top of page

Zachte waarden maken de stad - Interviewserie De rechtvaardige stad

De rechtvaardige stad volgens Massih Hutak


Door: Mieke Dings

Foto: Berkay Yasar

ACN staat dit jaar in het teken van ‘PLEK: plaats maken voor de rechtvaardige stad’. Maar wat is een rechtvaardige stad en hoe werk je hieraan? Deze vragen stellen we aan een aantal stadmakers en denkers. Dit keer praten we met rapper, schrijver en docent Massih Hutak. Hij is één van de drijvende krachten achter actiegroep Verdedig Noord. Eerder schreef hij hier het boek Jij hebt ons niet ontdekt. Wij waren hier altijd al (Uitgevrij Pluim, 2020) over en in 2022 verscheen zijn album Welkom in de Noordside (Productiehuis Noord).

De liefde voor Amsterdam-Noord maakte Hutak tot activist. Hij kon niet met lede ogen aanzien hoe het stadsdeel waarin hij zich nu al meer dan twintig jaar thuis voelt, verdrukt dreigde te worden door de snelle stadsontwikkeling. Hutak: “Dit is mijn thuis. Noord is een bijzonder stadsdeel, met een enorme sociale cohesie. Ik heb me hier altijd veilig en geborgen gevoeld.” Het was zijn vader die hem jaren geleden voor het eerst bewust maakte van de op handen zijnde veranderingen. “Eerst dacht ik vooral: yes, een Mediamarkt, yes, een KFC! Mijn vader vroeg dan wat ik dacht dat dit zou betekenen voor de winkel en snackbar om de hoek. Datzelfde deed hij toen de eerste sociale huurwoningen verkocht werden. Toen ik vervolgens met eigen ogen begon te zien hoe alles veranderde, hoezeer Noord gebukt ging onder gentrificatie, begon ik te vrezen voor mijn thuis.”


“Hoe meer ik over gentrificatie las en zag, hoe bozer ik werd”

Graffiti gentrificatie in Nijmegen | Foto: Anne Hopman

Toen hij als rapper gevraagd werd om mee te doen aan Theaterfestival Over ’t IJ, besloot hij een essay te schrijven over gentrificatie en Amsterdam-Noord. “Ik wilde het in andere steden gaan onderzoeken en hier heel beschouwend, met professionele afstand, over gaan schrijven. Maar hoe meer ik las en zag, hoe bozer ik werd. Ik begon me te realiseren hoe creatieve broedplaatsen gebruikt worden om vastgoedwaarde te creëren en begon ook het problematische van verschillende kunstinstellingen in te zien die ineens iets met Noord wilden doen. Ik zag steden waarin het al veel erger was en realiseerde me dat we in Noord nog iets konden doen.” En zo richtte Hutak in 2019 met enkele vrienden de Actiegroep Verdedig Noord op. Doordat ieder nieuw lid steeds weer een ander introduceerde, groeide deze groep al snel. Huisregels Eén van de eerste acties van Verdedig Noord was de introductie van een inburgeringscursus voor nieuwe bewoners van Noord. Dit om nieuwkomers bewust te maken van het feit dat ze de ruimte delen met anderen die er al voor hen waren. “Als je iemand welkom heet, wordt duidelijk dat jij er al was. Met de inburgeringscursus zeiden we: welkom nieuwkomers, welkom in ons huis. Dit zijn de huisregels.” Na rondvraag onder Noorderlingen werd huisregel nummer één groeten. “Ambtenaren doen vaak wat lacherig als ik dat zeg, alsof het iets verwaarloosbaars is. Maar het is zoiets fundamenteels: elkaar structureel begroeten, elkaar aankijken, elkaars bestaan bevestigen, ook als je je dag niet hebt.”


“Het is zoiets fundamenteels: elkaar structureel begroeten, elkaar aankijken, elkaars bestaan bevestigen, ook als je je dag niet hebt.”


Ondertussen streed Verdedig Noord met verschillende andere bewonersorganisaties voor meer inspraak in de plannen voor het stadsdeel. Ze hadden immers gezien dat het daar in andere stadsdelen – waar de gemeente in de woorden van Hutak “ongelijk veel investeerde om gelijkheid te krijgen”, te weten Amsterdam-Zuidoost en Nieuw-West – nogal eens aan ontbrak en daar wilde de actiegroep op anticiperen. En heel even leek die gewenste inspraak er ook werkelijk te komen. “De gemeente merkte wel dat bewonersorganisaties dit wilden en startte een democratiseringsproject, waar we vol goede moed instapten, maar we merkten al gauw dat het schijn was. De ambtenaren leidden het project en beheerden het budget en ze keurden het ene na het andere voorstel af.”

Bewonersvereniging Verdedig Noord | Foto: Annelie Bruijne

De bewonersorganisaties waren woedend en lieten het er niet bij zitten. Ze verenigden zich in Red Amsterdam-Noord (RAN), ontsloegen de ambtenaren en kondigden een participatiestaking af. “De ambtenaren zaten vervolgens met een budget waar ze niks mee konden. Toen hebben we zelf participatietafels opgezet, een participatieprotocol gemaakt [hier te vinden] en de ambtenaren aan onze tafels uitgenodigd. We hebben de regie naar ons toegetrokken. Enkele ambtenaren waren er blij mee. Die hadden onze druk nodig om verandering te bewerkstelligen. Anderen begonnen ons nu pas serieus te nemen en de kwaliteit van onze plannen in te zien.” Volkshuisvesting Inmiddels is deze Aanpak Noord verankerd in het coalitieakkoord voor de komende jaren. Daarmee is afgesproken is dat de bewoners en ondernemers het voortouw nemen, het tempo bepalen en dat de ambtenaren daarbij, in de woorden van Hutak “dienend en niet dominerend zijn.” De gemeente heeft een budget van twintig miljoen gereserveerd en het is nog afwachten of het Rijk dit budget aan gaat vullen. “Dat budget moet dan de komende twintig tot dertig jaar naar woningbouw, scholen, openbare ruimte en groen gaan. Eén van de speerpunten is de broodnodige renovatie en isolatie van oude woningen. Want het is natuurlijk heel scheef dat de mensen die niet wakker liggen van hun energierekening hier in een prachtige woning wonen met energielabel A, terwijl de huurders in woningen met label G de huur zien verdubbelen. De eco-gentrificatie is groot.”


“Nieuwe huurwoningen zitten vaak aan de top, waardoor ze voor agenten, docenten, verplegers en andere mensen met vitale beroepen ofwel te klein of onbetaalbaar zijn. Welk verhaal vertellen we dan?”


Hutak benadrukt dat het ooit wel anders was: “Dit is de stad van de Amsterdamse School, waar de knapste architecten woningen maakten voor de kwetsbaarste bewoners en daarbij tot op detailniveau berekenden hoe ze die zoveel mogelijk toegang tot daglicht, natuur en tuinen konden bieden. En nu wordt precies berekend in welke straten van zo’n wijk de zon het meest schijnt en worden juist die sociale huurwoningen verkocht. Nieuwe huurwoningen zitten vaak aan de top, waardoor ze voor agenten, docenten, verplegers en andere mensen met vitale beroepen ofwel te klein of onbetaalbaar zijn. Welk verhaal vertellen we dan?” Hutak ziet te weinig heil in de huidige Amsterdamse 40-40-20 eis voor nieuwbouw [40 procent sociale huur, 40 procent middeldure huur en 20 procent vrije sector, red.] want: “Daarmee accepteren we nog steeds dat 60 procent van de woningen die we bijbouwen onbetaalbaar is.”

Gerenoveerde Plan van Gool | Foto: De Architekten Cie

Met RAN denkt Hutak na over nieuwe vormen van volkshuisvesting: “We zijn nu aan het onderzoeken hoe we op een nieuwe manier kunnen kijken naar vastgoed. Stadsontwikkeling wordt vaak verward met vastgoedontwikkeling, waardoor we vastgoedwaarde als dominante factor zien. Maar vastgoed zou juist dienend moeten zijn aan de sociaal maatschappelijke waardes die er al zijn. We denken nu na over gemeenschappelijk vastgoed; een soort coöperaties die zelf ontwikkelen en zelf gaan bouwen, met daarin niet alleen woonfuncties, maar ook openbare ruimte, culturele functies en programma’s, maakplaatsen, kringloopwinkels en noem maar op. Een soort zelfbouwkavels, maar dan voor sociale huurcoöperaties.” Solidariteit Architectuur moet wat Hutak betreft vooral gastvrijheid uitstralen en tot ontmoeting aanzetten, zoals de galerij in het Plan van Gool, waar hij vroeger zelf woonde, dat deed. Inmiddels is die galerij uit angst voor overlast niet meer publiek toegankelijk, zoals vele andere dat ook niet meer zijn. Hutak, verontwaardigd: “Om dezelfde reden zijn ondertussen veel bankjes uit het straatbeeld verdwenen, terwijl die hét symbool voor sociale cohesie zijn! Wat is er mis met een dakloze een plek bieden? Dat we armoede, slordigheid en chaos zijn gaan criminaliseren en ons dit narratief aan hebben laten praten, dat is het failliet van de stad.” Want: “De belangrijkste waarde voor een stad is de onverwachte ontmoeting.” Dat het dan af en toe fout gaat en het rommelig wordt, hóórt bij de stad vindt Hutak. “Het is zo ongelofelijk aangeharkt nu. Er hangen overal van die whatsapp buurtpreventie borden. Los van het feit dat ik niet snap waarom we prominent in onze openbare ruimte reclame maken voor een bedrijf uit Silicon Valley, vind ik het heel erg dat bewoners van achter hun gordijnen naar elkaar gaan appen over verdachte personen op het plein. Kom gewoon naar buiten en spreek elkaar aan. Het lijkt wel alsof we de normale omgangsvormen kwijtgeraakt zijn en de openbare ruimte ons daar alleen maar in bevestigt. Er wordt mij wel eens verweten dat ik het verleden romantiseer. Dat is niet zo, maar we gingen vroeger wel beter met elkaar om.”


“Vaak worden waarden als solidariteit ‘zachte waarden’ genoemd. Wat ons betreft zijn het echter kernwaarden, harde voorwaarden voor de stad.”


Niet voor niets schreef Hutak onlangs in zijn column in Het Parool dat de stedeling de meest bedreigde stadssoort is: “Dat is iemand die niet bang wordt of verstijft bij het eerste het beste dat niet zacht en comfortabel is. Die het contact niet uit de weg gaat, ook niet als het even schuurt. Aan dat soort stedelingen hebben we de solidariteit van Noord te danken.” Dat Noord een super waardevolle informele zorgstructuur had, bleek volgens Hutak pas echt tijdens de coronapandemie, toen de zorg op basis van wederkerigheid gewoon door ging. “Vaak worden waarden als solidariteit ‘zachte waarden’ genoemd. Wat ons betreft zijn het echter kernwaarden, harde voorwaarden voor de stad. We delen de ruimte met z’n allen. De reflex moet dan niet zijn: dan deel ik minder zodat ik meer heb, maar: hoe kan ik eraan bijdragen dat we met z’n allen straks meer hebben om te delen?”

Sociale weefsel kaart Amsterdam-Noord | Vormgeving: Raffaela Wang, onderzoek: Isa van Bossé


Nieuwe richting Dat zijn droom een lange adem gaat vergen, beseft Hutak zich maar al te goed: “We gaan dit niet volgend jaar oplossen. Maar als we iedere dag een tikje in de juiste richting geven, is het over twintig jaar misschien wel zo ver.” En het grootste succes is wat hem betreft al behaald: “Dat is de beweging op zich. Velen van ons waren cynisch, want wat ga je doen aan zo’n grote en zware bureaucratische machine? Bijna zestig procent van de stemgerechtigde Amsterdammers stemt niet eens meer. Het feit dat we nu in Noord zoveel mensen op de been gekregen hebben die niet meer passief en cynisch zijn, dat is de winst. Het cynisme is overwonnen. En er worden zulke fundamentele vragen gesteld over zaken die we voorheen te vaak als natuurwetten aannamen.”


“Eigenlijk zouden alle ambtenaren op dit moment activisten moeten zijn.”


Uiteindelijk hoopt hij dat alle solidaire en inclusieve burgerbewegingen in Nederland het neoliberale tij zullen keren. “Het systeem is al heel lang over de houdbaarheidsdatum. Ik hoop dat wij eraan kunnen bijdragen dat het vertrouwen van de overheid in de burgers herstelt. Dat wordt heel vaak andersom gebruikt. Maar veel schandalen zijn niet voortgekomen uit ons wantrouwen in de overheid, maar uit het wantrouwen van de overheid in ons. Eigenlijk zouden alle ambtenaren op dit moment activisten moeten zijn. Ik hoop oprecht dat zij ons uiteindelijk als experts van onze omgeving durven te erkennen. En dat beleid en wetten weer worden ingezet waarvoor ze bedoeld zijn: om ons te versterken en te helpen. We zijn toe aan een nieuwe richting.”


107 weergaven
bottom of page