top of page
  • Foto van schrijverACN

Nijmeegse ontwerpers aan het woord: architecten Koen Geraedts en Ward Boeijen.

Hoog // Diep | artikel



De stad herbergt tal van architecten, stedenbouwers en landschapsarchitecten met uiteenlopende expertises en visies. In de serie ‘Nijmeegse ontwerpers aan het woord’ vertellen zij over hun werk. Ook laten ze hun licht schijnen op de stad, de toekomst van de stad en op het Nijmeegse architectuurklimaat. Deze keer: architecten Koen Geraedts en Ward Boeijen (Boeijenjong Architecten).



Trots loopt Koen Geraedts binnen bij een van de plekken die hij samen met Ward Boeijen ontwierp: REX. De horecazaak op het NYMA-terrein bevindt zich in een oud, betonnen waterbassin. Tussen de tafels kijkt Geraedts naar boven, naar een ronde opening waar een glasplaat op ligt. Daar doorheen is de binnenkant van een koeltoren te zien. “Het is het karkas van een constructie. Bij een herontwerp kijken we altijd eerst naar wat er al is, dat zien we als een cadeautje. Je viert wat je al hebt en dat stel je centraal.”


Duurzaam is meer dan alleen biobased

Geraedts en Boeijen doen veel herbestemmingen en gaan dan voor een zo duurzaam mogelijke aanpak. Ze proberen zo min mogelijk in te grijpen in wat er al bestaat. Geraedts over REX: “Eigenlijk hebben we alleen vier gaten gemaakt, drie voor de ramen en één voor de deur. Daarbij hebben we ervoor gezorgd dat de afmetingen van die gaten passen bij het gebouw en bij de nieuwe functie.” Zo is een van de ramen hoog en smal. Het raam volgt de stortlijnen van het beton en er past een hoge tafel tegenaan.


Wat precies het duurzaamst is, blijft een zoektocht. “We kijken niet alleen of het biobased is. We bevragen alles continu en daarbij nemen we elkaar de maat. Soms is niet bouwen duurzamer, of we kiezen alleen voor een kleine ingreep.” Ze willen ook voorkomen dat iets maar kort meegaat. “Het moet niet meerdere keren verbouwd worden.”   


Een band opbouwen met een gebouw

De manier van werken zorgt dat de twee jonge Nijmeegse architecten niet erg opvallen. “Je kunt van de buitenkant vaak niet zien wat wij gedaan hebben”, zegt Boeijen. “Omdat we veel met monumenten werken, is het moeilijk om een stempel te drukken. Je moet niet veel ego hebben, want je hebt te maken met tal van partijen, zoals de monumentencommissie.” Ze komen dan ook nooit met een voorgenomen idee. Geraedts: “Eerst willen we een band opbouwen met een gebouw.”


Daar komt bij dat ze ook bij nieuwbouw het liefst voor tijdloze bouw gaan. Boeijen: “In de wijk Hees hebben we een drie-onder-een-kap ontworpen. Het is een nieuw huis, op een plek waar een woning op instorten stond. Het huis steekt naar voren de straat in en heeft gemetselde vensterbanken, zoals ze die vroeger hadden.” Ze hopen dat iemand over twintig jaar niet kan zeggen uit welke tijd het gebouw komt.


Gebouwen die mensen begrijpen

Kijkend naar de stad vinden Geraedts en Boeijen dat je als architect iets moeten maken wat veel mensen begrijpen, zonder dat het plat wordt. “Je maakt iets vanuit de stad en vanuit de gebruiker”, zegt Geraedts. Als voorbeeld noemen ze de Rozet in Arnhem. Boeijen: “Een warm gebouw dat mensen waarderen.” En in Nijmegen? “Het nieuwe winkelcentrum Hart van de Waalsprong in Noord. En de Marikenstraat. Daar voel je de stad. Je raakt niet verdwaald.”



Zelf werken de twee aan buurtcentrum ’t Oude Weeshuis in de Papengas, waarbij de functie van groot belang is. “In de jaren ’70 hebben ze alles gestript, alleen de gevels zijn blijven staan", zegt Boeijen. Binnen is er een betonconstructie en is het ingedeeld vanuit losse ideeën van gebruikers. Nu komen er ruimtes met goede maatverhoudingen waardoor meer mogelijk is. “Als een yoga-instructeur na drie maanden vertrekt, kun je het makkelijk voor iets anders gebruiken.”


'Op daken is ruimte voor terrassen, maar ook stadslandbouw. Zo worden tomaten gekweekt bovenop het restaurant dat deze groente weer gebruikt.'


Dakenlandschap

De mannen zien het stadscentrum veranderen en zijn daar enthousiast over. Zo komt er steeds meer een dakenlandschap, vooral aan de Waal. Geraedts: “Daarop is ruimte voor terrassen, maar ook stadslandbouw. Zo worden tomaten gekweekt bovenop het restaurant dat deze groente weer gebruikt. Wat je normaal op de grond ziet, komt op de daken.”


Hoe het niet moet, zagen ze vanuit de ramen van hun vorige kantoor. Die bevond zich boven de parkeergarage naast Arsenaal 1824. Boeijen: “We keken uit op bitumen daken, airco’s en dakpannen. Dan zit je in hartje centrum en dan zie je geen mens.”


Vriendelijke stad

Nijmegen ontwikkelt zich op een mooie manier, vinden ze. Het is goed zichtbaar dat de gemeente aandacht schenkt aan het esthetische aspect van de stad. “Er is veel waardering voor naoorlogse architectuur”, zegt Boeijen. “Ook de openbare ruimte is herontdekt, met mooie bomen en straatwerk, zoals in de Van Welderenstraat. Daar krijg je een vriendelijke stad van.”


Geraedts vindt dat de benedenstad steeds meer een relatie aangaat met de bovenstad. “Die twee delen van het centrum waren heel lang opgeknipt, maar nu zie je dat daar leven in komt, bijvoorbeeld als je naar boven loopt in de Priemstraat.”



Ook Plein ’44 is goed aangepakt. “Die woontoren werkt, daardoor is het minder een plein”, zegt Boeijen. “Het is nu echt een plek voor scholieren. Die gaan naar de KFC, de Zara, die Italiaanse bar en hangen rond bij de fietsenstalling. Het is misschien niet onze plek, maar daar moet je voorbij kijken. Het spreekt een andere doelgroep aan en dat is mooi.”


Ze zijn wel van mening dat je het niet te veel moet opschonen. Een stad zonder grauwe plekjes zou zonde zijn. “Het moet geen utopia worden”, zegt Geraedts. De Bloemerstraat vinden ze geslaagd. “Daar hebben ze de gevels gerenoveerd”, zegt Boeijen, “maar je hebt daar gewoon nog een shisha lounge, een telefoonwinkel, een avondwinkel en ga zo door.” Op die manier blijft de stad van iedereen.



Buiten het centrum

Buiten het centrum kan meer aangepakt worden. “De wijken in Nijmegen zijn heel monolithisch”, zegt Geraedts. “Het draait alleen om wonen.” Hij pleit voor meer kantoren, werkplaatsen, openbare ruimtes en cafes.” Boeijen: “Zou een Hubert-achtige plek in Dukenburg werken? In Utrecht, bij Leidsche Rijn, lukt het. Daar is een levendig centrum ontstaan.”


'De wijken in Nijmegen zijn heel monolithisch. Het draait alleen om wonen.’


Ook bij het Maas-Waalkanaal zien ze nog veel mogelijkheden. “Nu stop je daar niet zo snel. Je fietst er doorheen en dat is het dan,” zegt Boeijen. “Maar iedereen wil aan het water wonen. Misschien moet je de parken hier en daar doorbreken en aan het water bouwen.”Verbonden met de stad Geraedts en Boeijen voelen zich verbonden met de stad en werken dan ook vooral in de omgeving. Bij negentig procent van hun opdrachten kunnen ze op de fiets naar de locatie toe. Het is dan ook niet vreemd dat REX pal naast hun kantoor zit, in de NYMA Makersplaats. 



Geraedts woont in Nijmegen, Boeijen in Heilig Landstichting. Daar blijven ze. “Ik heb op veel plekken gewoond, maar wil nu iets opbouwen in de wijk waar ik woon”, zegt Geraedts. “Je helpt elkaar en groeit mee met elkaars leven. Ik focus me ook graag op Nijmegen. Ik snap de stad.”


'Het kabbelende komt de stad niet echt ten goede.’


Architectuurklimaat

Kritisch zijn ze op het architectuurklimaat in Nijmegen. Er gebeurt eigenlijk te weinig. Er zijn weinig architecten, er is weinig concurrentie en weinig samenwerking. “Het kabbelende komt de stad niet echt ten goede”, zegt Boeijen. Arnhem en Eindhoven scoren wat dat betreft beter, vinden ze. “In Amsterdam zijn meer architectenbureaus en zijn ze kritisch onder elkaar. Je wordt meer uitgedaagd, er is meer reflectie en sociale controle. Er is ook meer synergie met landschapsarchitecten en andere architecten.” Geraedts: “Het zou mooi zijn als dat hier ook zou kunnen.”


De vraag die zij hebben voor de ontwerper in de volgende aflevering van deze serie:  

Welke plek in de stad is nu echt typisch voor Nijmegen en waar gaan deze unieke plekken in de toekomst nog meer ontstaan?







121 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven
bottom of page