top of page
  • ACN

Terugblik 24 MEI // ACN presenteert: Pionieren in Winkelsteeg

Hoe ontwerp je vanuit het niets een divers en levendig stadsdeel? Eén van de belangrijkste stadsuitbreidingen van Nijmegen de komende jaren is Winkelsteeg. Nu is het een smoezelig bedrijventerrein met veel braakliggend grond, ingeklemd tussen het Goffertpark en het Maas-Waalkanaal. Het moet het oude Vinex-denken ver achter zich laten en een stadsdeel worden waar wonen, werken en leven elkaar aanvullen. Tijdens een avond in arthouse LUX ging gespreksleider Lema Salah in gesprek met stedenbouwkundigen Han Dijk (PosadMaxwan) en Jeroen de Willigen (De Zwarte Hond). Zij presenteerden hun kijk op een diverse, inclusieve stad en gingen vervolgens in discussie met socioloog Jochem Tolsma, hoogleraar Sociale scheidslijnen aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Een moeilijke opgave

Eerste presenteerde Han Dijk, stedenbouwkundige van het Haagse bureau PosadMaxwan, zijn visie op Winkelsteeg. Die komt voort uit de ‘Ontwikkelvisie Winkelsteeg 2035’ die het bureau samen met SITE Urban Development voor het gebied ontwikkelde. Een moeilijke opgave, volgens Dijk. Hij laat zien hoe het stadsdeel door het afgraven van het Maas-Waalkanaal en stadspark De Goffert in de jaren ’30, de komst van Philips in de jaren ’50 en de aanleg van omliggende wijken als Dukenburg een allegaartje is geworden. Er is geen duidelijk profiel, het is een restplek met hier en daar bedrijvigheid geworden.


Volgens Dijk moet er verbinding komen tussen het Goffertpark en het kanaal: de afstand tussen de stedelijke gebieden moet kleiner. ‘Als je nu in Winkelsteeg staat en je wil naar overkant, moet je vele trappen op en een hoge brug over,’ zei hij daarover. Oplossingen daarvoor zijn meer groene aders, meer ruimte voor fietser en voetganger en het wonen en werken door elkaar, waardoor het gebied levendiger wordt. Daarbij moet zorgvuldig gemengd worden, zei Dijk. ‘Want niemand wil boven een houtzagerij wonen en heel de dag zaaggeluiden horen.’


De inclusieve stad

Voorbeelden van woon-werkmenging zijn er nog niet veel, vertelde Dijk. Bedrijven zijn vaak huivering om naast een woonwijk te wonen en mensen ervaren snel overlast. Maar, de voorbeelden komen wél van Jeroen de Willigen, creatief directeur van De Zwarte Hond, dat onder meer met het project ‘Hart van de Waalsprong’ bezig is om een stadshart in Lent te creëren. Ergens is dat raar, vond De Willigen. ‘De huizen staan er allemaal al, maar we zijn nu pas aan het mengen met wonen, werken en voorzieningen.’ Idealiter zou je dat al eerder willen, zei hij, en niet achteraf. Want buurten lijken zich in Nederland altijd uit te sorteren: werken komt bij werken, wonen bij wonen, rijk bij rijk en arm bij arm. ‘Een goede stad beheren is hetzelfde als tuinieren, je moet het altijd onderhouden om contact tussen de verschillende groepen te houden.


De Willigen liet aan de hand van Rotterdam en Groningen zien hoe mengen goed kan werken. Zo is Rotterdam-West een levendige wijk door verschillende typen woningen (particulier, goedkoop en sociale huur). Dit in tegenstelling tot nieuwe wijken in aan de Maasoever die vooral gericht zijn op dure appartementen. Dan krijg je, volgens De Willigen, juist eenheidsworst. Ook ging de creatief directeur in op Groningen waar in de jaren zeventig de auto al uit het centrum werd gehaald, waardoor voetgangers en fietsers beter van de openbare ruimte gebruik kunnen maken dan in andere steden.


Weerbarstige werkelijkheid

Hoogleraar Sociale scheidslijnen Jochem Tolsma legde uit dat de werkelijkheid grilliger is dan de stedenbouwkundigen doen voorkomen. Het is lastig om een stad te sturen vanachter de tekentafel. Uit onderzoek blijkt dat het onduidelijk is hoe we de stad goed kunnen mengen. Is dat op het niveau van de straat, de wijk of stadsdeel? Uiteindelijk ligt die keuze bij de politiek - wat wil de stad zelf?


Er ontstond een discussie over maakbaarheid. De Willigen wilde niet dat wijken te homogeen worden, Tolsma vroeg zich af welke bevolkingsgroepen op welke manier vermengt kunnen worden: je moet niet mensen bij elkaar zetten om betere statistieken te krijgen - het moet ook werken. Gespreksleider Salah vroeg zich af waarom mengen überhaupt nodig is, mensen beslissen zelf toch waar en hoe ze willen wonen?


Mengen als lijmmiddel

Dat klopt, zei Dijk. Maar kijk naar Winkelsteeg. Het pleit voor mengen, want het gebied is nu - vooral in de avonduren - gevaarlijk. Het is verloederd, je fietst er niet graag doorheen. Het gebied moet meer geïntegreerd worden in de stad. Je wil mengen om meer banen binnen de stadsgrenzen te krijgen, en dat mensen er wonen zodat er weinig vervuilende reisbewegingen zijn. ’Het mengen is dus geen doel, maar een middel.


Ten slotte stelde De Willigen hardop een retorische vraag: Groningen is net als Nijmegen een linkse stad, met dezelfde van dezelfde omvang, ook een studentenstad, maar waarom is de openbare ruimte hier meer op de auto gericht dan in Groningen dat sinds enkele jaren zelfs ook busvrij is? Je moet als overheid iets doen om mengen in de stad succesvol te laten worden. ‘Het aan de markt overlaten en anarchisme liggen niet ver uit elkaar.’



 

Dit is een programma in het kader van ‘PLEK: plaats maken voor de rechtvaardige stad’. Het komende jaar onderzoekt het Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) welke maatschappelijke en ruimtelijke interventies bijdragen aan een rechtvaardige stad. Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Architectuurcentrum Nijmegen? Schrijf je dan in voor de maandelijkse nieuwsbrief










299 weergaven
bottom of page