans dat je vervolgens precies datgene vindt dat je nodig hebt, in voldoende mate en beschikbaar binnen de planning, is heel klein - zeker bij grote projecten. Bovendien moet dit materiaal vaak worden bijgeschaafd, gezaagd of gesmolten, waardoor je weer minder CO2 bespaart. Wij hebben zelden iets bruikbaars kunnen vinden”.

Materiaal en ontwerp voor theater Oss door Lagemaat en cepezed Sloop en materiaal van Prinsenhof in Arnhem door Lagemaat


“We kunnen ook direct onze uitstoot flink verminderen door slimmer te slopen en materialen beter te hergebruiken”.

Cepezedprojects werkte tot nu toe aan de de- en remontage van drie gebouwen en heeft veel ervaring met de bepleite LEGOlisering van de bouw. “We zijn hier heel organisch in gegroeid,” vertelt Rubbens. “We werkten al langer met geprefabriceerde en demontabele elementen toen we in 2016 de opdracht kregen om een tijdelijke, demontabele rechtbank in Amsterdam te ontwerpen. Tijdens een netwerkevenement kwam ik in contact kwam met sloopbedrijf Lagemaat uit Heerde, dat juist op zoek was naar een dergelijk project voor circulaire sloop - oftewel remolition. Het klikte meteen, we dachten hetzelfde. In 2022 is de rechtbank uit elkaar gehaald en inmiddels wordt deze in Enschede weer opgebouwd”. De samenwerking smaakte naar meer: inmiddels werken ze samen onder de vlag Lcp-circulair en hebben ze voormalig kantoorgebouw de Prinsenhof in Arnhem ontmanteld en het Zuiderstrandtheater in Den Haag- dat een nieuwe toekomst krijgt in Oss.

Met name de Prinsenhof was een uitdaging omdat het niet demontabel ontworpen was. Lagemaat zaagde het uit elkaar, liet de elementen testen en mat en digitaliseerde ze - zodat cepezed daarmee kon ontwerpen. De vloerplaten bleken sterker dan verwacht. “Dat was een mooie opsteker. De onzekerheid rondom stevigheid en levensduur houdt mensen vaak tegen om constructieve elementen als zodanig te hergebruiken. Die onzekerheid was hier snel verdwenen”. Een deel van de elementen heeft al een tweede leven gekregen in een nieuwe sporthal aan de Middachtensingel in Arnhem. Het andere deel ligt op dit moment op het terrein van Lagemaat in Heerde te wachten tot het onderdeel kan worden van het door cepezed ontworpen (re)circulair centrum op hetzelfde terrein. “We ontwerpen hier voor het eerst echt iets anders met bestaande elementen. Dat is ook voor ons een uitdaging”. Met het circulaire centrum hoopt Lagemaat onder andere kennis te delen. Zo zei hun programmaleider circulariteit een paar jaar geleden: “Wij nemen risico’s om te innoveren, omdat we daarin geloven. In de huidige lineaire economie is niets gericht op circulair werken, dat ontdek je al snel als je daar gewoon aan begint. Overheid, juristen, wetgevers, bouwers en fabrikanten: je merkt op alle gebieden dat men er nog niet klaar voor is”. Nijmeegs ecosysteem Dat merkten ook de in Nijmegen gevestigde architect Daan Bruggink (ORGA architecten) en bouwer Patrick Schreven (ECO+BOUW), maar dan wat betreft bouwen met hernieuwbare materialen. Zij werkten vanaf 2013 een aantal jaar samen als ORGA bouw. Bruggink zei destijds: “Ik zie mijn ecologische architectuur en innovatieve bouwmethoden sneuvel tijdens de uitvoering. De aannemer probeert risico’s te vermijden, maar creëert daardoor een strijd die het hele project kan voortduren - met bijbehorende onduidelijkheden”. ORGA bouw, inmiddels ECO+BOUW, moest hier verandering in gaan brengen. Schreven: “We gingen gewoon aan de slag. Het was een experiment: kun je als bouwer je broek ophouden als je volledig inzet op ecologisch, biobased en circulair bouwen? Natuurlijk liepen we tegen veel dingen aan. Alle partijen moeten meebewegen in een dergelijk nieuw bouwproces, dus er is veel extra overleg gevoerd. De calculator moet snappen wat hij berekent, de timmerman moet begrijpen waarom we iets op een bepaalde manier willen. Vaak hebben ze het heel anders geleerd”.

ORGA maakte van units uit een tijdelijke polikliniek een woning en praktijk met biobased materialen in Nijmegen. Tweede foto door Ruben Visser. Demo mHome. In Helmond verrijzen 52 van de door Schreven ontwikkelde mHomes. Foto’s: mHome

“We zitten feitelijk nog steeds bij stap 1: de onwetendheid en onbekendheid wegnemen”.


“In het begin voelde ik me een roepende in de woestijn,” zegt Schreven. “Een ecologisch bouwbedrijf? Ik werd nog net niet voor gek verklaard. Ik zag uitsluitend voordelen: hout is bijvoorbeeld hernieuwbaar, slaat CO2 op en zorgt voor een gezond binnenklimaat”. Opdrachten kwamen in de beginjaren vooral van particulieren en mensen die in collectief particulier opdrachtgeverschap gezamenlijk bewust voor ecologische bouw kozen. De aandacht en het aantal aanvragen begon volgens Schreven toe te nemen toen Tegenlicht in 2019 een uitzending over houtbouw maakte: “Plotseling kregen grotere partijen ook interesse, zoals projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties”. Van de door hem ontwikkelde mHomes, modulaire biobased woningen, zijn inmiddels 52 woningen gerealiseerd in Helmond. Binnenkort worden vervolgprojecten in Heumen en Warnsveld gerealiseerd.

Volgens Schreven ligt het tempo echter nog te laag. Het mede door hem in 2020 opgerichte Kenniscentrum Circulaire Bouw (KCCB) zal naar alle waarschijnlijkheid een doorstart krijgen, in het in ontwikkeling zijnde ViaT op het NYMA-terrein. Schreven verzucht: “We zijn feitelijk nog steeds bezig met de eerste stap: het wegnemen van onwetendheid en meer mensen vertrouwd maken met deze ideeën. Er is beweging, maar het gaat nog te langzaam”. “De koplopers zijn er, nu het peloton nog”, zo vat Marieke Verhoeff-Broekman, programmadirecteur circulaire economie bij RVN@ én coördinator Grondstoffen & ketens bij de Groene Metropoolregio, de situatie treffend samen. En inderdaad zijn Bruggink en Schreven beiden al onderscheiden met de Cirkel, een door de Nijmeegse Circulaire Raad in het leven geroepen prijs voor circulaire ondernemers. De Circulaire Raad bestaat sinds 2018 en kwam voort uit de wens van een aantal partijen om elkaar ook na 2018, het jaar dat Nijmegen European Green Capital was, te blijven zien en initiatieven te blijven aanjagen. RVN@ is de hierbij behorende uitvoeringsinstantie. Verhoeff-Broekman: “We proberen verbindingen te leggen tussen sectoren en bedrijven, onderwijs en overheid. Zo organiseren we onder andere netwerkborrels, en sinds kort ook circulaire bedrijfsbezoeken”. Ook zijn er plannen voor de toekomst. “We hebben nu via de regiodeal een subsidieaanvraag ingediend om het ecosysteem in en om Nijmegen verder uit te breiden, en een leerstoel en campushub rondom circulariteit op te zetten. Daarbij richten we ons niet uitsluitend op circulariteit in de bouw, maar bijvoorbeeld ook op voedsel en zorg”.



Herontwikkeling en hergebruik NYMA-gebouwen in Nijmegen. Foto's: Anne Hopman

Circulaire topregio Circulair bouwen is een belangrijk speerpunt van de Groene Metropoolregio, het samenwerkingsverband van 18 gemeentes uit de regio. Michiel Hustinx, opgavemanager Circulaire Regio, licht dit toe: “Circulariteit is één van onze vijf hoofdopgaven. Sinds de regio Arnhem-Nijmegen in 2018 de Circle Economy Award won, willen we de titel van circulaire voorloper graag behouden. ‘Bouw en infra’ is daarbinnen één van de vier speerpunten. We staan in deze regio voor een flinke opgave wat betreft verstedelijking, die we zo circulair mogelijk aan willen pakken. Om het tempo hoog te houden, hebben we dit gekoppeld aan modulair bouwen.” Al spoedig bleek dat veel gemeenten zich afvroegen hoe circulariteit te meten is. “We hebben toen de circulaire impactladder gemaakt, om gemeentes te helpen met het uitschrijven van aanbestedingen en het beoordelen van plannen. Op dit moment zijn we bezig om het gebruik hiervan bij de verschillende gemeentes te stimuleren. Zodra ze hier allemaal mee kunnen werken, kan het snel gaan: verschillende ontwikkelaars werken hier al mee. Wat dat betreft heb je als regio een enorme slagkracht in de markttransitie”.

“Zolang mensen een tweedehands theater nog minderwaardig in plaats van fantastisch vinden, zijn we er nog lang niet”.

Ook Rubbens ziet hoopgevende ontwikkelingen. “Er wordt gepraat en nagedacht op vele vlakken, van fiscale vergroening tot flexibel bestemmen en alles wat daartussen zit. Ook hier geldt dat het snel kan gaan als iets officieel bekrachtigd is. Zo wil Europa in de verordening bouwproducten de Environmental Product Declaration verplicht stellen, die nu nog vrijwillig is. Dat betekent dat de milieu-impact van elk bouwmateriaal bekend moet zijn. Dat klinkt nog weinig baanbrekend, maar zodra hier meer sturing op komt zal het snel gaan.” Die sturing lijkt er te gaan komen. “Vanuit het Transitieteam hebben we geadviseerd om de Milieu Prestatie Gebouwen aan te scherpen en te sturen via de Milieu Kosten Indicatie, waarin de schaduwkosten van materialen worden weergegeven”. Om dat laatste heeft de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) nota bene zelf gevraagd. “Dit is nog geen systeem van true pricing, want de kosten worden nog niet doorgerekend. Het is wel een ontwikkeling die de goede kant op gaat.”

Rubbens is blij dat hij het circulair bouwen ondertussen gewoon in de praktijk kan brengen, net als een groeiend aantal architecten, slopers en bouwers. “Dat moet ook wel: wie hier nu nog niet mee bezig is, zal de boot missen. Iedere transitie kent slachtoffers. Daarmee komen er weer kansen voor anderen.” Schreven ziet vooral ruimte voor meer biobased: “De positieve effecten op gezondheid en comfort zijn tot nog toe onderbelicht. Die zullen steeds doorslaggevender worden voor mensen”. Die trend is aan het te verbouwen huis in Nijmegen-Oost in ieder geval voorbij gegaan. Van hergebruik is hier nauwelijks sprake. Rubbens: “Een tweedehands theater in Oss wordt nog teveel als minderwaardig beschouwd, terwijl het eigenlijk fantastisch is dat we een gebouw opnieuw gebruiken. We moeten echt anders gaan denken, anders komen we er nooit.” Met dank aan: Michiel Hustinx, Norbert Lax, Menno Rubbens, Patrick Schreven, Marieke Verhoeff-Broekman

212 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Comments


bottom of page