Terugblik: 'Het Nieuwe Wonen op je Ouwe Dag'

Op donderdag 24 november organiseerde het Architectuurcentrum Nijmegen voor een besloten gezelschap de thema-middag: 'Het Nieuwe Wonen op je Ouwe Dag'. Over de mogelijkheden van een generatie ouderen die zelf willen bepalen hoe ze, met behoud van een hoge levenskwaliteit, wonen en leven. De middag vond plaats op een bijzondere locatie: woongroep Centraal Wonen Mozaïek, de voormalige Limoskazerne in Nijmegen.​

 

 

 

Verslag

 

Pepijn Sluiter (directeur Architectuurcentrum Nijmegen), heet de gasten welkom. Hij refereert aan rijksbouwmeester Floris Alkemade die dit thema landelijk op de agenda heeft gezet en andere media die de actualiteit ervan onderstrepen. De hamvraag vandaag is: hoe kunnen we gelukkig oud worden en welke rol speelt de architect?

 

Wim Hamersma van Centraal Wonen Mozaïek trapt af met een korte introductie over de locatie van de bijeenkomst. Het doel van het gemeenschappelijk wonen bij Centraal Wonen, is het bieden van een alternatief voor individualisering. Door het delen van ruimtes en faciliteiten, delen bewoners ook een deel van hun leven met elkaar. De gemeenschappelijke ruimte vormt de kern van de woongroep.

Als tweede spreker volgt Ditty Eimers, zij is journaliste schreef samen met Piet van Os het boek Villa Begonia, niet achter de geraniums. Ze begonnen zich als vijftigers zorgen te maken over hun toekomstige woonsituatie en maakten een reis door Nederland om inspiratie op te doen en te zien welke alternatieven er zijn voor het 'gevreesde verzorgingstehuis'.

 

Het project ‘Doe maar gewoon’ in het Brabantse Boekel, dat het tweetal bezocht, is een gezamenlijke huiskamer met professionele verzorging. De bewoners waarderen hun huisgenoten, alsof ze er een nieuwe familie bij hebben gekregen. Ook het project de ‘Zorgzame Buurt’, opgezet door twee buurvrouwen van midden 60 spreekt tot de verbeelding. Zij organiseren al ruim drie jaar elke ochtend een inloop met verschillende thema’s. Mensen in de wijk bloeien op en kunnen weer betekenis geven aan hun bestaan. Ditty: “Hoezo voltooid leven?”

 

Ten slotte wordt het zogenaamde ‘Knooperf’ belicht; drie families die een huis kopen met 6 hectare land op het platteland van Overijssel. De bewoners halen veel voldoening uit het samen zorgen voor het landschap. Bewoner Jeroen waardeert deze eigentijdse vorm van ‘Noaberschap’ (nabuurschap); een netwerk van ongedwongen hulp aan mensen in de omgeving. Ditty merkt op dat er veel initiatieven bestaan voor vergelijkbare plannen, maar dat deze vaak niet gerealiseerd kunnen worden. Vandaar de oproep: Nijmegen, kom bij elkaar!

Jean-Paul Kerstens, architect en stedenbouwkundige bij maak<architectuur en mede-oprichter van het GeneratieLab stelt: “We leven in een maatschappij van diversiteit”. Eén vorm van diversiteit is het idee van generaties, waarbij het erom gaat elkaars verschillen te zien en te respecteren. In het GeneratieLab worden oudere mensen in contact gebracht met andere generaties, aan de hand van het boek ‘Het Generatieconflict’ van Pieter van Dijk. Ter illustratie laat hij een project in Amersfoort zien waar verschillende generaties met elkaar discussiëren hoe een warm gasthuis vorm te geven.

 

Jean-Paul licht toe dat we allemaal kinderen van onze tijd zijn. Om dit te verhelderen heeft hij de verschillende leeftijdsgroepen opgedeeld in generaties: de vooroorlogs generatie (geboren tussen 1910 en 1928), de stille generatie (1928-1940), de babyboomers (1940-‘55), generatie X (1955-‘70), generatie Y (1970-‘85) en de Einstein generatie (1985-2000). Elke generatie heeft zo zijn eigen kenmerken; de stille generatie bijvoorbeeld accepteert het leven zoals het zich voordoet, generatie Y heeft door een zeer bewuste opvoeding last van keuzestress en Einsteiners gebruiken hun netwerk om zelf dingen te organiseren, maar kunnen weer moeilijker bestaan in de ‘grote’ wereld.

 

Deze theorie heeft zijn bureau toegepast in het project ‘Nieuwe Wegen’ in Arnhem, een onderzoek naar zorgvoorzieningen in de Arnhemse binnenstad. Veel babyboomers willen in de binnenstad blijven wonen, maar de voorzieningen sluiten hier niet op aan. Tegelijkertijd is er steeds meer leegstand. Door verschillende generaties mee te laten denken over de toekomstige invulling van de binnenstad, werd inzicht verkregen in het ideale gebruik en werden zinvolle bestemmingen gevonden voor de ongebruikte en ondergewaardeerde private en publieke ruimte.

De laatste spreker is Meintje Delisse van Heren 5 architecten: mede auteur van het boek Stadsveteranen, een onderzoek naar verhalen over gelukkig oud worden in de stad. Een stadsveteraan is een anticiperende senior. Het architectenbureau organiseerde workshops in de stad en ondervroeg stadsveteranen met verschillende achtergronden naar hun toekomst in de stad.

Het onderzoek is aangepakt op vier verschillende niveaus: de schaal van de stad, de buurt, het gebouw en de woning. Op schaal van de stad viel op dat ouderen zelf hun stad ‘uitvinden’ en belopen de stad omdat fietsen te moeilijk wordt. Het buurtniveau is van groot belang voor deze generatie, en er wordt veel georganiseerd door en voor ouderen. Meintje noemt dit de ‘grijze economie’. Op de schaal van het gebouw spreekt ze over de voorkeur voor een entree met een portier en een complex met een brede galerij, waarbij de galerij tevens een ontmoetingsplek is.

Ook stipt Meintje een project in Amsterdam aan waarbij alleenwonenden van verschillende leeftijden (21 tot 98 jaar) samenwonen. De jongere generaties zorgen hier voor de ouderen. Binnen dit gemixt wonen wordt juist de dynamiek tussen de generaties interessant bevonden.

De studie Stadsveteranen* vormt hiermee een soort handboek voor architecten, corporaties en gemeenten op verschillende schaalniveaus.

Ten slotte rijst de vraag hoe het zit met ouderen met een andere culturele achtergrond. Jean-Paul Kerstens stelt dat culturele minderheden vaak uit een collectivistische samenleving komen (in tegenstelling tot onze individualistische), hier speelt de familie een belangrijke(re) rol bij het zorgen voor ouderen. Het is dan ook eerder vanzelfsprekend om voor bijvoorbeeld je ouders te zorgen.
 

De drukte op deze donderdagmiddag benadrukt de populariteit en urgentie van dit thema. Het zou mooi zijn als er nieuwe initiatieven volgen over wonen op je oude dag. Dus Nijmegenaren: kom bij elkaar en praat over hoe je gelukkig oud wilt worden!

 

 

 

* De studie Stadsveteranen is te lezen bij het Architectuurcentrum Nijmegen.

Please reload

CONTACT

Architectuurcentrum Nijmegen

Spoorstraat 268

6511 AH Nijmegen

06 11620217

info@architectuurcentrumnijmegen.nl

www.architectuurcentrumnijmegen.nl

  • Facebook - Black Circle
OVER

Het Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) is het centrum voor ideevorming en uitwisseling over architectuur, stedenbouwkunde en de ruimtelijke ontwikkeling van Nijmegen. In samenwerking met relevante partijen worden producties opgezet, debat-avonden en activiteiten georganiseerd. Het ACN zet daarbij haar kennis en netwerk in om dilemma’s in de stad te duiden, op de agenda te zetten en oplossingen aan te dragen. Lees meer...

© Stichting Architectuurcentrum Nijmegen 2019 | Alle rechten voorbehouden